In deze reeks richt ik me in briefvorm tot een denkbeeldige jonge kunstliefhebber. Niet als leermeester, maar als medereiziger die zijn verwondering en twijfel deelt. Wat volgt zijn geen lessen, wel persoonlijke mijmeringen, herinneringen en ontmoetingen met kunst.


De brieven verschenen elke eerste woensdag van de maand. Dit is de laatste.

Lieve (jonge) kunstliefhebber,

Laat me beginnen met een verontschuldiging want deze laatste brief is te laat verschenen. De eerste woensdag viel op 2 september, maar dan had je het wellicht te druk met de kinderen en het nieuwe schooljaar.

Twaalf keer heb ik je geschreven (deze brief incluis). Elf keer heb je niet teruggeschreven. Dat vond ik aanvankelijk onbeleefd. Later begreep ik het beter: je bestond niet.

Rilke had zijn Kappus, een jongeman die echt bestond en die echt vragen had. Ik had jou. Een klankbord zonder postbus, zonder gezicht, zonder ooit één woord van tegenspraak of weerwoord. Het was, geef ik toe, een comfortabele correspondentie. Ik kon zeggen wat ik wilde. Jij kon nooit tegenspreken. De ideale gesprekspartner, met andere woorden, is er een die niet bestaat.

De jongen die ik zocht

Ik dacht je te vinden in musea, bij mensen die te lang naar een schilderij stonden te kijken zonder te weten waarom. Soms meende ik je te herkennen in de kunstliefhebber die zich verontschuldigt voor zijn onwetendheid, terwijl juist die onwetendheid het enige eerlijke instrument is dat hij heeft. Ik zocht je overal, behalve op de enige plek waar je al die tijd zat.

De brievenschrijver schrijft altijd aan zichzelf, twintig jaar jonger. Dat is geen ontroerende ontdekking, het is een cliché zo oud als de eerste inktpot. Maar clichés worden clichés omdat ze, godverdomme, blijven kloppen. Kloppen als een zwerende vinger, zoals mijn grootvader pleegde te zeggen.

Wat een reeks moet doen

Een reeks moet ooit stoppen, anders is het geen reeks meer, het is een gewoonte. En een gewoonte is precies waar deze brieven tegen ageerden: tegen het snelle, het herkende, het automatische. Ik kan bezwaarlijk twaalf brieven schrijven over de moed om te wachten en dan zelf weigeren te stoppen wanneer het moment daar is.

Er is trouwens iets vreemd bevredigends aan het getal twaalf. Twaalf apostelen, twaalf maanden, twaalf werken van Herakles. Ik heb geen tempel gebouwd en geen os gewurgd, maar ik heb wel twaalf keer de moed gehad om te zeggen: ik weet het ook niet, laten we samen kijken. Voor een kunstcriticus is dat, denk ik, de zwaarste van alle opdrachten.

Het afscheid dat geen einde is

Ik ga je niet vertellen dat je nu alles weet. Je weet niets. Dat is precies zoals het hoort. Wat ik je wel kan meegeven, is de enige les die de twaalf brieven samen vormden, verstopt tussen de anekdotes en de zijsprongen: kijken is nooit klaar. Er komt geen certificaat. Er komt geen moment waarop je eindelijk "kunstkenner" mag zeggen zonder een steek van gêne.

Je bent, met andere woorden, precies zo ver gekomen als ik. Nergens.

En dat is, verrassend genoeg, een geruststelling.

De brieven stoppen. De kunstflaneur niet. Ik zal blijven dwalen, blijven schrijven, af en toe nog een brief de wereld insturen, maar niet meer op deze vaste eerste woensdag, niet meer aan jou. Je mag nu je eigen post openen.

Wie de weg terug wil vinden, hier is de hele route:

  1. Over het belang van verveling
  2. Wat is kunst?
  3. Kijken voorbij de canon
  4. Over wat je nog niet weet
  5. Originaliteit, de grootste leugen van de kunstwereld
  6. Over het gevaar van uitwissen
  7. Over de moed om te wachten
  8. Over de paradox van de Biënnale
  9. Over de kunst van het zwijgen
  10. Over kijken als vorm van vergaren
  11. Over het licht dat je meeneemt

Dank je voor het lezen van brieven die je nooit ontving.

Tot ergens, onaangekondigd,

"Men schrijft geen brieven om ze te versturen. Men schrijft ze om ooit te mogen stoppen." - Kunstflaneur


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder