Over The Archive Series – Memoirs en de wereld die erachter schuilgaat
Er is een filosofisch probleem dat ik al jaren met me meedraag: het probleem van de waarneming als selectie. Wij denken dat wij kijken. Maar in werkelijkheid kiest iets in ons – vóór ons bewuste oog ook maar iets heeft gezien – wat zichtbaar wordt en wat verdwijnt. Het brein is geen spiegel. Het is een filter, een redacteur die zonder overleg beslist welke indrukken de drempel van het bewustzijn mogen oversteken.
Ik dacht hieraan toen ik op het werk van Mohritz Bergen stuitte – of misschien is “stuitte” het verkeerde woord, want je stuit niet op een wereld die al zo zorgvuldig geconstrueerd is. Je wordt er naartoe geleid, door een systeem dat zichzelf organiseert terwijl jij denkt dat jij de weg kiest. De website opent met één zin: An internal world under observation. Ik las die zin en bleef er even bij staan.
Tienduizend beelden in dozen
Er hangt een kind in de ruimte. Van achteren gezien, geknield, te klein voor de leegte eromheen. Voor hem een wand die tegelijk architectuur en ruis is – een raster van geschilderde vlakken die herinneren aan iets dat men herkent zonder het te kunnen benoemen. Een archief misschien. Een geheugen in verval. Of een stad waarvan men de naam vergeten is maar de geur nog weet. Het kind kijkt. Of het wordt bekeken. In de schilderijen van Mohritz Bergen is dat onderscheid nooit volledig opgelost.
Het begint niet met een atelier, niet met een academie, niet met een galerijtour langs bevriende kunstenaars. Het begint met scharen.

Acrylic, pastel, pencil on panel with frame.
86.8 x 100.7 cm

88 x 106.5 cm
Benjamin Gardin, die schildert en tentoonstelt onder de naam Mohritz Bergen, werd geboren in Brugge, groeide op in Loppem en verhuisde 15 jaar geleden naar Koekelare. Buiten de stedelijke kunstcircuits, buiten de milieus waar men als kind vanzelfsprekend leert dat kunst een levensrichting kan zijn. Wat hij wel had, waren beelden. Foto’s uit magazines, knipsels uit boeken en kranten, gevonden fragmenten die hij bewaarde in dozen die zich door de jaren heen opstapelden tot een archief van meer dan tienduizend stuks. Hij wist aanvankelijk niet waarom. Hij voelde alleen dat hij het moest doen – dat elk bijgehouden beeld iets vastlegde wat anders zou wegdrijven in de stroom van indrukken die hem voortdurend overspoelde.
Pas later, na de diagnose ASS, viel het op zijn plek. Het archief was geen hobby maar een overlevingsstrategie. Een manier om grip te vinden op een wereld die te veel informatie tegelijk aanbood, om chaos om te zetten in orde, en betekenis te construeren waar die zich anders niet vanzelf aandiende. Het obsessief verzamelen, het patroonmatig denken, de drang om systemen te bouwen – het waren geen eigenaardigheden maar gereedschappen. En ze liggen aan de basis van alles wat Mohritz Bergen maakt.
Een naam met twee gezichten
De naam Mohritz Bergen is geen willekeurige keuze of loutere marketingbeslissing. Het is een constructie, precies het goede woord voor wat Bergen doet.
De achternaam ontleende hij aan Claus Bergen, een marineschilder die vandaag in de schaduw staat van zijn eigen morele geschiedenis: hij schilderde immers in opdracht van de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar hij heeft ook een heel ander leven geleid: op onderzeeërs in de Eerste Wereldoorlog, later schilderend aan Engelse kusten, zijn hele oeuvre in dienst van een obsessie voor de zee. Voor Gardin is Bergen de schilder die hem als kind voor schilderkunst openstelde. Niet Rembrandt, niet Van Eyck – Claus Bergen. Dat is de persoonlijke canon, en die weegt zwaarder dan de officiële.
De voornaam komt van Moritz de Vries, een fictief personage uit de televisieserie Parfum – niet te verwarren met de gelijknamige roman van Patrick Süskind – die zijn creaties benadert als een chirurg. Precies, gedisciplineerd, als een dissectie eerder dan een inspiratie. Twee figuren die gemeen hebben dat ze observeren en willen begrijpen door volledig open te leggen.
Dat Gardin zijn alter ego naar hen vernoemt zegt alles over de aard van de operatie. Mohritz Bergen is geen masker. Het is de naam van een methode.
Het brein als landschap
Parallel aan het archief en de schilderijen loopt binnen de praktijk van Bergen een langdurig onderzoek naar de gebieden van de hersenen zoals die destijds werden ingedeeld door Korbinian Brodmann. Dat onderzoek is niet wetenschappelijk van aard – Bergen is geen neuroloog en wil er geen zijn. Het is conceptueel en artistiek: het brein interesseert hem niet als biologisch orgaan maar als landschap. Een territorium waarin herinneringen, angst, controle, systemen en betekenisvorming samenkomen en elkaar voortdurend beïnvloeden.
Wat hem daarin bijzonder boeit is de werking van herinnering als voorspellingsmechanisme. Het brein archiveert niet neutraal – het selecteert, vervormt, vult aan en laat weg. Het vormt eerst een beeld van de werkelijkheid en bevestigt dat pas achteraf. Herinneringen zijn geen opnames maar reconstructies, en elke reconstructie wijzigt het origineel licht. Wat sterk genoeg is, blijft. Wat zwak is, verdwijnt.
De schilderijen van Memoirs modelleren dat proces. Ze beelden geen herinneringen uit maar de manier waarop herinneringen functioneren: de vervaging, de vervorming, de emotionele lading die bepaalt wat zichtbaar blijft. Vandaar ook de beelden die zich bewegen tussen herkenning en vervreemding – alsof men kijkt naar iets dat men zich meent te herinneren maar waarvan de context verdwenen is. Het is niet nostalgisch. Het is epistemologisch.

