Er bestaat een nieuwe literaire vorm en niemand heeft het lef gehad hem te benoemen. Ik doe het bij deze: de LinkedInpost-kritiek. Vijftien woorden, een wit hartje, en een sfeer van diepe innerlijke ontroering die nergens op gebaseerd hoeft te zijn behalve op de belichting. "Dit werk doet iets met me." Punt. Geen werkwoord dat verklaart wát het doet, geen bijvoeglijk naamwoord dat een richting aangeeft. Alleen het gebaar van geraaktheid, gefotografeerd in slow motion.

Ik zeg dit niet vanaf een hoge toren. Ik heb zelf, op dagen dat de zin niet wilde komen, mijn toevlucht genomen tot iets wat akelig dicht in de buurt komt. Een foto, een korte zin, een gevoel dat zogenaamd voor zich spreekt. Het verschil tussen mij en de linkpost is vooral dat ik me er nadien rot over voel - wat, besef ik nu ik het opschrijf, geen verschil is waar een lezer iets aan heeft.

De autoriteit van het ongefundeerde

Wat me fascineert is niet dat deze posts bestaan, maar dat ze evenveel gezag lijken te verwerven als een doorwrochte recensie. Misschien zelfs meer. Een review van achthonderd woorden, met argumentatie, met een poging tot plaatsing in een oeuvre of een tijdsgeest, verdrinkt in de tijdlijn onder een foto met het bijschrift "obsessed". De achthonderd woorden vragen om twee minuten aandacht. De linkpost vraagt om anderhalve seconde en een duim. Raad eens wie wint.

Er schuilt een wrange logica in: hoe minder een kunstoordeel onderbouwt, hoe universeler het oogt. "Dit werk doet iets met me" kan door iedereen onderschreven worden. De uitspraak zegt feitelijk niets en wat niets zegt, kan nooit weerlegd worden. Een recensent die durft te schrijven dat een werk faalt, en waaróm het faalt, levert zich uit aan tegenspraak. De linkpost is kogelvrij. Ze beweert niets en wint daardoor elk debat dat nooit gevoerd wordt.

Wie wint hier eigenlijk

Musea omarmen het gretig, en ik kan het ze niet kwalijk nemen. Een zaal vol mensen die foto's posten met witte hartjes is, in de taal van de impact-rapportage, "bereik". Een recensent die kritische kanttekeningen plaatst, is in diezelfde taal een risico. Zo verschuift de waardering van kunst geruisloos van het argument naar het gebaar. En waarom zou een instelling dat gebaar niet belonen, nu het gebaar de bezoekersaantallen levert die het argument nooit kon garanderen?

Het cynische slot van dit verhaal - en ik schrijf het met enige zelfspot, want ook ik publiceer gratis en hoop op het hartje of een duimpje - is dat de schrijvende criticus zich in een markt bevindt die zijn eigen instrument steeds minder waardeert. Niet omdat het oordeel slechter is geworden, maar omdat het te veel zegt om nog viraal te gaan. Misschien is de volgende stap onvermijdelijk: een recensie van vijftien woorden, met een wit hartje aan het eind, waarin ik schrijf dat dit werk iets met me doet.

Ik zou liegen als ik zeg dat ik niet af en toe in de verleiding kom.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder