Er zijn momenten waarop de kunstmarkt zichzelf parodieert. Soms subtiel, soms met de finesse van een vallende baksteen. Het geval Dan Colen is er zo eentje: een schilderij met de weinig poëtische titel Holy Shit verkoopt in 2013 bij Sotheby’s voor een heilige som van bijna 210.000 euro. Twaalf jaar later, bij Christie’s, gaat exact hetzelfde werk onder de hamer voor… 8.511 euro. Dat is geen prijscorrectie meer, dat is een exorcisme.
De kunstmarkt, die zichzelf graag ziet als een rationeel ecosysteem van smaak, status en strategie, blijkt plots een casino met designerverlichting. Iemand rolt met de dobbelsteen, en hop: Holy Shit verandert van heilige relikwie in vloeken op doek.

Laat ons eerlijk zijn: wie ooit dacht dat een doek met de woorden Holy Shit een investeringsobject voor de eeuwigheid was, verdient minstens een eervolle vermelding in het Museum van de Financiële Naïviteit. De titel had een waarschuwing moeten zijn, niet een handelsmerk. Toen Colen dit werk maakte, ergens tussen 2004 en 2006, behoorde hij tot het hippe New Yorkse clubje van post-YBA-bad boys – mannen die hun rebellie uitbaten als lifestyle.
De verf was vuil, het doek was vuil, de taal was vuil, maar de prijzen waren brandschoon. En daar zat hij dan, Peter Brant, mediamagnaat, verzamelaar en kunstpaus, met een Holy Shit in zijn salon. Misschien dacht hij dat ironie niet bederft. Misschien dacht hij dat de volgende generatie het werk zou zien als een manifest van de zero’s, die wonderlijke tijd waarin kunstenaars cocaïne als kleurpigment beschouwden en galeristen zich gedroegen als sjamanen.
Maar tijden veranderen. De NextGen-verzamelaar drinkt kombucha in plaats van champagne en wil dat kunst iets “betekent”. Hij houdt van duurzaamheid, engagement en linnen tassen met slogans over de planeet. Holy Shit past daar niet in. Wie vandaag een kwart miljoen neertelt voor kunst, wil minstens dat er iets over identiteit, klimaat of AI in zit. Een canvas met “Holy Shit” in rode verf lijkt dan vooral een vloek uit een tijd waarin ironie nog als intellectueel gold. De ironie van nu is dat de ironie van toen niet meer verkoopt.

Misschien moeten we het positief bekijken: de verkoop van Holy Shit is een vorm van boetedoening. De markt die ooit alles wat jong, vuil en provocerend was tot goud verklaarde, knielt nu nederig neer. Een prijsdaling van 96 procent, dat is geen verlies, dat is een bekering. Alsof Christie’s een ritueel heeft uitgevoerd: “Verlaat deze beurs, demon van speculatie, en laat ons terugkeren tot esthetiek en bescheidenheid!” Maar laten we niet te streng zijn. Kunstmarkten hebben hun eigen logica, even mysterieus als de Heilige Drievuldigheid. Vandaag aanbidt men Basquiat, morgen Banksy, overmorgen misschien een NFT van een pixel met existentiële twijfel.
Misschien is Holy Shit eindelijk waar het altijd voor bedoeld was: een spiegel. Niet voor de kunstenaar, maar voor ons. Voor verzamelaars die hun geloof in waarde meten in cijfers, niet in betekenis. Voor critici die in elke provocatie een diepte zagen die er nooit was. en voor veilinghuizen die religieus de hamer lieten neerkomen alsof het de laatste mis was voor de eindtijd van de kunst. De titel is dus perfect gekozen. Holy Shit, niet als vloek, maar als openbaring. Een heilige kak op de logica van de kunstmarkt. Manzoni en Dalvoye hadden het niet beter kunnen doen.
Ergens, in een opslagruimte, staat nu dat doek. Een beetje verfrommeld, misschien met een vlek stof op de hoek. De koper van 8.511 euro glimlacht waarschijnlijk: “Ik heb een stukje kunstgeschiedenis gekocht.” En hij heeft gelijk. Niet omdat het een meesterwerk is, maar omdat het een relikwie is van een tijd waarin iedereen dacht dat rebellie te koop was. De kunstwereld draait intussen rustig verder. Volgende week vindt iemand een vergeten sok van Maurizio Cattelan en verkoopt die voor een ton. Of wie weet heeft er iemand wel een kiwi die overrijp is en een hamer.
En iedereen zal weer zeggen: holy shit.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Misschien nu tijd voor iets te kopen.
Het is altijd moment om te kopen. Op schoonheid staat geen prijs, alleen een eeuwige waarde
Dankje Yves, leuk om te lezen .
Meer van dat !
Prachtig, mooie insteek Yves. Overwaardering van kunst zonder betekenis. Het is als op de beurs. Te hoge prijzengeld.
zijn de beurzen overgewaardeerd? 😉
we blijven ervoor gaan. Af en toe een prikken, maar vooral toch kijken naar de schoonheid van kunst