Stel je voor: je wandelt een galerie binnen. Aan de muur hangt een schilderij dat bestaat uit één blauwe stip op een wit doek. (nvdr: elke gelijkenis met een bepaald kunstwerk is louter toevallig) Er staat een groepje mensen omheen dat heftig knikt, iets mompelt over existentiële leegte en stilte tussen de lijnen. Persoonlijk denk je dat je zoontje van vijf dat ook zou kunnen. Maar voordat je het beseft, hoor je iemand fluisteren dat het gisteren verkocht is voor 800.000 euro.

Welkom in de kunstwereld. Of nee, wacht: welkom op de aandelenmarkt.

Want hoe absurd het soms ook lijkt, de kunstwereld en de beurs zijn verrassend vergelijkbaar. Beiden draaien om waarde. Niet per se om wat iets ís, maar vooral om wat mensen dénken dat het waard is. Het gaat niet om tastbare logica, maar om gedeelde illusie. Of hoop. Of hebzucht. Of allemaal tegelijk.

Tesla of Turner? Koons of koers?

Neem bijvoorbeeld Tesla. Of Jeff Koons. Of Palantir. Of …

Soms vraag je je wel eens af: zit hier nou écht substantiële waarde achter, of zijn we met z’n allen gewoon collectief in de ban van een goed verhaal? Elon Musk schudt een tweet uit zijn mouw, en miljarden vliegen van eigenaar naar eigenaar. Koons blaast een konijn op in roestvrij staal, en hop veilingprijs 91 miljoen dollar.

Het verschil tussen een aandeel en een kunstwerk is soms niet meer dan het jasje waarin het zit. In beide gevallen geldt: als genoeg mensen geloven dat iets waardevol is, dan wórdt het dat ook. Zelfs als niemand precies weet waarom. Vraag het maar aan de koper van een Banksy-schilderij dat zichzelf heeft vernietigd tijdens de veiling … en daarna nog méér waard werd.

Een aandeel kan torenhoog stijgen omdat iemand op X (voorheen Twitter) een gerucht verspreidt. Een schilderij kan plots miljoenen opleveren omdat een bekende curator het ergens heeft laten ophangen. Het is hetzelfde spel, maar met een ander frame. Beleggers noemen het marktpsychologie, kunstenaars spreken volgens mij liever van conceptuele waarde. In beide gevallen is het een kwestie van geloof, een soort seculier, stilzwijgend gebed voor rendement.

Zelfs het woord speculatie past net zo goed in een veilingzaal als op de beursvloer. In beide arena’s zijn er mensen die het écht begrijpen – of dat geloven – en een grote massa die de kudde volgt, uit angst iets te missen.

Beleggers zijn ook maar kunstliefhebbers

En laten we eerlijk zijn: ook beleggers hebben hun favoriete stijlen.

De waarde-investeerder is de klassieke kunstliefhebber. Hij houdt van degelijke werken, oude meesters, stabiele dividenden, sobere kleuren en stevige lijsten. Niks geks. Hij koopt een aandeel alsof hij een schilderij van Rubens aan de muur hangt: degelijk, betrouwbaar, en met een bewezen staat van dienst.

De groeibelegger daarentegen is meer liefhebber van het moderne werk. Explosieve kleuren, grote gebaren, risico’s, disruptie. Hij koopt een aandeel van een tech-startup voordat het beursgenoteerd is, zoals een kunstkenner een jonge kunstenaar opmerkt voordat die ooit een galerie van binnen heeft gezien. Het is de kick van “de eerste zijn”, van het ontdekken voordat de massa komt.

En dan is er nog de daytrader – eigenlijk de kunstflipper. Die koopt op maandagochtend een ultracontemporary in de hoop deze enkele maanden later opnieuw te slijten. Geen emotionele binding, geen analyse van fundamentele waarde. Puur adrenaline en timing.

Bubbels zijn van alle tijden – en sectoren

Wat beide werelden ook delen: ze zijn niet per se logisch. En dat maakt ze fascinerend én frustrerend. In de kunstwereld worden prijzen bepaald door schaarste, hype, emotie. Op de beurs is het… precies hetzelfde. Alleen spreken we dan van vraag en aanbod, koersdoelen en analistenconsensus.

En vergeet de bubbels niet. Dotcom, tulpen, GameStop, crypto, NFTs. Allemaal exponenten van een publiek dat collectief even de realiteit vergat. Maar is een banaan aan de muur met duct tape niet gewoon de WallStreetBets-post van de kunstwereld?

Sommige kunstwerken zijn bedoeld om te blijven, andere om snel te verteren. Met aandelen is het net zo. Langetermijnvisie naast kortetermijnhypes, fundamenten naast fantasie.

In een galerie krijg je tenminste echte bubbels

Dus de volgende keer dat je denkt dat de kunstwereld een rare bubbel is, denk aan GameStop. En als je ooit iemand hoort zeggen dat kunst onvoorspelbaar en ondoorzichtig is: laat ze eens kijken naar de koersgrafiek van een biotech-startup na een testresultaat. Of naar een cryptomunt die gebaseerd is op een hond met een raar hoedje.

Of het nu een doek is of een aandeel, de échte waarde zit zelden in wat je ziet, maar in wat je denkt dat het kan worden.

Misschien is de beurs wel gewoon de grootste kunstgalerie van allemaal.

Alleen jammer dat je er zelden een glas bubbels bij krijgt.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder