Hoe het gouden toilet bewijst dat we na Duchamp niet zijn gaan denken, alleen duurder zijn gaan spoelen

Er was een tijd – we schrijven 1917 – dat een man genaamd Marcel Duchamp een doodnormaal porseleinen urinoir op z’n zij legde, er Fountain op schreef en de kunstwereld implodeerde. Het was een briljante zet: hij toonde dat een object kunst kan worden zodra de context het bevestigt. Dat was de bom. De grap. De geboorte van conceptuele kunst.

Fast forward 108 jaar:
De grap is niet alleen oud geworden, ze is ondertussen verguld, geveild, verzekerd en omringd door adviezen van fiscale advocaten. Waar Duchamp de vraag stelde “wat is kunst?”, zegt Maurizio Cattelan nu: “hoeveel wil je ervoor betalen?”

En de kunstmarkt? Die hapt. Die kwijlt. Die biedt.

Het urinoir van Duchamp kostte destijds enkele dollars. Het toilet van Cattelan gaat naar Sotheby’s voor wellicht meer dan tien miljoen dollar. Een koopje, want daar heb je amper anderhalve banaan voor. Het verschil? Niet de betekenis. Alleen de mate van bereidheid tot zelfvernedering. Duchamp wees naar het object om de kunstwereld belachelijk te maken. Cattelan hoeft niet eens meer te wijzen. De kunstwereld is het object geworden.

Niemand vraagt nog: “waarom een toilet?”
Men vraagt: “is het verzekerd?”
Men vraagt: “kan het als collateral dienen?”
Men vraagt: “komt er een NFT-versie?”

Het gouden toilet is geen satire meer. Het is de spiegel waarin de kunstmarkt zichzelf bewondert terwijl ze denkt dat ze lacht met de rest van de wereld. Maar laat ons scherp zijn. Het gouden toilet is niet het probleem. De kunstmarkt is het probleem. Een verzameling hoogopgeleide fabeldieren die geloven dat ironie nog steeds intellectueel kapitaal is, zolang het maar 18 karaat weegt.

Duchamp gooide een bom onder het systeem. Cattelan levert het systeem exact wat het wil: een attractie, een prijskaartje, een spiegeltje voor de rijken. Het is geen readymade. Het is een ready-sold. Het kunstwerk kijkt ons niet meer aan. Het lacht ons uit.

En misschien – stel ik me de vraag – is dat de enige eerlijke emotie die de kunstmarkt nog kent: minachting, maar dan esthetisch gepresenteerd. Dus ja, laat het hamertje vallen. Laat de champagne vloeien. Laat de catalogusnotities jubelen over cultural significance. Maar vergeet één ding niet:

Duchamp trok een toilet uit de wereld en maakte er kunst van.
Wij trekken de kunst uit de wereld en maken er… kapitaal van.

God schiep de mens. Duchamp schiep het concept. De kunstmarkt schiep de wc-bril van Midas. En wij?

Wij spoelen mee, we spoelen verder, we spoelen door.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder