Een toevallige ontmoeting met Laura de Coninck over tranen, glas en de stille biologie van het mededogen
Het was geen afgesproken interview, maar een toevallige ontmoeting op het terras van koffiebar NORMO in Antwerpen – een van die zeldzame middagmomenten waarop de zon voor het eerst van het jaar écht iets meent. Laura de Coninck zat er al, cappuccino voor zich, gezicht naar het licht. Ze nodigde me uit om te zitten.
Ze toont me haar werk op gsm. Foto’s van glas. Een berg. Een witte vlag die tot aan het plafond van een oud industrieel pand reikt. Zakdoekjes – honderden gekreukte, gebruikt aandoende Kleenex-tissues – maar dan gevangen in glas, elk uniek geplooid, elk een bevroren gebaar van verdriet.
‘Venetië,’ verklaart ze met een glimlach. ‘Glasstress 2026.’



Het podium: Glasstress en de erfenis van Berengo
Om te begrijpen wat het betekent wanneer een kunstenaar wordt uitgenodigd voor Glasstress, moet je begrijpen wat Glasstress is – en wat het niet is.
Het is geen glaskunstbeurs. Het is geen ambachtsfestival. Glasstress is, sinds Adriano Berengo het in 2009 lanceerde als nevenproject van de Biënnale van Venetië, uitgegroeid tot het meest ambitieuze platform ter wereld waar hedendaagse beeldende kunst en het eeuwenoude ambacht van Murano-glas elkaar ontmoeten. Berengo’s missie was van bij het begin helder: glas zijn rechtmatige plaats geven in de wereld van de hedendaagse kunst – niet als decoratief materiaal, maar als volwaardig medium voor conceptueel denken.
De lijst van kunstenaars die hij daarvoor aantrok leest als een canon: Turner Prize-winnaars zoals Laure Prouvost, Gouden Leeuw-winnaars Thomas Schütte en Jimmie Durham, activisten zoals Ai Weiwei, en pioniers als Tracey Emin en Tony Cragg. Ai Weiwei verwoordde het ooit zo: hij gelooft in hedendaagse expressie, maar probeert tegelijk een oude techniek te ontwikkelen tot een nieuwe taal. Tony Cragg voegde daaraan toe dat het materiaal zijn eigen wil heeft – dat je begint met een bestemming en ergens anders uitkomt, en dat dit de essentie is van het creatieve proces.
Glasstress reisde ondertussen de wereld over: van het Museum of Arts and Design in New York over de Wallace Collection in Londen tot het Beirut Exhibition Center. Maar de wortels blijven in Murano, in de oeroude ovens van Berengo Studio, waar vaklieden met vloeistof en vuur gestalte geven aan wat kunstenaars bedenken – en soms aan wat ze niet eens wisten dat ze bedachten.
Voor editie 2026, gecureerd door Joanna de Vos en Adriano Berengo, werd Laura de Coninck uitgenodigd. En zij bracht iets mee dat je niet in glas zou verwachten: een traan.
Het beginpunt: een parfumflesje
Het verhaal van haar Glasstress-installatie begint, zoals zoveel van haar projecten, met een intiem en bijna terloops gebaar. Een paar jaar geleden begon Laura de Coninck haar tranen te verzamelen in een klein parfumflesje. Ze noemde het – met de vanzelfsprekende poëzie die haar eigen is – Eau de Larmes. En tot haar verrassing: de tranen ontwikkelden een geur.
Dit was geen metafoor. De tranen roken werkelijk naar iets – een subtiele, nauwelijks te benoemen essentie die haar intrigeerde. Ze werkte samen met meesterparfumeur Sonia Constant en Givaudan Perfumes – het grootste parfumhuis ter wereld, waar ze olfactorisch kunstenaar in residentie is – om die geur zo nauwkeurig mogelijk te reconstrueren. Via een scent-trek-opname van de traanmoleculen werden de chemische componenten geïdentificeerd. Constant en De Coninck verfijnden het resultaat test na test, geur na geur. En ze slaagden.
‘Tranen zijn de meest eerlijke taal die we hebben,’ zei ze. ‘Woorden kun je verzinnen. Een geur niet.’ Deze woorden zinderen nog na terwijl ik deze zinnen aan het papier toevertrouw.


