Een impressie bij Dormir comme le soleil, Adrien Vescovi, Centre de la Vieille Charité, Marseille
Ik zit in de schaduw van de bomen buiten de Vieille Charité, kombucha met vijgensmaak binnen handbereik, brochure opengeslagen op mijn schoot. In die houding, half student, half gepensioneerde, bestudeer ik de infographic waarop iemand de moeite heeft genomen deze tentoonstelling in cijfers te vangen. Drie maanden atelierwerk.Eén à vijf mensen aan het werk. Tweeëndertig pigmenten, omgetoverd tot meer dan driehonderd kleuren. Honderdenacht bogen, zeshonderdachtenveertig oude lakens.
Boven die opsomming staat, alsof iemand net op tijd besefte dat dit ook een grap kon zijn, compter les moutons. Schapen tellen. Deze uitdrukking fascineert me. Schapen tellen is, voor wie het ooit probeerde, geen wetenschap maar overgave. Je geeft het op om nog langer wakker te willen zijn, en telt jezelf, cijfer na cijfer, in slaap.
De titel van de tentoonstelling zelf belooft iets wat daar loodrecht tegenover lijkt te staan. Dormir comme le soleil. Slapen als de zon. Maar de zon, voor zover ik weet, slaapt nooit. Ze verdwijnt alleen, ergens anders, voor iemand anders. In die kleine tegenspraak, tussen een affiche die telt om te vermoeien en een titel die rust belooft zonder ooit stil te vallen, houdt de hele tentoonstelling zich op, geloof ik.


De belofte van de titel
Kombucha op, brochure weer dichtgevouwen onder mijn arm, ik loop naar binnen. De kapel maakt eerst een indruk van luwte. Textiel hangt tot op acht meter hoogte, gordijnen omsluiten je voordat je de ruimte er eigenlijk achter kunt zien, en het licht wordt door al die lagen stof gefilterd tot precies de kleur van een ooglid dat net is dichtgevallen.
Het zou de makkelijkste zaak van de wereld zijn om hier het woord slaap uit te spreken en tevreden met mijn eigen scherpzinnigheid verder te wandelen. Ware het niet dat mijn blik toevallig te lang op één gordijn blijft rusten, en ik dan zie dat het beweegt. Niet dramatisch, er giert geen wind door een openstaand raam, maar een traag, bijna onmerkbaar ademen. Iets wat je pas opmerkt wanneer je jezelf dwingt langer te kijken dan beleefd is.
Textiel van deze omvang is, besef ik dan, altijd in beweging. Ze reageert op wie er langsloopt, op een deur die ergens anders opengaat, op een verschuiving in temperatuur die je zelf niet eens voelt. Wat je voor rust hebt aangezien, is in werkelijkheid een systeem van duizend kleine onrusten die elkaar, met wat geluk, in evenwicht houden.
Precies wat de zon ook doet. Ook zij staat nooit stil, wij zijn het die stilstaan en dat vervolgens haar rust noemen, uit gemakzucht of uit een tekort aan verbeelding. Zo bezien is Dormir comme le soleil geen instructie om te gaan liggen, maar een uitnodiging om te bewegen op een manier die zich niet als beweging voordoet. Wat, denk ik, ook een aardige definitie zou zijn van wat een goede tentoonstelling hoort te doen.
Wie slaapt hier nu?
De brochure vertelt, en ik geloof het graag, dat er in het atelier vaten staan van vierhonderd liter. Die koken op een laag vuur, en niemand, ook Vescovi zelf niet, weet vooraf welke kleur er uiteindelijk bovenkomt. Geel wordt geen rood in één enkele beweging. Eerst moet het door een reeks tussenstadia, die je niet corrigeert maar aanvaardt, zoals je een lastige reis aanvaardt, of een gezicht dat langzaam ouder wordt zonder dat je daar ooit toestemming voor hebt gegeven. Twee lappen stof die tegelijk in hetzelfde bad hebben gelegen, komen er als vreemden voor elkaar weer uit.
Wandelend tussen die gordijnen besef ik dat dit proces het exacte tegendeel is van wat wij ons bij slaap voorstellen. Slaap is, in de romantische verbeelding althans, een plek waar niets gebeurt terwijl alles zich ondertussen herstelt. Hier geldt het omgekeerde. Er gebeurt voortdurend iets, en niets keert terug naar een uitgangstoestand. Het laken dat het bad ingaat, komt er niet schoner uit. Het komt eruit als iets anders.
Buiten het atelier, zo lees ik verder, gaat dat proces gewoon door, zonder enig toezicht. Regen, stof, zonlicht, vervuiling, allemaal onbetaalde medewerkers die zich, zonder het ooit gevraagd te hebben, hebben ingeschreven voor een contract dat ze nooit hebben gelezen. Als er in dit hele verhaal iemand slaapt, is het in elk geval de kunstenaar niet. Die lijkt eerder de rol van nachtwaker op zich te hebben genomen, iemand die vanaf de zijlijn toekijkt hoe iets groters het werk overneemt zodra hij, al is het maar voor een moment, zijn rug keert.



Wat je telt om niet te tellen
Ik sla de brochure weer open, meer uit reflex dan uit noodzaak. Compter les moutons klinkt me nu minder als een grap in de oren dan bij eerste lezing. Het blijkt namelijk ook letterlijk te kloppen. De keten van schaap naar wol naar laken is niet zo lang als je zou denken. Wat ooit een dier was dat sliep in een wei ergens buiten deze stad, is inmiddels een laken geworden dat iemand anders heeft zien slapen. En wordt hier, in deze kapel, een installatie die het publiek zelf niet meer laat slapen, maar hooguit laat kijken.
Dus loop ik de bogen langs en probeer, zoals de affiche mij eigenlijk opdraagt, te tellen. Bij de zevende of achtste boog raak ik de tel kwijt, vermoedelijk precies de bedoeling van wie dit heeft opgezet. Tellen om te kunnen slapen werkt namelijk alleen wanneer het tellen zelf onbelangrijk wordt, wanneer het overgaat van cijfer in ritme. Vescovi's bogen zijn dan ook geen inventaris die je verplicht bent af te vinken, maar veeleer een metronoom.
En een metronoom, dat weet ieder kind dat ooit piano heeft leren spelen tegen zijn zin, houdt je niet wakker en laat je evenmin slapen. Hij markeert alleen dat er tijd verstrijkt. Misschien, zo bedenk ik in deze schaduw van stof, de enige eerlijke definitie die er van waken bestaat.
Levens die niet de mijne zijn
Het is, terwijl ik verder loop, onmogelijk tussen al die lakens te wandelen zonder te denken aan de mensen die er ooit in geslapen hebben. En dan bedoel ik dat niet metaforisch. Ik bedoel echt geslapen, gezweet misschien, gestorven wellicht, gewassen door iemand die zich onmogelijk kon voorstellen dat dit stuk stof ooit naast Ionische zuilen zou hangen, in een zeventiende-eeuwse kapel voor bedelaars.
Dat is de andere onrust van deze tentoonstelling. Minder zichtbaar dan de bewegende gordijnen, maar minstens even aanwezig. Textiel dat slaap heeft gedragen, draagt onvermijdelijk ook het bewijs dat die slaap ooit is geëindigd. Iedereen die er ooit in lag, is op een gegeven moment wakker geworden. Of is dat, op een ander moment, niet meer geworden. Beide mogelijkheden hangen hier naast elkaar, zonder onderscheid of duiding.
Precies zoals de zon dat ook doet, die evenmin onderscheid maakt tussen wie ze bijlicht, de levenden niet minder dan de doden, met dezelfde stralende onverschilligheid. Slapen als de zon betekent dan ook dit: rusten zonder onderscheid te willen maken tussen wat overleeft en wat dat niet doet. Een gedachte die weinig troost biedt, maar hier tenminste verpakt wordt in achthonderd vierkante meter van de zachtste stof die ik in lange tijd heb aangeraakt.



Wat blijft hangen
Ik verlaat de Vieille Charité met een gevoel dat zich niet laat samenvatten in de cijfers uit die brochure. Drie maanden werk, vijf paar handen, driehonderd kleuren, dat is boekhouding. En boekhouding is zelden de reden waarom een mens een gebouw binnenwandelt en er, ondanks zichzelf, stil van wordt.
Wat wel blijft hangen, letterlijk en figuurlijk, is dat ene gordijn dat bewoog terwijl niemand het aanraakte. Een beeld dat weigert stil te blijven staan in mijn hoofd. Wat, gezien het onderwerp van dit alles, misschien wel het beste compliment is dat ik het kan geven.
De brochure zegt nog altijd compter les moutons. Ik heb geteld tot ik de tel kwijtraakte, en ben toen simpelweg gestopt. Niet uit vermoeidheid, maar omdat ik, voor het eerst in lange tijd, helemaal niet naar slaap verlangde. Ik verlangde naar nog een boog. En dan nog een. Zoals de zon, vermoed ik, altijd verlangt naar nog een horizon om achter te verdwijnen. Alleen om ergens anders, voor iemand anders, weer op te komen.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Prachtige tekst. Heb het helaas gemist. Was wel in Marseille voor Art-O-Ramaâ¦
Hartelijke groet / Best wishes / Cordialement,
Manuela Klerkx