Deze zomer rijd ik twee weken door Duitsland, Denemarken en Nederland met één opdracht die ik mezelf gaf: het licht zoeken. Niet het licht van de zonnebrandcrème en de terrasjes, maar het licht dat kunstenaars al eeuwen proberen te vangen, te buigen, te bouwen. Het idee ontstond in Wijnegem, waar ik bij Axel Vervoordt voor de zoveelste keer in een werk van James Turrell zat en besefte dat ik niet meer naar licht keek, maar erin woonde. Deze reeks is het verslag van die zoektocht, van een ondergrondse bierkelder in Unna tot het noorderlicht van de Deense kust en terug. Elke aflevering staat op zichzelf; samen vormen ze één vraag: wat zoeken we eigenlijk, als we het licht zoeken?
Ik ben aangekomen. Meer dan een week nadat ik in Antwerpen de auto oplaadde en oostwaarts reed, na Münster en Hamburg. Na grensovergangen die niets meer voorstelden dan een verandering van asfaltkleur en de toon van de radiostem, sta ik eindelijk in Aarhus. Acht dagen om een route af te leggen die op de kaart nauwelijks een duimbreed beslaat. Ik heb mezelf onderweg meermaals betrapt op de vraag of dat oponthoud iets anders was dan nieuwsgierige omzwerving. Of ik niet gewoon bang was dat de reis zelf mooier zou blijken dan haar bestemming. Een pier hier, een obscure galerie daar, een derde koffie te veel op een terras waarvan ik de naam alweer vergeten ben. Uitstel als esthetisch alibi, vermomd als methode.
Niets bleek minder waar. Of toch, gedeeltelijk waar: de reis is mooi, wringend mooi zelfs, maar het doel bleek geen anticlimax. Het bleek een tweestemmig gesprek waarvoor ik, zonder het helemaal te beseffen, al heel lang onderweg was. In Aarhus treden twee van mijn favoriete kunstenaars met elkaar in dialoog. Niet toevallig, niet als curatoriële vondst, maar omdat het museum dat hen huisvest hen al vijftien jaar naast elkaar laat bestaan en nu, met de opening van Turrells grootste Skyspace ooit, de vraag scherp stelt wat licht eigenlijk is wanneer twee volstrekt verschillende geesten het tot hun enige materiaal verheffen.
De ondergrondse gang
Je bereikt As Seen Below niet zomaar. Het werk, dat op 19 juni 2026 net voor de zomerzonnewende zijn deuren opende, ligt verscholen onder een nieuw aangelegd kunstplein en je betreedt het via een gang die je bewust de diepte in leidt voor je weer omhoog komt. Het is Turrells honderdste Skyspace en meteen zijn ambitieuze tot nu toe, zestien meter hoog en veertig meter in doorsnede, een omvang die het museum zelf vergelijkt met het Pantheon in Rome. Die vergelijking is niet overdreven. De koepel slokt je op zoals alleen sacrale architectuur dat kan, zonder dat er ook maar één religieus symbool in de ruimte hangt.
De ondergrondse aanloop is, besef ik nu pas, geen architecturaal toeval maar een dramaturgisch gebaar. Je moet eerst afdalen om te kunnen stijgen. Je moet het daglicht even helemaal kwijtraken om het straks, gefilterd en herschapen, weer te leren zien. Wie zonder die overgang de koepel zou binnenwandelen, zou de schok missen die het werk net wil forceren: het besef dat je een instrument bent binnengetreden dat je waarneming herstelt naar fabrieksinstellingen.
Een leven lang licht
James Turrell, geboren in 1943 in Los Angeles, groeide op in een quakergezin waar stilte geen leegte was maar een oefening. Die stilte, zo lijkt het me hier, staande onder zijn koepel, is nooit weggegaan uit zijn werk. Als jongeman werd hij piloot en bracht honderden uren door op grote hoogte, gefascineerd door hoe licht van kleur verandert met de hoogte, het uur en het weer. In de jaren zestig sloot hij aan bij de Light and Space-beweging in Californië, waar hij zijn levenswerk vond: ruimtes bouwen die niets tonen behalve waarneming zelf.
As Seen Below biedt een collectieve ervaring, gedreven door licht en de poëzie van de seizoenen, die onze band met de natuur, de hemel en onze gedeelde planeet benadrukt. - James Turrell, over As Seen Below
Vijf decennia lang heeft hij, met een koppigheid die aan geloof grenst, aan zijn eigenlijke levenswerk gebouwd: Roden Crater, een kunstwerk in een uitgedoofde vulkaankrater in de Painted Desert van Arizona, bedoeld om eeuwen te overleven. As Seen Below is, in die context, geen op zichzelf staand hoogtepunt maar een orgelpunt in een partituur die hij nog altijd schrijft.
Drie manieren om naar de hemel te kijken
Het werk kent drie momentums, en elke ervan herschrijft de grammatica van de ruimte. In Open Sky is de opening naar de hemel gewoon open, de koepel wordt grenzeloos en de hemel verschijnt als een zuiver vlak van kleur, direct en zonder franje. In Colour Shift wordt diezelfde opening afgesloten en verschuift de aandacht van de hemel naar de ruimte zelf: de muren lossen op in licht, het licht wordt tastbaar materiaal in plaats van louter verlichting. En tijdens de schemersessies, Twilight genoemd, staat de opening weer open terwijl het licht binnen langzaam mee verkleurt met de opkomende of ondergaande zon, moment na moment, alsof Turrell, zoals hij zelf ooit zei, de hemel elke kleur kan geven die je wilt.
Ik stond er tijdens Colour Shift, twintig minuten die aanvoelden als een verlengd ogenblik zonder duidelijk begin of einde. De kleur kroop over de wanden zoals eb en vloed over zand kruipen, traag genoeg om onopgemerkt te blijven en toch onmiskenbaar aanwezig wanneer je even wegkeek en terugkeek. Er is geen verhaal in die ruimte, geen figuur, geen anekdote. Er is alleen het besef dat je ogen, die je hele leven hebben leren interpreteren en categoriseren, plots niets meer te doen hebben behalve kijken.



Naar het dak
Van de ondergrondse stilte van Turrell begeef ik me naar het dak van hetzelfde museum, naar Olafur Eliassons Your rainbow panorama uit 2011, de honderdvijftig meter lange gekleurde glazen ring die als een halo op het gebouw balanceert. Waar Turrell je naar beneden en naar binnen leidt, stuurt Eliasson je omhoog en naar buiten. Je wandelt er een volledige cirkel door het volledige zichtbare spectrum, van rood via geel en groen naar violet, terwijl beneden je de stad Aarhus ziet veranderen van kleur naargelang het glas waardoor je net kijkt.
Het is een merkwaardig gevoel om binnen hetzelfde uur twee zulke verschillende lichtervaringen te beleven. Bij Turrell verlies je de stad, verlies je zelfs de architectuur, en blijft er enkel een veld van kleur over dat zich aan geen enkel oriëntatiepunt vastklampt. Bij Eliasson behoud je de stad volledig, maar zie je haar voor het eerst als een geconstrueerd, instabiel gegeven, iets wat door een simpele kleurfilter compleet van karakter verandert. De ene kunstenaar wist de wereld uit om je waarneming bloot te leggen, de andere kleurt de wereld juist te veel in om diezelfde waarneming te ontmaskeren.
Twee manieren om licht te denken
Dat is, denk ik, het eigenlijke gesprek dat in Aarhus wordt gevoerd, al zullen de curatoren het nooit zo hard formuleren. Turrell schrapt. Hij haalt weg tot er niets overblijft dan licht zelf, tot de ruimte zo leeg is dat je eigen perceptie de enige overgebleven inhoud wordt. Eliasson breidt uit. Hij voegt een laag kleur toe aan een wereld die al vol zit, en laat je precies daardoor zien hoezeer die wereld een constructie is, iets wat voortdurend, letterlijk, door een gekleurd glas bekeken wordt.
De twee werken zijn geen tegenpolen zozeer als twee kanten van dezelfde overtuiging: dat licht geen decor is, geen bijzaak bij het echte kunstwerk, maar het kunstwerk zelf. Beiden dwingen je lichaam om mee te doen. Je staat, je wandelt, je kantelt je hoofd, je wacht. Er valt niets te lezen, enkel te ondergaan.



Het lichaam als meetinstrument
Dat ondergaan wordt in Aarhus intussen ook letterlijk gemeten. ARoS is een onderzoekssamenwerking aangegaan met de Universiteit van Aalborg, onder leiding van antropologe en lichtontwerp-onderzoekster Stine Louring, om de neurofysiologische en ervaringsgerichte effecten van een bezoek aan As Seen Below in kaart te brengen. Het project, met de veelzeggende titel As Seen Below – From Within, loopt van februari 2026 tot september 2027 en combineert metingen van lichamelijke reacties tijdens het bezoek met opvolggesprekken over de persoonlijke ervaring nadien.
De onderzoekers willen onder meer nagaan of een bezoek aan het werk een meetbare invloed heeft op mentale gezondheid en op het gevoel van verbondenheid met anderen. Het is een vreemde en tegelijk logische gedachte: een kunstwerk dat is opgebouwd rond niets dan licht en stilte, wordt nu onderworpen aan sensoren en interviews, alsof je de mystiek onder een microscoop legt zonder haar te vermoorden.
Het syndroom van Stendhal
Ik vraag me af wat mijn eigen hartslag zou hebben verteld, daar in de koepel. Waarschijnlijk niets wat ik niet al wist door gewoon te blijven staan en te voelen hoe mijn ademhaling vertraagde tegen mijn eigen wil in.
Er bestaat een woord voor wat me daar overkwam, of toch voor een verwante, hevigere versie ervan. Het syndroom van Stendhal, genoemd naar de Franse schrijver die in 1817 in de Santa Crocebasiliek in Florence zo overweldigd werd door schoonheid dat zijn hart begon te bonzen en zijn benen het leken te begeven, beschrijft een lichamelijke overrompeling door kunst: duizeligheid, verwarring, een versnelde hartslag, in extreme gevallen zelfs flauwvallen of hallucinaties. Ik voelde niets van die dramatiek. Geen paniek, geen flauwte. Wel iets kleiners en trager: een lichte, aanhoudende ontregeling van mijn gevoel voor tijd, alsof de twintig minuten in Colour Shift zowel drie minuten als een uur hadden geduurd.
Misschien is dat wat een Skyspace doet met wie er lang genoeg voor gaat staan: geen instorting, geen Stendhal in zijn meest theatrale vorm, maar een zachte verschuiving van de meetlat waarmee je de wereld gewoonlijk aftast. Je komt niet huilend naar buiten. Je komt naar buiten met het vage besef dat je ogen, heel even, iets anders hebben moeten leren dan interpreteren.
Ik heb het licht gezien
Turrell noemt licht zelf zijn materiaal, maar herhaalt in interviews steeds dat zijn eigenlijke medium de waarneming is. Hij wil, zegt hij, dat je jezelf voelt voelen, dat je jezelf ziet zien. "I like to use light as a material, but my medium is actually perception. I want you to sense yourself sensing - to see yourself seeing," een quote die precies samenvat wat er in As Seen Below gebeurt. Niet het licht zelf is daar het kunstwerk. Het is het moment waarop je merkt dat je aan het kijken bent, en dat besef, die verdubbeling van de blik naar zichzelf, is de eigenlijke titel van dit stuk geworden.
Ik loop terug het kunstplein op. Het is grijzig buiten, fris zelfs, met af en toe een zon die even komt kijken voor ze zich weer terugtrekt achter de wolken, alsof de hemel zelf besloten heeft om Turrells drie standen ook buiten de koepel te herhalen. En ik besef dat de titel van dit stuk minder een openbaring beschrijft dan een herkenning. Ik heb geen visioen gehad. Geen bekering ondergaan. Ik heb, letterlijk en zonder enige mystieke bijklank, licht gezien zoals ik het nog nooit had gezien: als materiaal, als architectuur, als iets wat je lichaam net zo goed registreert als je oog.
Alleen maar kijken
En misschien was mijn week aan uitstel, die twijfelachtige omweg door Münster en Hamburg, dan toch geen procrastinatie maar een noodzakelijke vertraging. Turrell dwingt je door een ondergrondse gang voor hij je de hemel teruggeeft. Eliasson laat je een volledige cirkel wandelen voor hij je de stad teruggeeft. Misschien had ik, om hier werkelijk aan te komen, ook zelf die trage boog nodig, die week van kleine afleidingen, om precies op het juiste moment onder die koepel te kunnen staan en voor het eerst in lange tijd helemaal niets te willen dan kijken.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Sterk stuk. Het nodigt uit, ik probeer er binnen afzienbare tijd ook te geraken, zoveel is zeker.
Moet je zeker doen. Echte aanrader.
Hooginteressante bespiegelingen van de kunstflaneur.
Ik ben er even zoet mee
En er komt nog 😉