Als kunstflaneur blijf ik koppig - en misschien wel naïef- geloven in nuance, verstilling en werk dat betekenis zoekt. Maar ik betrap mezelf erop dat ik me meer en meer afvraag of ik niet per ongeluk in een parallel universum ben beland. Een universum waarin absurditeit niet langer een vergissing is, maar een beleidskeuze. Want ja, het is werkelijk gebeurd: Donald J. Trump heeft zichzelf de FIFA Prijs voor de Vrede uitgereikt. Niet omdat hij iets deed dat naar vrede ruikt, maar omdat niemand hem zo prachtig kan eren als hijzelf. De FIFA, doorgaans niet vies van wat grootsprakerige zelfverheffing, zag er plots bijna schuchter bij uit. Dat alleen al voelt historisch.
Een parallel universum dat zichzelf serieus neemt
Toen sloeg mijn verbeelding op hol en stelde ik me de vraag wat als de farce niet eindigt bij vrede. Wat nu volgt is ontsproten uit mijn brein, en ik hoop dat het daar ook mag en kan blijven.
Alsof het universum nog één trapje hoger wilde gaan op de ladder van het ongerijmde, organiseerde Trump onmiddellijk daarna de uitreiking van de Wereldprijs voor de Beste Kunstenaar in de Gehele Geschiedenis. En opnieuw viel de eer te beurt aan – ik hoef het niet te zeggen – dezelfde man die de prijs bedacht, de jury koos en het podium betaalde. Er waren geen genomineerden, geen shortlist, geen discussie. Enkel de zekerheid dat applaus gegarandeerd was, want het kwam uit eigen luidsprekers.
De kunst van zelfcanonisering
Het podium waarop deze dubbelceremonie plaatsvond, leek ontworpen door iemand die Versailles te bescheiden vond en Las Vegas net niet kitscherig genoeg. De trofee, glanzend als goud maar met die onmiskenbare plastic-ondertoon van goedkope zelfverheerlijking, glinsterde terwijl Trump het onding omhoogstak alsof hij zojuist zowel de Nobelprijs, de Turner Prize als de Champions League had gewonnen.
En toen kwam het moment waar iedereen – al was het enkel hijzelf – op had gewacht. Trump nam het woord – iets wat je hem nooit moet vragen, maar altijd krijgt – en verklaarde zichzelf:
“The greatest artist ever created by God… or by myself.”
“No one paints reality like me, because I create it first.”
“All art before me was a nice try.”
Het comité (lees: Trump) stond erbij en knikte bevestigend.
Ik, kunstflaneur, stond erbij en dacht: Dada is dood, maar heeft een opvolger gevonden.
De kunstwereld kijkt zwijgend toe
Nu zijn er in de kunstgeschiedenis talloze ego’s geweest. Kunstenaars die zichzelf centraal stelden in hun werk, curatoren die zichzelf als visionairen beschouwden, critici die dachten dat ze de wereld konden redden met hun nuance. Maar Trump heeft een nieuw genre uitgevonden: de zelftoegekende totaalperformance. Hij is niet alleen kunstenaar, publiek en curator in één – hij is ook de volledige jury, de sponsor, het prijzencomité en de live-commentator van zijn eigen grootsheid.
En de kunstwereld? Die zweeg, net zoals de voetbalwereld. Niet uit respect, maar uit een soort collectieve kortsluiting. Want hoe reageer je op een voorstelling die tegelijk zo bombastisch en zo leeg is dat ironie er bijna jaloers op wordt? Wanneer zelfs de FIFA er bescheiden bij lijkt, weet je dat je geen analyse meer schrijft, maar een autopsie van een tijdsgeest.
De bulldozer van het spektakel
Wat mij het meest treft, is niet de groteske zelfverheerlijking. Daaraan zijn we intussen gewend. Het is de manier waarop zulke vertoningen elke vorm van nuance, kwetsbaarheid en echte creativiteit platwalsen met de subtiliteit van een bulldozer. Terwijl kunstenaars in stilte werken, twijfelen, zoeken, struikelen en weer opstaan, schuift dit soort spektakel zich brutaal tussen het publiek en de betekenis. Het is alsof iemand in de leeszaal van een bibliotheek een confettikanon afvuurt en daarna beweert dat hij de literatuur heeft vernieuwd.
Wat rest er nog voor de kunstflaneur (en hopelijk ook voor vele anderen)?
Verontwaardiging, uiteraard. Sarcasme, gelukkig. Maar ook een stille droefheid om een wereld die steeds vaker applaudisseert voor het luidste geluid in plaats van voor de meest doordachte stem. Toch blijft één gedachte overeind staan, koppig en noodzakelijk: wanneer absurditeit het dominante principe wordt, dan is ironie de laatste veilige haven.
Trump mag zichzelf dan zowel vredestichter als grootste kunstenaar aller tijden hebben verklaard, maar ergens werkt iemand in stilte aan iets dat werkelijk de moeite waard is. Daar, in die kwetsbare ruimte buiten het spektakel, begint de echte kunst.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
