Ik weet het zeker dan er ergens een spreadsheet bestaat. Iemand heeft hem gemaakt, vermoedelijk op een zondagavond in april, met een kop koffie die koud werd terwijl de cursor door de 88 locaties gleed. Kolommen voor openingstijden, reistijd tussen locaties, prioriteiten van één tot drie sterren, een kleurcode voor welke vernissages samenvallen, een tweede tabblad voor de afterparties. Een logistiek meesterwerk. Een document dat ruikt naar efficiëntie en smaakt naar angst.

Ik heb die spreadsheet nooit gemaakt. Maar ik heb hem wel gevoeld. En ik vermoed dat de persoon die hem wél maakte zichzelf ook een kunstliefhebber noemt.

Tweeënveertig minuten per plek

Antwerp Art Weekend bestaat dit jaar twaalf jaar. Twaalf jaar stadsovername, twaalf jaar gelijktijdig geopende deuren, twaalf jaar de belofte dat Antwerpen zich vier dagen lang volledig openstelt voor wie kunst wil zien. Het is een mooi idee, en het was een mooi idee. Maar 88 locaties zijn geen belofte meer. Het zijn een opdracht.

Laat me rekenen – iets wat een flaneur eigenlijk nooit zou doen, maar goed. Vier dagen, vijftien uur per dag als je vroeg begint en laat eindigt, want er zijn ook vernissages en avondprogramma’s en de stad zelf vraagt ook iets, en op een gegeven moment moet u ook eten. Zestig uur dus. Achtentachtig locaties. Dat geeft u gemiddeld tweeënveertig minuten per plek – inclusief reistijd, inclusief de drie minuten die u zoekt naar een parkeerplaats of het juiste belknopje, inclusief het gesprek dat u niet kunt vermijden omdat u de galeriemedewerker al drie jaar kent en het onbeleefd zou zijn om meteen door te lopen naar het werk, inclusief de tijd die u verliest aan het controleren of er nog iets anders samenvalt op uw – u heeft hem toch – spreadsheet.

Tweeënveertig minuten. Dat is geen flaneren. Dat is een timed event met een medaille aan het einde die niemand uitreikt.

De app als kompas

De flaneur, in de klassieke zin van het woord, heeft geen schema. Baudelaires man van de menigte laat zich drijven – door het licht, door een gezicht, door de geur van een straat die hem herinnert aan iets wat hij niet kan benoemen. Hij heeft geen bestemming omdat de weg zelf de bestemming is. Het toeval is zijn kompas, de traagheid zijn methode.

Antwerp Art Weekend geeft je een app. Een kaart. Een countdown tot het volgende event. Tweeëndertig performances, tien screenings, twintig rondleidingen. Een Nightwatch bij FOMU die doorloopt tot drie uur ’s nachts – voor wie om twee uur nog fris genoeg is om kunst te zien, wat een bijzonder soort mens veronderstelt. Een festival bij Het Bos dat drie dagen lang van gedaante wisselt. Een tentoonstelling bij Coppejans Gallery die bestaat uit tien iconische werken die er niet zijn – want ze hangen in musea elders – en op de eerste avond van het weekend een lezing over het heroverwegen van het galeriemodel, ergens in een zaal met dertig mensen die allemaal ook nog naar vier andere dingen hadden kunnen gaan.

De stad nodigt je uit. De stad verplettert je met haar uitnodiging. En dan vraagt ze of je je hebt ingeschreven voor de nieuwsbrief.

De score

Er is een merkwaardig verdriet in deze abundantie. Voor elke venue die je bezoekt zijn er 87 die je niet bezoekt. Dat is altijd zo geweest, zult u zeggen – ook in een stad zonder kunstweekend mis je altijd meer dan je ziet. Dat klopt. Maar AAW maakt de afwezigheid expliciet. Ze zet de lijst op haar website. Ze telt voor je en laat je precies weten hoeveel je mist.

Vandaag, op de derde dag van dit twaalfde weekend, klinkt de vraag al van ver: hoeveel heb je er gedaan? Tien? Vijftien? Al bij Mariane Ibrahim geweest? Heb je de Nightwatch gemist? Er ontstaat een taal die niet over kunst gaat maar over dekking – de geografische en temporele dekking van een stad die je in vier dagen moet veroveren. Alsof de stad een probleemstelling is en kunst de oplossing. Alsof er ergens een jury zit die bijhoudt of u voldoende uw best heeft gedaan.

Maar kunst is nooit een oplossing. Kunst is een vertraging. En een jury is er niet – al gedraagt het Antwerpse kunstpubliek zich soms alsof ze een artistieke 10 miles moeten lopen.

Drie. Misschien vier.

Ik schrijf dit niet als klacht. Een klacht veronderstelt dat u verwacht dat het anders zou zijn, en ik ben al lang voorbij die illusie. Ik schrijf het als diagnose, en misschien ook als bekentenis.

Want ik ga. Natuurlijk ga ik. Ik ga niet naar alle 88 locaties, ga niet eens naar de helft. Ik zal ergens te lang blijven staan voor iets wat me beetpakt, en dan zal ik te laat zijn voor iets anders, en dan zal ik onderweg zijn naar een derde plek beseffen dat ik eigenlijk al genoeg gezien heb voor vandaag. Iemand zal me vragen hoeveel ik er gedaan heb. Ik zal een getal noemen dat hen teleurstelt.

De flaneur overleeft het kunstweekend niet door het te veroveren. Hij overleeft het door te weigeren. En door dat weigeren vervolgens op zijn blog te zetten, waarna hij toch weer naar buiten gaat.

88 locaties. Ik kies er drie. Misschien vier, als het niet regent.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder