Please allow me to introduce myself
The Rolling Stones meet Michael Bulgakov
"Wie ben jij dan wel?" vroeg Woland. "Ik ben een deel van die kracht die steeds het kwade wil en steeds het goede schept."
Please allow me to introduce myself.
Ik ben een oudere, blanke man. Ik schrijf over kunst. In 2026 is dat een combinatie die in bepaalde kringen hetzelfde effect heeft als binnenstappen in het Afrikamuseum met een sigaar en een koloniale helm. De zaal valt stil. Niet van ontzag.
Bulgakov wist het al. In De Meester en Margarita arriveert Woland in Sovjet-Moskou als een beleefde vreemdeling met een bezoekerskaartje dat telkens van nationaliteit verandert. Hij is hoffelijk, erudiete, ontwapend. Voorspelt de dood van Berlioz - correct, tot op de minuut. Hij liegt niet. Hij zegt precies wat er gaat gebeuren. En niemand gelooft hem. Niet omdat hij onbetrouwbaar is, maar omdat een samenleving die de waarheid niet meer verdraagt, de eerlijke stem automatisch als duivels bestempelt. Woland is gevaarlijk niet ondanks zijn eerlijkheid - maar dankzij. In een wereld van ideologie en verplicht optimisme is de man die gewoon zegt wat hij ziet de gevaarlijkste figuur in de zaal.
Mick Jagger las Bulgakov en herkende hem onmiddellijk. Please allow me to introduce myself, a man of wealth and taste. De duivel die zichzelf voorstelt. Beleefd. Met een visitekaartje. Niet als dader maar als getuige - iemand die er gewoon was en opschreef wat hij zag. We verwachten van het kwaad dat het grof en luid is. Het komt binnen in een goed gesneden pak. (DJT iemand?)
En de criticus? Die introduceert zich ook. Legt zijn positie op tafel. Benoemt wat hij ziet. Zonder disclaimer, zonder de verplichte buiging naar links of rechts. En wordt precies daardoor verdacht. Voor rechts omdat hij cultuur serieus neemt. Voor links omdat hij weigert zijn blik te laten bepalen door zijn biografie.
Pleased to meet you, hope you guess my name.
De eerlijke waarnemer is de nieuwe duivel. Niet omdat hij slecht is. Maar omdat eerlijkheid in een gepolariseerd klimaat eruitziet als provocatie.
En toch. Hier sta ik.
De bulldozer van rechts
Van rechts komt de machine van Trump en zijn acolieten. Cultuur is verspilling. Musea zijn tempels van de elite. Subsidies zijn diefstal van de hardwerkende burger. De man die ooit een vergulde toren bouwde als monument voor zichzelf heeft besloten dat schoonheid verdacht is, verbeelding lui en dat alles wat niet onmiddellijk rendeert mag worden afgebroken. De National Endowment for the Arts (NEA) wordt uitgehold. Bibliotheken sluiten. Kunsteducatie verdwijnt als een post die niet in de begroting past. Universiteiten worden gedwongen hun kunstprogramma's te rechtvaardigen in economische termen, alsof een schilder zijn bestaansrecht moet bewijzen met een rendementscurve.
Dit is geen onwetendheid. Dit is programma. En het programma is helder: een samenleving die niet nadenkt over zichzelf, is een samenleving die makkelijker te besturen valt.
De machine van links
Van links komt de andere bulldozer. Zachter in haar vocabulaire, harder in haar oordeel. Hier mag ik wel bestaan - maar onder voorwaarden. Ik moet mijn positie erkennen. Mijn privilege benoemen. Mijn blik historiseren. Elke zin die ik schrijf over een werk van een kunstenaar die niet is wat ik ben, moet worden voorafgegaan door een stilzwijgende disclaimer: ik weet dat ik dit misschien niet kan begrijpen. Het schuldgevoel is geen fase. Het is de grondtoon. Permanent. Constitutief. Als liturgie zonder aflaat.
En ik - de criticus die gewoon wil schrijven wat hij ziet - word van twee kanten tegelijk geplet.
Ik ben geen nostalgicus
Begrijp me goed. Ik weet dat de canon scheef was. Ik weet dat musea decennialang hebben gedaan alsof het perspectief van de oudere witte man het universele perspectief was - en dat was arrogantie, geen neutraliteit. Er zijn stemmen die te lang hebben gewacht. Terecht dat deuren opengaan.
Maar hier is het probleem. Ik heb mijn leven gewijd aan één eenvoudig principe: voor een werk staan, kijken, en beschrijven wat ik zie. Niet wat de instelling wil. Of wat de kunstenaar hoopt. Niet wat het politieke moment vereist. Wat ik zie. Dat is geen privilege. Dat is een ambacht. En een ambacht heeft spelregels. De voornaamste: het werk staat centraal. Bevestiging of iets wat nog niet gezegd was. Of het de kijker verandert, al is het maar voor de duur van een blik.
Beiden willen hetzelfde
Trump wil kunst die hem niet uitdaagt. De diversiteitscommissie wil kritiek die niemand beledigt. Beiden zijn allergisch voor hetzelfde - het eerlijke, ongemakkelijke, niemand-ter-wille oordeel. Beiden beweren de kunst te verdedigen. De een als erfgoed van de natie, de ander als stem van de onderdrukten. Maar wat ze verdedigen is hun eigen gelijk. De kunst is het schild. Het argument is de macht.
Pleased to meet you, hope you guess my name. De duivel stelt zich voor en niemand herkent hem, omdat niemand wil geloven dat het kwaad zo gewoon binnenkomt. Zo beleefd. Met een persbericht.
Daar zit de criticus, met zijn pen, en vraagt zich af voor wie hij eigenlijk nog schrijft.
De balans
Rechts wil mijn onderwerp afschaffen. Links wil mijn stem diskwalificeren. En ik sta ertussenin op een stuk grond dat elke dag smaller wordt, met als enig wapen een pen en de onbeschaamde overtuiging dat een slecht werk slecht is en een goed werk goed - ongeacht wie het maakte, waarom het werd gesubsidieerd, of het de juiste vakjes aanvinkt.
Oudere witte man. Criticus. Gelooft in feiten.
I am fu...d.
En toch
Toch blijf ik staan. Voor het werk. Langer dan comfortabel is. Want als de kritiek capituleert, is ze geen kritiek meer. Dan is ze propaganda met een betere zinsbouw.
Woland verliet Moskou uiteindelijk ongestoord. Niet omdat hij had gewonnen - maar omdat de stad hem niet nodig had om zichzelf te vernietigen. Jagger speelt het nummer nog steeds. Elke avond opnieuw. What's puzzling you is the nature of my game. Niet het kwaad zelf - maar de verwarring over waar het vandaan komt.
De criticus weet waar het vandaan komt. Van overal tegelijk.
Het midden bestaat niet meer, zeggen ze. Misschien niet. Maar het werk bestaat nog. En zolang het werk bestaat, bestaat de criticus die het durft te beoordelen op zijn eigen merites.
Zelfs als hij ouder is. en blank Zelfs als hij ... een man is.
Verdomme.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Schitterend!
“Mes chers frères, n’oubliez jamais, quand vous entendrez vanter le progrès des lumières, que la plus belle des ruses du Diable est de vous persuader qu’il n’existe pas !”
Je weet wel 😉
blwdrk-groetjes,
mb