Deze zomer rijd ik twee weken door Duitsland, Denemarken en Nederland met één opdracht die ik mezelf gaf: het licht zoeken. Niet het licht van de zonnebrandcrème en de terrasjes, maar het licht dat kunstenaars al eeuwen proberen te vangen, te buigen, te bouwen. Het idee ontstond in Wijnegem, waar ik bij Axel Vervoordt voor de zoveelste keer in een werk van James Turrell zat en besefte dat ik niet meer naar licht keek, maar erin woonde. Deze reeks is het verslag van die zoektocht, van een ondergrondse bierkelder in Unna tot het noorderlicht van de Deense kust en terug. Elke aflevering staat op zichzelf; samen vormen ze één vraag: wat zoeken we eigenlijk, als we het licht zoeken?

Van as naar fjord

De weg naar Vejle loopt door Denemarken over lange rechte stroken asfalt langs velden die groener worden naarmate je noordelijker komt. Ergens onderweg verandert het licht zelf van karakter: minder gefilterd door bebouwing, breder, alsof de horizon zich opent. Tegen de late namiddag bereik ik de fjord. Aan de rand ervan, half in het water, ligt Fjordenhus, het kantoorgebouw dat Olafur Eliasson ontwierp voor de investeringsmaatschappij Kirk Kapital.

Na een halve dag tussen gietijzer en kunstlicht in Carlshütte is het een ander soort aankomst: geen hal, geen kunstmatig licht, maar een gebouw dat zelf een instrument lijkt om daglicht te vangen. Waar de vorige etappe draaide om een vuur dat allang gedoofd was en alleen zijn vorm achterliet in LED en staal, is hier niets nagebouwd of herdacht. Het licht is er gewoon, op dit moment, ongevraagd.

Een dichter vermomd als schilder

Vlak voor ik bij Fjordenhus aankom, ergens tussen de laatste rotonde en de parking aan het water, staat een muur in felle vlakken geschilderd. Rood, zwart, geel, groen, wit, en er half overheen gespoten in zwarte inkt: once a poet, disguised as a painter. Geen titel, geen naam, waarschijnlijk niet eens bedoeld als kunstwerk in de officiële zin, eerder een grap of een bekentenis van iemand die hier ooit gewerkt of rondgehangen heeft.

Toch past de zin verrassend goed bij wat volgt. Zo meteen sta ik voor een gebouw dat evenmin is wat het op het eerste gezicht lijkt: geen kantoor vermomd als kunstwerk, en geen kunstwerk vermomd als kantoor, maar allebei tegelijk, zonder dat het een het ander verraadt. Het lijkt bijna alsof de vraag me van stop naar stop blijft volgen: wat is iets werkelijk, onder de vermomming die het draagt?

Vier cilinders in het water

Fjordenhus werd op 9 juni 2018 ingehuldigd, als het eerste gebouw dat Olafur Eliasson volledig zelf ontwierp, samen met architect Sebastian Behmann en hun toenmalige atelier. Het bestaat uit vier met elkaar verbonden cilinders van baksteen. 28 meter hoog, samen goed voor negenduizend vierkante meter, uitgesneden op plekken waar licht en water naar binnen moeten kunnen. Eliasson liet zich naar eigen zeggen deels inspireren door de silo’s en opslagtanks van de industriële haven die hier ooit lag. In de cirkelvorm zag hij ook een oudere gedachte: de cirkel als ontmoetingsplek, als een soort parlement waarin iedereen gelijk gezien wordt.

Het gebouw is bereikbaar via een smalle voetgangersbrug. Op de begane grond, publiek toegankelijk overdag, staan permanente installaties van Eliasson zelf. Daarboven zetelt een Michelin-restaurant, en nog hoger de kantoren van Kirk Kapital, onder een groen dak met planten en zonnepanelen. Het is, kortom, geen zuiver kunstwerk en geen zuiver kantoorgebouw, maar iets waarvoor de gewone woorden tekortschieten.

