Kunst is meer dan een beeld aan de muur of een object in een galerie. Voor Merel Stolker (°1992) is het een middel om verbindingte creëren, een manier om samen te zijn en onuitgesproken gevoelens tastbaar te maken. Hier vertelt ze over haar zoektocht naar interactie en de kracht van kleine gebaren, zoals een keramieken eenzaamheidje dat zonder woorden een behoefte aan contact uitdrukt. Een gesprek over kunst die niet alleen bekeken, maar ook beleefd wordt.
Hoe heb je je eerste stappen in de kunstwereld gezet?
Merel: ‘Ik startte aan de Kunstacademie in Den Bosch, Nederland, waar ik Autonome Beeldende Kunst volgde. Dat was een vierjarige bachelor. Daarna heb ik twee jaar als kunstenaar gewerkt, maar ik wilde graag verder studeren. Zo ben ik in Gent beland, waar ik mijn master Autonome Vormgeving heb afgewerkt aan KASK & Conservatorium.
Wat moet ik me voorstellen bij de opleiding Autonome Vormgeving?
Dat is een interessante kwestie, want zelfs binnen de opleiding verandert de afstudeerrichting om de zoveel jaar van naam. Het is een plek waar kunstenaars uit verschillende disciplines samenkomen, zoals theatermakers, designers en beeldend kunstenaars. Kunst in relatie tot de maatschappij neemt er een centrale plaats in. Er is veel ruimte voor samenwerking, wat
voor mij belangrijk was. Ik voelde me in een klassieke beeldende kunstopleiding altijd een beetje een buitenbeentje, omdat ik meer met performance en interactie werkte. In de opleiding Autonome Vormgeving zat ik plots tussen mensen die ook niet helemaal binnen de bestaande kaders pasten. Dat voelde als thuiskomen.

Je zei daarnet: ‘Ik heb twee jaar als kunstenaar gewerkt.’ Werken als kunstenaar klinkt anders dan kunstenaar zijn.
Ik was toen echt op zoek naar wat kunstenaarschap voor mij betekende. Ik had een baantje als suppoost in een museum, deed zoveel mogelijk exposities en residenties en probeerde te ontdekken welke richting ik uit wilde.
Welke kunstenaars hebben jou beïnvloed bij de start van je carrière?
Dat was eerder een ervaring dan een kunstenaar. Ik had met twee vrienden een expositie waarin we volledig vrij spel kregen. Ik zette de helft van de ruimte onder water, een andere kunstenaar nam een konijn mee dat rondliep tussen de werken. Het was een droomscenario: we konden doen wat we wilden. Maar tijdens de opening merkte ik dat het niet genoeg was. Er waren vrienden en wat mensen uit de artistieke wereld, maar ik miste interactie met een breder publiek. Dat moment vormde een kantelpunt voor mij. Ik besefte dat ik kunst niet alleen wilde maken voor een expositieruimte, maar als middel om in contact te komen met mensen.
Je werk draait rond menselijke interactie. Is er een specifieke vorm van contact die je tot kunst verheft?
Daar ben ik in ieder geval naar op zoek. Onze interacties zitten vol ongeschreven regels, zoals hoe we iemand begroeten of bezoek iets te drinken aanbieden. Ik wil momenten creëren waarin we die vanzelfsprekendheden herbekijken. Dat kan in een performance, maar ook gewoon door ergens als kunstenaar aanwezig te zijn. Zo doe ik een kunstproject in een woonzorgcentrum. Ik ben daar niet voor de zorg en heb geen duidelijke functie. Dat maakt dat mensen op een andere manier met me omgaan.
Je maakt ook objecten, maar je noemt ze liever tools. Waarom?
Omdat ze niet alleen bedoeld zijn om naar te kijken, maar om te gebruiken. Een voorbeeld is mijn project Collectief Alleen. Dat begon met kleine keramieken sculpturen, eenzaamheidjes, die mensen kunnen dragen om zonder woorden te laten zien dat ze behoefte hebben aan contact. Later heb ik tapijtjes gemaakt in de vorm van die eenzaamheidjes, die ik gebruik voor een ritueel dat ik collectief zitten noem: samen aanwezig zijn zonder een duidelijk doel. Voor mij zijn het geen autonome kunstwerken, maar hulpmiddelen om iets te doen.
Eenzaamheid is een zwaar thema. Zie je jouw kunst als iets dat kan helpen genezen?
Dat is een moeilijke vraag. Ik ben veel bezig met mindfulness en volg nu een opleiding Focusing, een therapeutische methode om stil te staan bij lichamelijke gewaarwordingen. Maar ik wil niet dat mensen mijn kunst als helend zien. Dat zou het te veel in de zorgsfeer trekken. Ik ben kunstenaar, geen therapeut. In een woonzorgcentrum of in de psychiatrie krijgen mensen al zorg uit verschillende hoeken. Ik vind het krachtig dat ik daar kan zijn zonder dat er iets ‘moet’ gebeuren.
Wat is het mooiste eenzaamheidje dat iemand heeft verbeeld in jouw project?
Er zit één hand tussen de abstracte vormen. Iemand heeft een werk gemaakt in de vorm van een hand, met nageltjes en al. Tussen al die kleine sculptuurtjes met vloeiende, organische lijnen springt dat werk er helemaal uit.

Je werkt veel samen, maar ook alleen. Hoe vind je de balans?
Ik heb het allebei nodig. Ik werk graag met mensen, of dat nu een publiek is, mensen in een zorginstelling, of andere kunstenaars. Ik ben graag gastvrouw bij een expositie, bied mensen een kop thee aan, nodig hen uit om deel te nemen. Ik wil dat mensen zich welkom voelen en niet enkel als toeschouwer komen kijken. Maar ik heb ook tijd nodig in mijn atelier, om alles te verwerken en te herkauwen. Vroeger kon ik in mijn eentje in mijn atelier beginnen aan een werk, nu heb ik eerst interactie nodig. Ik geloof absoluut in de kracht van kunst om mensen samen te brengen.
Technologie beïnvloedt ook hoe we met elkaar omgaan. Hoe zie je de toekomst?
Ik ben niet anti-technologie, maar ik hoop dat mijn kunst een tegenbeweging kan vormen tegen het digitale. We zitten steeds meer in onze eigen online bubbels. Er zit een andere dimensie aan fysiek samen zijn. Ik wil ruimtes creëren waar mensen uit hun bubbel kunnen stappen.
Droom je van een wereld waarin jouw eenzaamheidjes niet meer nodig zijn?
Misschien. Maar het project heet niet voor niets Collectief Alleen. Eenzaamheid verdwijnt niet zomaar. Wat ik belangrijker vind, is dat er ruimte is om het te benoemen en te delen. Dat we kunnen zeggen: ‘Ik heb me deze week alleen gevoeld’. En dat dat oké is.’
Dit interview verscheen in Kunstletters #029.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
