Er was een tijd – en die is nog niet helemaal voorbij – waarin ik dacht dat stijl alles kon redden. Een zwak werk? Geen probleem. Gooi er wat sierlijke metaforen tegenaan, citeer een dichter, voeg een woord als “texturaal” toe, en je komt er wel mee weg. De recensie klinkt dan als een sonate: sierlijk, virtuoos, maar misschien net iets te glad. Geen schaduw, geen knik in de melodie.
Ik ken dat soort teksten. Ik heb ze zelf geschreven.
Er is iets verleidelijks aan mooischrijven over kunst. Zeker als het werk zelf zwijgt, zich niet makkelijk laat lezen, of net zo hol is dat je als schrijver de leegte wil opvullen. Dan ga je compenseren. Je schrijft over “de fragiele tactiliteit van het beeld” in plaats van te zeggen dat het werk je niets zegt. Of erger: je gaat je eigen gevoel overschrijven. Alsof je taal het werk belangrijker kan maken dan het is.
Maar stijl is geen dekmantel. Of mag dat toch niet zijn. In het beste geval is stijl een vorm van aandacht. Een manier van kijken die niet alleen benoemt, maar ook nuanceert en verdicht. Goede stijl komt niet om te imponeren, maar om de complexiteit van wat je zag recht aan te doen.
Stijl als leermeester
Wat mij hielp om dat te begrijpen, was de stilte. Die van een werk dat me sprakeloos maakte, maar ook die van de ruimte ertussen. Ik herinner me een bezoek aan Teshima Art Museum op het gelijknamige Japanse eiland. Ik werk er geraakt door een werk, zo simpel, dat ik haast beschaamd was er zo door geraakt te worden. In het werk ‘Matrix’ van Rei Natio borrelen druppels op uit de grond. La terre pleure.
Rondom mij zaten mensen, andere bezoekers van deze onaards mooie locatie. In stilte, in gedachten. Sommigen lieten hun tranen de vrije loop. Hier vielen maskers af, plengden we tranen, ieder met een eigen reden in het achterhoofd.
Dat was het moment waarop ik besefte: als ik dit al schrijvend wil vatten, moet ik zachter gaan schrijven. Minder fraai. Meer tastend. Dichter bij het niets.
De eerlijke vorm van stijl in kunstkritiek
Er is een verschil tussen vorm en franje. De eerste is nodig, de tweede verleidt. Kunstkritiek heeft stijl nodig zoals een danser adem nodig heeft: het moet vloeien, maar ook afgemeten zijn. Niet elke zin hoeft te schitteren. Soms moet een zin gewoon een deur zijn, niet een spiegel.
En toch. Soms laat ik me nog verleiden. Dan sluipt er een beeldzin binnen die beter klinkt dan klopt. Dan lees ik mezelf terug en denk: dit is mooi, maar niet waar en herschrijf ik. Knip ik. Laat ik het woorden als ‘betoverend’ en ‘resoneren’ verdwijnen. Want ik wil proberen geen recensent zijn die schrijft om indruk te maken. Ik wil raken waar het werk mij raakte – en zwijgen waar ik het niet begreep.
Misschien is dat de moeilijkste les in kunstkritiek als literair genre: dat je schoonheid niet moet fabriceren, maar volgen. Zoals je een draad volgt in een tapijt. Of een stilte in een gedicht. of een penseelstreek op canvas.
En als het werk niets doet, als het je koud laat, dan mag je dat schrijven. Maar zonder sneren. Zonder superioriteit. Zonder de ironie van de slimme zin. Dan schrijf je gewoon: het beeld bleef gesloten. Ik wachtte, maar het opende zich niet. Misschien lag het aan mij. Misschien niet. Ik schrijf dit op, als een moment van niet-begrijpen, maar ik publiceer het (nog) niet. Niemand maakt kunst die niet wil gezien worden. Maar zoals ik reeds eerder schreef. Kunst is er in vele talen en die ken ik niet allemaal. Misschien moet ik dat ook beginnen doen.
En dat is ook stijl. Maar dan eentje van de eerlijke soort.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Petje af voor dit artikel. Het is niet voor het eerst dat je de spijker op z’n kop slaat. Vriendelijke groet,
Oei, dit wil zeggen dat ik soms wel eens naast de spijker sla ;-).
Bedankt en fijne zondag.
Uw bescheidenheid als toeschouwer-commentator ontroert me en doet me roepen: « terecht »!
Bedankt voor deze hartverwarmende commentaar en warme tijden.
Eerlijk! Voorwaar, een bijdrage die misschien – er zijn misschiens in het slot – ook anderen inspireert om die reflectie te maken. Wat nut heeft een holle dialoog anders, dan holle communicatie bestendigen.
Tja, dialoog is dialoog zullen sommigen zeggen.