Golvend daglicht

Het metselwerk gebruikt vijftien verschillende tinten ongeglazuurde baksteen. Ze worden aangevuld met geglazuurde stenen in de uitgesneden gedeeltes, die van onder naar boven verkleuren van groen naar blauw: een echo van het water eronder en de lucht erboven. In het trappenhuis zitten verspreid zilveren stenen die het binnenvallende zonlicht weerkaatsen. Niets hiervan is toeval. Alles is berekend om licht te vangen, te breken, terug te geven.

Ik ga zitten aan de waterkant en laat de namiddagzon op me vallen. Het is geen dramatisch licht, geen enscenering, gewoon een zon die schaduwen trekt over de gebogen bakstenen, telkens net iets anders naarmate de wolken verschuiven. Er vaart af en toe een boot voorbij, traag, en het water rimpelt tegen de onderste rij stenen. Verderop staan een paar mensen te fotograferen, maar de meesten geven het na een paar minuten op. Het gebouw laat zich niet vangen in één beeld, het verandert te snel, elke minuut verschuift de balans tussen licht en schaduw opnieuw.

Een vuurtoren bij nacht

Ik ben er overdag, dus dit zag ik zelf niet, maar wie erover leest komt steeds hetzelfde beeld tegen. 's Avonds wordt Fjordenhus van binnenuit verlicht en gaat het gebouw op afstand op een vuurtoren lijken, een baken in de fjord voor wie de haven binnenvaart. Overdag vangt het gebouw het licht van buitenaf. ’s Nachts, zo lijkt het, keert het die beweging om en wordt het zelf de bron.

Levend licht

Dat is het verschil met Carlshütte. Daar zocht ik het licht in wat er niet meer was, een naschijnend licht dat kunstmatig werd nagebouwd in staal en LED. De gloed van een gedoofd vuur die bleef hangen lang nadat de bron zelf verdwenen was. Hier is het licht niet iets om te herdenken. Het is iets om in te zitten, onderhevig aan wolken, getij en het uur van de dag, nooit twee keer hetzelfde.

Naschijnend licht en levend licht: twee vormen die elkaar deze reis blijven afwisselen. De ene bewaart een vuur dat is uitgegaan. De andere is zelf nooit uitgegaan, en heeft dat ook niet nodig. Ik blijf nog even zitten, terwijl het licht traag verschuift van geel naar oranje, voor ik verder wandel.

Een grijs wolkendek

De volgende ochtend heeft Vejle zijn zon alweer ingeruild. Een dicht wolkendek hangt laag boven de fjord, en het golvende, veranderlijke licht van gisteren op de bakstenen van Fjordenhus is vervangen door iets vlakkers: een grijze deken zonder schaduw, zonder richting.

Voor ik vertrek ga ik nog even langs Vejle Kunstmuseum om de laatste druppel cultuur van deze etappe op te snuiven. Het gebouw is zelf al een klein essay over tijd. Een rood bakstenen huis uit 1923, de voormalige stadsbibliotheek uit 1934, en een nieuwe vleugel van Kim Utzon Arkitekten uit 2006, alle drie tegen elkaar aan gebouwd tot één geheel. Binnen hangt een collectie tekeningen en prenten van de vijftiende eeuw tot hedendaagse Deense kunst.

Daarna het vertrouwde ritueel: koffers dichtritsen, de laatste foto’s online zetten en nog even enkele flarden herinneringen neerpennen.

Omwegen naar Juelsminde

In plaats van rechtstreeks naar Aarhus te rijden, kies ik voor de kustweggetjes. Zonder vaste reden, gewoon omdat de snelweg op zo’n grijze dag weinig te bieden heeft. Rond het middaguur beland ik zo, min of meer bij toeval, in Juelsminde, een klein havenplaatsje aan Kattegat.

Ik lunch er met iets simpels: vruchtenyoghurt met blauwe bessen, aan een tafel met uitzicht op zee. Geen museum, geen kunstwerk, geen licht dat iets moet bewijzen. Alleen grijs water, een beker yoghurt en een paar meeuwen die precies weten hoe dicht ze bij een tafel mogen komen.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder