Deze zomer rijd ik twee weken door Duitsland, Denemarken en Nederland met één opdracht die ik mezelf gaf: het licht zoeken. Niet het licht van de zonnebrandcrème en de terrasjes, maar het licht dat kunstenaars al eeuwen proberen te vangen, te buigen, te bouwen. Het idee ontstond in Wijnegem, waar ik bij Axel Vervoordt voor de zoveelste keer in een werk van James Turrell zat en besefte dat ik niet meer naar licht keek, maar erin woonde. Deze reeks is het verslag van die zoektocht, van een ondergrondse bierkelder in Unna tot het noorderlicht van de Deense kust en terug. Elke aflevering staat op zichzelf; samen vormen ze één vraag: wat zoeken we eigenlijk, als we het licht zoeken?

Hierinnert u zich nog mijn beschrijving van een raam in het LWL-Museum die de stad in stukjes knipte? Wit schrijnwerk, verticaal en horizontaal, sneed de Sint-Paulusdom op tot een puzzel van torenspitsen en glas-in-loodfragmenten. Vlak voor dat raster stond een man met de rug naar mij toe, handen op de rug. Roerloos, kijkend naar wat ik niet kon zien maar wel kon raden. Achter hem, schuin weggezet tegen de muur, een rode, naamloze sculptuur van Phyllida Barlow, ruw en industrieel, als een ladder die nergens naartoe leidt. Ik fotografeerde de scène zonder er iets bij te denken. Een man, een raam, een rug.

Vandaag, in Hamburg, zag ik het beeld opnieuw. Geen beeld uit de reisherinnering, maar uit de kunstgeschiedenis zelf.

Niet elke Wanderer is dezelfde

Alle stations overal ter wereld, bieden dezelfde aanblik. Mensen op weg naar elders en mensen die in de stationsbuurt blijven dwalen in de hoop er ooit weg te geraken. Hamburg is geen uitzondering. De wolken van gisteren zijn verdwenen en op stoepen en banken koesteren deze aangespoelden zich in de zonnestralen, elk in hun eigen wereld. Elkeen Wanderer op een eigen manier.

De bekendste Wanderer uit de (kunst)geschiedenis bevindt zich op enkele minuten van deze naamloze dwalers. Vandaag staat de Kunsthalle op het programma. Het museum omvat een kunstcollectie die zich uitstrekt van de middeleeuwen tot hedendaagse kunst, met sterke afdelingen Duitse romantiek en negentiende-eeuwse Europese schilderkunst. Het complex bestaat uit meerdere verbonden gebouwen, waaronder de Galerie der Gegenwart voor eigentijdse kunst.

Schließe dein leibliches Auge, damit du mit dem geistigen Auge siehest dein Bild.

Caspar David Friedrich

Op stelten van oude brandblussers

Maar eerst had ik een onverwachte ontmoeting. Sinds maart dit jaar heeft het museum een nieuwe Belgische aanwinst: Zonder Titel [Untitled], 1993, een sculptuur van de Gentse Berlinde De Bruyckere.

Een gebruikte deken, opgetrokken tot een lichaamsloze gestalte, balancerend op stelten gemaakt van oude brandblussers. De combinatie is even fascinerend als unheimlich: het wankele silhouet oogt alsof het elk moment kan omvallen, en toch staat het er al meer dan dertig jaar, sinds De Bruyckere het in 1993 maakte, kort voor ze internationaal doorbrak.

Opnieuw samen

Het deken doet wat dit altijd doet in haar werk. Het biedt bescherming, warmte, geborgenheid, en tegelijk verwijst het naar het tegenovergestelde, naar ziekte, nood, iets dat verborgen moet blijven. Het is dezelfde ambivalentie die je terugvindt in Arcangelo II, dat al sinds 2021 in de zaal van de Oude Meesters staat. De twee werken spreken elkaar aan over vijfentwintig jaar heen. Het ene een vroeg werk dat de kunstenaar lang niet wilde afstaan, het andere het werk dat haar naam definitief vestigde.

Ik bleef er staan, tussen de bezoekers die snel voorbijliepen op weg naar de zalen verderop. Weer een gestalte zonder gezicht, weer een rug, al is het hier geen rug die zich omdraait maar een lichaam dat zich volledig onttrekt aan het kijken. Waar de Wanderer, verderop in het gebouw, ons vraagt om te raden wat hij ziet, weigert dit deken zelfs die vraag. Er is niets te raden. Er is alleen het wankele feit van het blijven staan.

Der Wanderer

Elders in het gebouw ga ik op zoen naar Caspar David Friedrichs Wanderer über dem Nebelmeer (1818), het schilderij dat de Rückenfigur tot icoon maakte. Een man in donkere jas, op een rotspunt. De rug naar de kijker, uitkijkend over een zee van mist waarin bergtoppen als eilanden opduiken. Ik heb het werk al honderd keer gezien in reproductie, op tassen, op posters, op de kaft van filosofieboeken die niets met Friedrich te maken hebben. Voor het origineel staan is iets anders. Het was er niet druk, en ik kon blijven staan zolang ik wilde, wat ik ook deed.

Wat me toen inviel was het LWL-raam. Dezelfde compositie, bijna honderdvijftig jaar later toevallig herhaald: een figuur met de rug naar de kamer, een verheven silhouet in de verte, een rand die het uitzicht in stukken snijdt. Bij Friedrich lost die rand op in mist, oneindig, romantisch.

In Münster is de rand een kozijn, wit geverfd, strak gerasterd. Een architectuur die de blik discipline oplegt in plaats van vrijheid. Twee Rückenfiguren, één eeuw ertussen, en tussen beide een verschuiving van natuur naar gebouw, van oneindigheid naar venster.

Misschien is dat de eigenlijke vraag die de Wanderer stelt, ook nu: kijkt hij naar iets, of staat hij daar zodat wij, van achteren, mogen kijken naar het kijken zelf? De rug is een uitnodiging en een blokkade tegelijk. Hij toont ons niets van wat hij ziet en alles van hoe het voelt om het te willen zien.

Een sacrale ruïne

Een beetje verder hangt Ruine Oybin, um 1812. Friedrich beklom de berg Oybin in de Oberlausitz, bij Zittau, in de zomer van 1810, samen met zijn schildersvriend Georg Friedrich Kersting. Hij werkte de schetsen twee jaar later uit tot dit paneel. Je kijkt door drie spitsboogramen van de ruïne van de kloosterkerk.

De stenen zijn overwoekerd met mos en jonge boompjes, en achter de ramen brandt geen daglicht maar iets dat op vuur lijkt. Een gloeiend oranjegeel lekt door de drie openingen naar buiten. De lucht daarboven toont het gewone, kille blauw van een avond.

Friedrich zelf liet zich, in een audiotour die ik onderweg beluisterde, citeren met een aansporing die als een handleiding voor dit schilderij leest. Der Maler soll nicht bloß malen, was er vor sich sieht, sondern auch, was er in sich sieht. Sieht er aber nichts in sich, so unterlasse er auch zu malen, was er vor sich sieht.

Bij Ruine Oybin, um 1812 is dat precies wat er gebeurt. Het licht in de vensters is geen zonsondergang die ergens ter wereld ooit zo scheen. Het is een innerlijk licht, over een reële ruïne heen geschilderd, en het maakt van drie lege raamgaten een altaar.

Afdaling in de Elbtunnel

Van de Kunsthalle liep ik naar de Landungsbrücken, naar de ronde koepel van de Alte Elbtunnel, geopend in 1911. Binnen is er geen daglicht meer maar een schacht vol staal: reusachtige liftkooien, kruisend traliewerk, loopbruggen die in een boog om de put heen zwenken, en overal het geel van ouderwetse hanglampen tussen de betegelde muren. Boven een van de deuren hangt een bord met één woord, HALT, voor wie er nog aan twijfelde dat dit een machine is en geen monument.

De lift zakt traag, met een zwaarte die je in je knieën voelt, en beneden opent zich de tunnelbuis zelf. Groen betegeld, licht gewelfd, ruim vierhonderd meter lang onder de Elbe door, het plafond laag genoeg om het gewicht van de rivier erboven te voelen zonder het ooit te zien.

Lift Elbtunnel

Ik ben niet de enige kunstflaneur

Terug op de kamer begon ik -naar vaste gewoonte- woorden te zoeken bij de beelden die me vandaag overkomen waren. De embryonale tekst krijgt vervolgens een incubatiemoment op mijn blog om daarna onder de taalschaaf te gaan. Tot mijn grote verbazing kwam ik terecht op www.kunstflaneur.de , een Hamburgs online magazine, sinds 2021 tweewekelijks door Andrea Möller geschreven, met aanbevelingen voor actuele tentoonstellingen en kunst in de openbare ruimte in Hamburg en Noord-Duitsland.

Een naamgenote, in een andere taal, in een stad waar ik toevallig op datzelfde moment rondliep te kijken naar kunst. Geen verwantschap, geen samenwerking, gewoon twee mensen die om uiteenlopende redenen hetzelfde woord kozen om te doen wat ze doen: flaneren, met de kunst als aanleiding en het kijken zelf als eigenlijke onderwerp. Het voelde raar. Alsof je in de spiegel kijkt en de reflectie niet de jouwe is.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder