Please allow me to introduce myself, I’m a dog of wealth and taste. Ik ben Bae’ly, de hond van mama en papa. Suikernonkel Yves, de broer van mama, is twee weken op vakantie, en omdat iemand op zijn appartement en zijn boeken moet letten, trekken mama, papa en ik voor die periode naar Antwerpen.
Ik ga overal mee naartoe waar mama en papa gaan, dus ook hierheen. Ik ken dit appartement niet zo goed als het mijne. Alles ruikt hier anders, net iets te veel naar oude boeken en te weinig naar hondenkoekjes. Eerste wat ik doe bij aankomst: elke kamer besnuffelen. Tweede wat ik doe: de boekenkast inspecteren, want daar zit meestal iets interessants tussen.
En daar zag ik het. Een hond op het omslag, in een gouden lijst, tussen twee andere geschilderde honden in. Honden in het museum. Ik ga er eens goed voor zitten, want dit gaat, onrechtstreeks, over mij.
Een collega, min of meer
Die hond op de cover heet Basso. Een lagotto romagnolo, weelderig wit krullenkopje, blijkbaar de eregast in een boek van Arthur Japin. Hij wandelt door een museum en blaft zijn ongezouten mening over Botticelli en Bacon, en de mensen vinden dat allemaal heel charmant. Ik heb de recensie gelezen die suikernonkel Y erover schreef. Een tekst vol liefde voor het onderwerp, met een goed oog voor de ondeugd van dat beest, en met precies genoeg afstand om niet in stroperige schattigheid te verzanden. Knap gedaan, dat geef ik toe.
Maar ik zat er toch met een wrang gevoel bij. Basso krijgt een heel boek en een uitgebreide recensie. Ik krijg een logeerkamer die niet de mijne is en een suikernonkel die pas over twee weken terugkomt.
Ik, model zonder contract
Ik weet nu al hoe dit afloopt. Papa pakt zijn telefoon en zet me naast dat boek. Mama trekt de foto's, papa mijn aandacht. De foto gaat naar suikernonkel, die duizend kilometer verderop ongetwijfeld in een museum zit. Zodra hij terug is, schrijft hij er ongetwijfeld iets bij. Een tussentitel, een vleugje zelfspot, en over twee weken sta ik op het internet naast Arthur Japin alsof ik daar iets over te vertellen heb. Ik heb er niets over te vertellen. Ik heb vanmorgen op een pantoffel gekauwd die niet van mij was. Maar dat weerhoudt niemand ervan om mij in te zetten als perfecte illustratie bij een gedachte over kunst en hondenperspectief.
En dat is precies waar ik blijf op vastlopen. Suikernonkel Y kan dagen schrijven aan een doorwrochte tekst, zoals die recensie over Basso en Japin, met research, met een eigen stem, met zinnen die hij drie keer herschrijft tot ze kloppen. Die tekst wordt gelezen door een handvol mensen die het onderwerp al genegen waren.
Ik moet gewoon bestaan, hier zittend naast een boekenrug, met een blik die papa "filosofisch" noemt maar die in werkelijkheid gewoon betekent dat ik me afvraag wanneer het eten komt, en het internet ligt aan mijn voeten.

De vraag die ik mezelf stel
En dan is er nog die ene vraag die door mijn kop blijft spoken, hier in mijn logeermand. Als suikernonkel Y straks terugkomt en die foto van mij naast Basso op zijn blog zet, gaat die dan meer hits opleveren dan zijn eigen recensie over datzelfde boek? Ik durf het bijna niet hardop te stellen, uit respect voor al die uren die hij aan die tekst besteedde, maar ik vermoed dat ik het antwoord al ken. Een kop met grote oren wint het van een goed beargumenteerde alinea over Botticelli. Dat is geen boutade, dat is gewoon hoe het internet werkt, en ik ben daar, tegen wil en dank, het levende bewijs van.
Waarom ik en niet de tekst
Ik heb er lang over nagedacht, in mijn logeermand, en ik denk dat ik het antwoord heb. Een tekst vraagt tijd. Je moet gaan zitten, de titel lezen, beslissen of het onderwerp je interesseert, en dan nog eens echt lezen, tot het einde. Ik vraag niets. Je scrollt, je ziet een kop met te grote oren, en je duim beweegt vanzelf naar de likeknop. Geen inspanning, geen investering, geen risico dat je halverwege afhaakt omdat de zin te lang wordt. Basso had het in dat opzicht makkelijker dan suikernonkel Y: een hond in een boek wordt sowieso al aardig gevonden, terwijl een recensent over die hond eerst moet bewijzen dat zijn blik de moeite waard is.
Het antwoord dat niemand wil horen
Ik oordeel niet, want ik ben zelf het bewijs van het probleem. Maar ergens knaagt het wel, hier tussen zijn boeken, terwijl mama en papa op zijn appartement passen. Al dat harde werk aan een tekst over een boek over een hond, en uiteindelijk is het toch weer de hond die wint. Nu ja. Als suikernonkel Y straks terugkomt van vakantie, mag hij zijn recensie over Basso gerust nog eens delen. Ik zet mij er wel weer naast. Het is het minste wat ik kan doen voor de lezers die anders toch niet waren blijven hangen.

Op 26 augustus kunnen artistieke viervoeters naar Düsseldorf trekken voor Dog Day.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