De kleur van overleving
De werken zijn uitgevoerd op panelen, niet op doek. Dat is geen toeval. Het harde oppervlak sluit aan bij het gecontroleerde karakter van de praktijk – er is geen organische ademhaling van het canvas, geen toevallige textuur die meewerkt of tegenwerkt. Alles wat zichtbaar is, is gewild. Bergen bouwt zijn beelden traag en gelaagd; sommige werken vertrekken vanuit tientallen referenties of aanpassingen vooraleer een definitieve compositie ontstaat. Techniek en inhoud zijn onlosmakelijk verbonden.
Het kleurgebruik is overwegend monotoon, in groenachtige tinten die op het eerste gezicht terughoudend lijken maar bij nader inzien precies geladen zijn. Ze verwijzen naar oude monitoren, nachtkijkers, medische beeldvorming, verouderde filmkleuren. De kleur van dingen die bewaard zijn gebleven terwijl de rest vervaagde. Dat is geen toeval: rood en geel pigment lossen het snelst op onder Uv-licht en door de erosie van filmmateriaal. Wat overblijft is een groene schijn. Bergen heeft dit fenomeen onderzocht via experimenten met azijn op inkjetprints, waarbij kleuren eerst donker worden en dan verzadigen tot iets dat aanvoelt als gefabriceerde ouderdom. De groenachtige toon is geen stijlkeuze maar een tijdsargument. Een kleur die zegt: dit beeld heeft overleefd.
De monitor frames functioneren niet als afbakening maar als interface – een kader dat suggereert dat het beeld niet zomaar verschijnt maar geselecteerd, verwerkt en doorgestuurd wordt. Door een systeem. Door The Monitor Man: de derde figuur in de constructie, na het archief en de naam Bergen. Niet een personage maar een functie – de observatiefunctie die bepaalt wat bestaat, wat gefilterd wordt, wat weerhouden. Het actieve mechanisme van de ratio dat de werkelijkheid vooraf al herstructureert.
Een viering van overleving
Memoirs is ontstaan vanuit eenzaamheid. Bergen zegt het zelf, zonder omwegen: een gigantische eenzaamheid, een onbegrip met anderen, een voortdurend vastzitten in het hoofd zonder uitweg. De reeks is de neerslag van dat proces – maar niet als klacht en niet als confessie. Als overwinning.
Dat onderscheid is essentieel, en het is ook wat de schilderijen beschermt tegen de reductie die Bergen het meest vreest: dat het werk herleid wordt tot het verhaal van de kunstenaar, dat de kijker niet meer naar het werk kijkt maar naar de maker.
Vandaar de bewuste openheid van de beelden. Het klaslokaal in Breeze is zijn klaslokaal – de plek waar hij niet kon functioneren, waar de concentratie wegglipte, waar het isolement zichtbaar werd in een figuur die alleen zit terwijl de wereld om hem heen doorgaat. Maar het is ook het klaslokaal van iedereen die er ooit in heeft gestaan. De eenzaamheid is zijn eenzaamheid, maar via het beeld ook die van de kijker. Dat is de ruimte die Bergen bewust openhoudt: het persoonlijke als ingang tot het universele, niet als eindpunt.

Acrylic on panel with monitor frame
Bergen citeert Nietzsche in zijn statement: “Those who see too much end up not fitting in anywhere.” Maar hij citeert het niet om het te bevestigen. Hij citeert het om te laten zien wat hij ermee gedaan heeft: een systeem gebouwd om het te verdragen. Een archief. Een alter ego. Een Monitor Man. En schilderijen die de chaos omzetten in iets dat stil genoeg staat om bekeken te worden.
Het kind knielt voor de wand. Het kijkt, of het wordt bekeken. Het maakt, uiteindelijk, niet zoveel uit. Het beeld is er. Het heeft overleefd.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
