Kunst heeft altijd een plek gehad in het leven van Johanna Martens. Van een rustig pensioen genieten was een optie geweest, maar liever onderneemt ze vol enthousiasme een heel intuïtieve zoektocht naar wat kunst voor haar betekent. Haar werk vertrekt vanuit een sterke omgang met bepaalde materialen en objecten en heeft vaak een autobiografische inslag.

Sommige woningen lijken bestemd voor kunstenaars. In een huis aan de rand van een bos in Sint-Joris-Weert woont en werkt Johanna Martens. Het is het ouderlijk huis waar de kunst van haar vader, glaskunstenaar Michel Martens, zich mengt met haar eigen tactiele werken. ‘Kunst heeft altijd een vaste plek in mijn leven gehad’, vertelt Johanna. ‘Het atelier van mijn vader was verbonden aan het huis, dus als kinderen kwamen wij als vanzelfsprekend in contact met kunst. Later ging ik geregeld op zoek naar kunst in musea in binnen- en buitenland. Toch koos geen van de kinderen voor een artistieke carrière. Ik werd doctor in de psychologie en psychotherapeute en kwam beroepsmatig vooral in contact met mijn ‘mannelijke’ kant. Zo werkte ik onder andere bijna 25 jaar als verantwoordelijke van een therapeutische gemeenschap voor drugsverslaafden. Ik had echter het geluk om nog op jongere leeftijd op brugpensioen te kunnen gaan. Tijdens de vrijgekomen tijd ging ik bewust op zoek naar mijn ‘vrouwelijke’ kant. En zo kwam kunst op een heel actieve manier in mijn leven.’
‘Mijn werk begint vaak met
een sterke, bijna verliefde
aantrekking tot een materiaal
of object.’
Op zoek naar nieuwe grenzen
In 2010 startte Johanna aan de Academie van Mechelen. Ze moest hiervoor de woorden van haar vader (‘Kunstenaar ben je of ben je niet, je kan het niet leren’) uit haar hoofd krijgen. Dat bleek geen gemakkelijk proces en betekende grenzen aftasten op zoek naar nieuwe horizonten. Ze volgde les in het textiel-, glas- en multidisciplinair atelier. ‘Werken met textiel kwam als eerste op mijn pad, vanwege de associatie met vrouwelijkheid en verbinding’, legt ze uit. ‘Al snel werd textiel voor mij een ruim begrip en begon ik te weven met glas. Ik gebruikte oude voorwerpen, al dan niet in getransformeerde vorm, uit het atelier van mijn vader. Ik onderzocht ook afmetingen of kleuren van ‘bijzondere’ voorwerpen als leidraad voor nieuw werk. De gekleurde glasdals uit mijn erfenis waren de aanleiding om eigen glaswerk te maken door casting (smelten en in eigen vormen gieten) of door dit glas te breken en te kleven op voorwerpen.’ Ondertussen leverde de zoektocht haar een heel persoonlijke beeldtaal op. ‘Mijn werk begint vaak met een sterke, bijna verliefde aantrekking tot een materiaal of object. Die aantrekking kan voortkomen uit de vorm, kleur, structuur, het tactiele of de betekenis van het object of de materie. Naarmate ik verder werk met die materialen, probeer ik een eigen, open en gelaagde vormentaal te ontwikkelen die je als kijker vrij kan interpreteren.’


Z.T. (zonder titel)
Titels lijken een belangrijke bijdrage te leveren aan de werken. ‘Ze moeten iets vertellen zonder het hele verhaal bloot te geven. Een titel moet uitdagen, charmeren en soms zelfs op het verkeerde been zetten’, licht Johanna toe. De installatie ‘Vaders Kerstballen’ toont negen piramides in verweerd cederhout – niet meteen de vormen die je associeert met kerstballen maar wel allemaal objecten die verwijzen naar werk van haar vader. Of wat te denken van ‘No Waste’, een installatie waarin de resten van vacht en haren van everzwijnen de hoofdrol spelen? Johanna boordt de huid af met goudkleurig metaalpapier of gebruikt de haren als vulling voor een doorzichtig kussen. Als kijker zoek je houvast, probeer je het beeld een plek te geven in je eigen picturale wereld om het vervolgens met kinderlijke verbazing los te laten.
Alles is kunst
Het klinkt wellicht als een cliché, maar een blik in haar woonruimte annex atelier toont dat alles kunst kan zijn en dat zelfs een alledaags aanrecht, een ronde eettafel of houten vloer of terras een ideale werkplaats kunnen vormen. ‘Alleen niet als de kleindochter komt.’ lacht ze. ‘Dan krijgt het aanrecht zijn oorspronkelijke functie terug. Maar op andere momenten…’ We kijken naar buiten, naar de tuin die aanschurkt tegen de bosrand. De rust die deze omgeving uitstraalt, is de ideale voedingsbodem voor haar werk. ‘Ik heb geen vast patroon om te werken. Intuïtie ligt vaak aan de basis, maar wel steeds met een zekere structuur. Soms verlies ik me in mijn werk, op andere ogenblikken kan ik tijdens een meditatiemoment inspiratie voelen opborrelen. Als ik al een rode draad in mijn werk zou noemen, dan is het wellicht – en voor de hand liggend – mijn persoonlijk leven. Een expo, reis of andere ervaring kunnen tot een kunstwerk leiden.’

Verbinden en transformeren
‘Ik merk dat er sinds kort ook andere thema’s in mijn werk opduiken. Ik denk daarbij aan dierenleed, migratie, de gevolgen van corona, verspilling en het proces van beschadiging en herstel. Deze laatste twee facetten sluiten nauw aan bij de Japanse kunstfilosofie van Wabi Sabi en Kintsugi: imperfectie en zichtbaar herstel. De schoonheid ervan spreekt me aan.’
Het werk van Johanna Martens is een fascinerende reis door de evolutie van haar persoonlijk leven, waarbij ze je uitnodigt om deel te nemen aan haar ontdekkingen en interpretaties. Haar werk is een viering van de schoonheid van het onvoltooide. ‘Ik hoop dat mijn werk anderen inspireert om ook hun verbindingen en transformaties te verkennen,’ vertelt ze als afsluiter.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
