Soms vraag ik me af wanneer we precies gestopt zijn met ons te schamen. Misschien was het toen de eerste raket van Elon Musk de hemel in schoot, of toen hij zichzelf uitriep tot redder van de mensheid, als een messias met aandelenopties. Wat ooit ambitie heette, werd een soort kosmische inhaligheid. Nu blijkt hij een bonus te krijgen die zelfs de verbeelding van Jorge Luis Borges zou doen duizelen. Geen loon, geen beloning, maar een mythisch getal dat de zwaartekracht van elk moreel besef overstijgt.

Ik kijk naar dat cijfer en denk aan de kunstenaars die ik de voorbije maanden sprak: mensen die met lede ogen verf en doek duurder zien worden, die hun werk ophangen in galeries waar tijdens recepties meer wijn gedronken wordt dan werken verkocht, die in stilte blijven geloven dat schoonheid nog iets betekent. En dan lees ik dat een man, die al meer bezit dan het BNP val vele landen samen, nog een extra hemeltrap krijgt toegeworpen omdat hij het vermogen heeft ons te laten geloven dat vooruitgang synoniem is met bezit. De absurditeit ervan is niet langer economisch, maar existentieel.

De religie van rendement

Er is iets religieus aan de manier waarop men over Musk spreekt. Zijn naam duikt op in dezelfde zinnen als woorden als ‘visie’ en ‘toekomst’. Zijn rijkdom is geen gevolg, maar een bewijs. Wie kritiek heeft, wordt weggezet als jaloers, als ketter. Ik herken dat mechanisme. Ook in de kunstwereld is het geloof in waarde heilig geworden. Wat goed verkoopt, moet wel goed zijn. Wat niets oplevert, is verdacht, irrelevant of elitair.

De kunstflaneur is de laatste weken weer veel op stap geweest. Wanneer ik voor een doek sta van een onbekende kunstenaar dat me raakt tot in het bot, denk ik aan de stilte die erop volgt. Geen headlines, geen verzamelaars, geen veilingrecord. Alleen de intieme zekerheid dat hier iets gebeurt wat geen prijs kent. En tegelijk hoor ik de echo van de beursvloer, waar men met dezelfde koorts spreekt over creatie, groei, rendement. Kunst is in dat opzicht de spiegel van het systeem dat ze zogezegd bekritiseert. We zijn allemaal besmet geraakt met de drang om te meten en te vergelijken.

Musks bonus is slechts de overtreffende trap van een ziekte die overal woekert: de illusie dat waarde pas bestaat als ze zich laat uitdrukken in cijfers. De kunstenaar weet nochtans beter. Hij weet dat betekenis niet kwantificeerbaar is, dat de stilte tussen twee penseelstreken meer zegt dan alle Excel-tabellen samen. En toch laten we ons telkens weer verleiden door de logica van rendement, alsof schoonheid zich zou laten vermarkten.

Wat we hadden kunnen doen met zijn waanzin

Soms - in een slapeloze nacht waar geen getallen maar woorden door mijn hoofd razen - stel ik me een absurde gedachte-experiment voor. Wat als één vonkje van die waanzin naar de kunstwereld zou dwarrelen? Niet om kunstenaars rijk te maken, maar om hen adem te geven. Ik stel me voor dat musea niet langer smeekten om sponsoring, dat ateliers plekken van concentratie konden blijven in plaats van overlevingsstrategieën, dat kunstkritiek weer een beroep was en geen vrijwilligerswerk.

Wat me fascineert, is niet het bedrag zelf, maar de vanzelfsprekendheid ervan. Dat iemand überhaupt kan denken dat zóveel krijgen een logisch gevolg is van succes. Dat we niet meer sidderen bij die schaal van ongelijkheid. Ik denk dan aan de jonge kunstenaars die hun materiaal recycleren, aan de dichters die hun boek zelf moeten drukken, aan de fotografen die van project naar project schuiven in een eeuwig voorlopige staat van bestaan. In hun strijd om te overleven schuilt meer waardigheid dan in alle beurskoersen van de wereld.

De kunstwereld had met een fractie van Musks overmoed zichzelf kunnen heruitvinden. Niet door rijk te worden, maar door weer te geloven in wat niet meetbaar is. Maar we blijven braaf toekijken, verlamd door bewondering voor wie het schijnbaar gemaakt heeft. Alsof rijkdom op zichzelf een vorm van creatie zou zijn.

Tijd voor een esthetiek van verzet

Ergens diep vanbinnen weet ik dat kunst en geld elkaar altijd hebben uitgedaagd. De mecenas en de maker, de markt en de muze: het is een oud huwelijk vol ruzie en verzoening. Maar vandaag is de balans zoek. De kunstwereld loopt aan de leiband van de logica die Musk tot heilige heeft verklaard: groei om de groei.

Ik droom van een ander ritme. Een kunst die zich onttrekt aan het getal, die weigert efficiënt te zijn, die haar eigen traagheid als politiek statement inzet. Een museum dat niet mikt op bezoekersaantallen, maar op momenten van verwondering. Een galerie die liever stilte verkoopt dan succes. Een kunstenaar die durft te verdwijnen, omdat verdwijnen het enige eerlijke antwoord is op een wereld die enkel nog wil gezien worden.

Misschien moeten we de taal zelf terug veroveren. Woorden als ‘waarde’, ‘investering’, ‘impact’: ze zijn ons afgenomen en voorzien van valse definities. Laat ons ze opnieuw vullen met iets menselijks. Kunst als tegengewicht, niet als product. Een plek waar falen even waardevol is als slagen, waar betekenis ontstaat in het onzegbare.

Wanneer ik denk aan Musks bonus, voel ik niet enkel woede. Ik voel vooral de leegte die ze blootlegt. De afwezigheid van een ander verhaal. Een wereld waarin de muze nog fluistert dat er genoeg is, dat schoonheid geen rendement hoeft te hebben, dat verbeelding de enige echte rijkdom is.

I have a dream

Soms stel ik me voor hoe een toekomstige kunstenaar, in een vergeten hal vol stof en stilte, een installatie maakt met de titel Compensatiepakket. Een lege stoel, een vergulde helm, een dun straaltje licht dat langzaam dooft. En op de muur een enkele zin: Hier zat ooit iemand die dacht dat hij alles kon bezitten.

Ik hoop dat er dan iemand zal glimlachen. Niet uit cynisme, maar omdat we eindelijk begrepen hebben dat de ware vooruitgang niet omhoog wijst, maar naar binnen.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder