Er is iets ontroerend aan de poging van Art Basel om de wereld te verbeteren door één woord te schrappen. Volgens de Financial Times (artikel achter betaalmuur) is het label VIP officieel verdwenen. Geen Very Important Persons meer, alleen nog collector and institutional relations. Iedereen gelijk, eindelijk. En dus wandelde ik de beurs binnen in de illusie dat de kunstmarkt zichzelf had gedeclasseerd. Tot ik in de rij stond naast iemand die naar zijn badge keek, glimlachte en toch langs een andere ingang werd geleid. We waren beiden niet-VIP, … alleen had hij privileges.
Ik weet niet wat ontroerender was: de poging om exclusiviteit te verven in gebroken wit, of het idee dat een woord, eenmaal geschrapt, ook de werkelijkheid zou meevoeren. Art Basel lijkt plots een ethisch project: geen hiërarchie meer, alleen zachte democratie in linnen kostuum. Maar terwijl men de term VIP ritueel begroef, bleef de tapijtstructuur onaangeroerd. Champagne stroomt niet plots richting de massa. Het enige dat veranderd is, is de retoriek. De deur is niet verdwenen. Alleen het bordje is herschilderd.
Taal, de zachtste leugenaar
We leven in tijden waarin taal de eerste hulp is bij reputatieschade. Geen ‘armoede’, maar ‘budgettaire spanningen’. Geen ‘privéjet’, maar ‘tijdsefficiënte verplaatsing’. En nu dus: geen VIP. Niet dat privileges verdwijnen, ze worden enkel semantisch verplaatst. Zoals men een dure sculptuur verzet wanneer ze niet meer bij het tapijt past. Aan de ingang glimlacht iemand vriendelijk in maatpak. “Welkom! Heeft u een… uitnodiging?”
Geen VIP-lijst, neen. Maar er is wel een lijst. En uw naam staat er net niet op.
Ik zag hoe bezoekers zonder stempel zich vastklampten aan catalogi, alsof daar een geheime doorgang in stond. Want ergens in deze nieuwe egalitaire wereld moesten de salons nog bestaan: de ruimtes waar kunst nog fluistert voor wie het oor kent. Ik liep erlangs, nonchalant, en hoorde een hostess fluisteren: “Private access, just a moment.” Geen VIP, nee. Maar wel momenten en fluwelen koorden.
De zelfhulpgroep van de kunstmarkt
Wat Art Basel doet, is wat een welgestelde erfgenaam doet die beweert ‘gewoon mens’ te zijn omdat hij sneakers draagt. Het is noblesse oblige in PR-vorm. Want de kunstmarkt kent geen revolutie. Men gebruikt alleen een ander etiket. Terwijl men met grote woorden spreekt over inclusie, kruipt de echte hiërarchie dieper onder de huid. Is het erg? Niet noodzakelijk. Hypocrisie is hier geen zonde, maar decorum. Maar laat ons tenminste eerlijk zijn over de regels van het spel. Er bestaat geen ‘open kunstwereld’. Er bestaat enkel een plethora van deuren: sommigen blijven op slot, anderen zwaaien vanzelf open.
Een gelijkheid in drie gangen
De echte democratisering van de kunst wordt niet beslist door woorden, maar door prijzen. Een toegangsticket hernoemen verandert niets aan het feit dat de goedkoopste latte op de beurs nog altijd 12 euro kost. De kunstmarkt houdt ervan zichzelf revolutionair te verklaren, terwijl ze enkel haar servies herschikt. Inclusie als interieurstijl. Misschien is dat de paradox van onze tijd: men schaft de kroon af, maar behoudt het hof.
Er waren geen aankondigingen, geen ceremoniële linten die doorknipt werden om het oude tijdperk af te sluiten. Het verdwijnen van de VIP voltrok zich alsof het nooit had bestaan: stil, als een begrip dat stilaan uit de catalogus verdwijnt. Maar terwijl het woord verdampte uit de officiële communicatie, bleven de tekens achter in de schaduwzones: in de deuren zonder signalisatie, in de glimlach van bewakers die niemand hoefden tegen te houden. Niet iedereen werd aangekondigd. Sommigen werden eenvoudigweg verwacht
En dus geloof ik het graag: de VIP is dood. Lang leve wie zich nooit hoeft voor te stellen.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
