Adrien Tirtiaux bouwt geen monumenta aere perennius. Hij werkt met hout, met de eenvoud van voorlopige constructies. En toch creëert hij bij Fred & Ferry Gallery met Grand Chambord Interchange een ervaring na die eeuwenoude dromen oproept: de trap als belofte van verheffing, als metafoor voor het menselijk verlangen om hoger te reiken zonder ooit de hemel te bereiken.
Chambord en de echo van macht
Wie het Château de Chambord kent, herinnert zich vooral die wonderlijke dubbele trap, toegeschreven aan Leonardo da Vinci: twee helixen die zich rond elkaar slingeren zonder elkaar ooit te raken. Je ziet de ander lopen, maar je ontmoet hem niet. Het is een architectonisch raadsel dat de eeuwen heeft doorstaan, een soort sculptuur van misgelopen ontmoetingen en eindeloze circulatie.
Tirtiaux brengt een echo van dat beeld binnen in de intieme ruimte van Fred&Ferry. Natuurlijk, hier geen renaissancepaleis, geen marmeren treden, geen symboliek van macht en koninklijke verheffing. Hier staat een trap uit hout, rechttoe rechtaan, functioneel. En toch, wanneer hij door Tirtiaux wordt ingesloten in een cilindervormige constructie, verandert het geheel in iets dat de bezoeker niet meer achteloos kan nemen. Elke stap wordt een moment van bewustzijn, een confrontatie met ruimte en tijd.
Wat in Chambord een theatrale geste van macht was, wordt bij Tirtiaux een democratische ervaring: iedereen die de trap betreedt, maakt deel uit van de choreografie van het kunstwerk. Ook in de Bourse de Commerce in Parijs speelt dat idee mee: een trap is nooit zomaar een verbinding tussen niveaus. Het is een plaats waar lichamen bewegen, waar tijd vertraagt of versnelt, waar verhalen beginnen en eindigen. Het hout waarvan Grand Chambord Interchange is gemaakt, draagt die spanning in zich: ruw, eenvoudig, en toch drager van een eeuwenoude symboliek.



Stairway to Heaven, maar aards
Onvermijdelijk duikt bij mij de gedachte aan Stairway to Heaven op, dat iconische rocknummer dat de belofte van verheffing koppelt aan de melancholie van een droom die nooit helemaal werkelijkheid wordt. Bij Led Zeppelin is het een gitaarriff die blijft opstuwen, een melodie die je meeneemt naar een andere staat van zijn.
Bij Tirtiaux is het de houten trap die die spanning oproept. Natuurlijk, hier geen hemel, geen wolken, geen religieus verlangen. De hemel die hier wordt beloofd is niets anders dan de ervaring van het klimmen zelf: de adem die versnelt, de tred die zich herhaalt, het zicht op de ander die even verschijnt achter een boog en dan weer verdwijnt. Het is een bescheiden, haast nederige vorm van verheffing: niet boven de ander, maar boven jezelf.
Waar trappen eeuwenlang symbolen van macht en religie waren – kathedralen, paleizen, rechtbanken – haalt Tirtiaux dat verhevene naar de schaal van de gewone bezoeker. Zijn trap is voor iedereen. Hij vraagt geen eerbied, hij vraagt om gebruik. De verheffing is niet exclusief, maar gedeeld. Iedereen die de trap betreedt, maakt deel uit van hetzelfde ritueel.
Het eenvoudige materiaal
Wat bijzonder blijft aan Tirtiaux’s werk, is de koppeling van grootse ideeën aan nederige materialen. Arte povera is niet ver weg. Zijn trap is van hout, niet van marmer of brons. Planken die doen denken aan bouwwerven, aan voorlopigheid, aan het praktische werk van timmerlieden.
Het is alsof hij wil zeggen: verheffing hoeft niet gebouwd te zijn op de eeuwigheid. Ze kan ook tijdelijk zijn, fragiel, gebouwd uit materiaal dat even later weer uit elkaar gehaald kan worden. De trap is een structuur die net zo goed kan verdwijnen als verschijnen.
Dat maakt het werk niet minder krachtig, integendeel. Het geeft het een broze kwaliteit die perfect past bij de ervaring van de bezoeker: elke stap die je zet, is zowel stevig als vergankelijk. Elke verheffing draagt zijn eigen eindigheid in zich.


Slot: een trap naar binnen
Een trap is een paradoxaal object. Hij verbindt, maar scheidt ook. Brengt je hoger, maar confronteert je tegelijk met je lichamelijke grenzen. Hij is een belofte van uitzicht, maar altijd tijdelijk: wie boven komt, moet ook weer afdalen.
Adrien Tirtiaux kent die spanning maar al te goed. Oorspronkelijk opgeleid als architect, later gevormd als kunstenaar in Brussel en Wenen, heeft hij zich steeds bewogen op de grens tussen bouwen en bevragen. Zijn eerdere projecten – van o.a. Regardant le soleil (2019) waarbij hij twee werken van George Grard verbond met een fictieve schaduw van de Ijzertoren en Dripping Bomb Drop (2014) – waren nooit louter objecten, maar tijdelijke situaties die pas betekenis kregen wanneer bezoekers erdoorheen gingen, ze activeerden of zelfs lieten verdwijnen.
Die achtergrond verklaart waarom ook Grand Chambord Interchange bedoeld is om ervaren te worden. Het is een werk dat vertraagt, dat dwingt tot aandacht. Je voelt je opgenomen in een structuur die je zelf activeert. En misschien is dat de essentie: de trap is geen weg naar de hemel, maar een weg naar jezelf. Elke trede die je neemt, brengt je dichter bij een ervaring van aanwezigheid, bij de bewustwording van je eigen beweging.
In de handen van Adrien Tirtiaux wordt een houten trap meer dan een functionele structuur. Hij wordt een spiegel, een metafoor, een kleine machine die de bezoeker confronteert met zijn eigen aanwezigheid in de ruimte. Je beklimt hem niet om boven te komen. Je beklimt hem om te ervaren hoe je onderweg bent.
Zo wordt Grand Chambord Interchange een intiem, broos monument: gebouwd uit hout, maar geworteld in eeuwenoude dromen en een praktijk die altijd speelt met de breuklijn tussen architectuur en kunst. Een trap die zich naar binnen keert, die ons herinnert dat verheffing niet iets is dat buiten ons ligt, maar iets wat we in elke stap kunnen vinden.



De expo ‘Grand Chambord Interchange’ van Adrien Tirtiaux is nog tot 31 augustus 2028 (u leest het goed!) te bewonderen bij Fred & Ferry Gallery.
Foto’s zijn van Lynn Van Oijstaeijen.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