De wetenschap van het huilen
Laura de Coninck is geen sentimentalist. Wat haar werk onderscheidt van louter emotioneel expressionisme, is de precisie waarmee ze te werk gaat – de manier waarop het poëtische bij haar altijd gedragen wordt door het wetenschappelijke, en omgekeerd. Ze citeert onderzoeken en bekeek haar eigen tranen onder de microscoop. Ze werkte met parfumchemici om moleculen te identificeren.
De biologische werking van tranen is uitvoerig gedocumenteerd. Meerdere studies toonden aan dat de geur van tranen testosteron doet dalen – ons minder agressief maakt, ontvankelijker, zachter voor wat rondom ons gebeurt. Tranen zijn geen bijproduct van emotie. Ze zijn communicatie. Chemosignalen die het lichaam van de ander letterlijk herprogrammeren, zonder dat die er weet van heeft.
Maar De Coninck ging verder. Tijdens haar onderzoek stuitte ze op het werk van de Amerikaanse fotografe Rose-Lynn Fisher. Fischer deed jarenlang iets wat even eenvoudig als onthullend is: ze liet tranen drogen op glazen plaatjes en fotografeerde ze onder een microscoop.
Wat ze zag, noemde ze Topography of Tears – een atlas van het emotionele binnenland. Tranen van verdriet tekenden scherpe lijnen en kruisen, als littekens in zout. Tranen van opluchting spreidden zich uit als ijsbloemen of erosiepatronen in een woestijn gezien vanuit de lucht. Elk type traan heeft zijn eigen chemie, zijn eigen moleculaire handtekening – emotionele tranen bevatten zelfs een natuurlijke pijnstiller, leucine enkephaline, die het lichaam aanmaakt onder stress.


De Coninck bekeek haar eigen tranen. Tranen van verdriet vormden scherpe lijnen, kruisen, iets wat op littekens leek. Tranen van hoop en opluchting verspreidden zich als ijsbloemen. Dezelfde patronen als bij Fisher. De wetenschap bevestigde wat het lichaam al wist.
‘Het is meer dan een poëtisch idee,’ zei ze, met de rust van iemand die dit al vaak heeft moeten uitleggen aan wie het wilde reduceren tot sentiment. ‘Het is biologie. Tranen zijn chemosignalen. Ze communiceren. Ze veranderen de mensen rondom ons, zonder dat die er weet van hebben.’
Die overtuiging dat kunst kan werken als een biologische interventie, als een onzichtbare brug tussen lichamen, loopt als een rode draad door haar hele praktijk. Van de Suffokissing-installatie met de geur van moedermelk over het KMSKA-parfum als gelaagd clair-obscur: telkens gaat het om overdracht. Niet van ideeën, maar van iets fysiologisch. Iets dat je lichaam registreert voor je hoofd het begrijpt.
De installatie: drie lagen
Voor Glasstress vertaalde ze dit alles naar een installatie die zo simpel als indrukwekkend is, en die bestaat uit drie onlosmakelijk verbonden elementen.
Het eerste is de berg zelf: een hoge, stille hoop van glazen zakdoekjes, door de ambachtslui van Berengo Studio op Murano individueel gegoten uit de vormen van echte Kleenex-tissues. Elk uniek gekreukeld. Samen vormen ze een monument van gedeeld verdriet – breekbaar, kwetsbaar, en in al zijn eenvoud ontroerend. De glasbewerking is een technisch hoogstandje: elke tissue moest individueel gegoten worden met de karakteristieke kreukels, vouwlijnen vertaald naar het materiaal dat van nature het meeste weerstand biedt aan de toevalligheid van de menselijke hand. Glas bevriest het vluchtige. En dat is precies het punt.
Bovenop die berg: een witte vlag. Geen capitulatie – of misschien ook dat, maar dan in de meest nobele zin. Een vlag samengesteld uit witte katoenen zakdoeken, aaneen genaaid, die echte tranen bevatten. Tranen die De Coninck verzamelde tijdens een live performance op de trappen van het KMSKA in Antwerpen, waarbij ze het publiek vroeg hun tranen te schenken in een wit zakdoekje. Ter plekke naaide ze die samen, en richtte de vlag op als collectief gebaar van verbinding – een letterlijke kreet om menselijkheid. Zoals Tibetaanse Lungta-vlaggen op bergtopen worden gehesen zodat de wind de boodschap kan dragen: hier zijn de tranen de boodschap, en de wind neemt ze mee.
Het derde element is het meest intieme. De gereconstrueerde traangeur – Eau de Larmes – wordt in Venetië gepresenteerd in drie glazen ‘zakdoekjes’, door Berengo Studio gevormd als schaaltjes, bevestigd aan de muur, zoals wijwatervaten in een kerk. Bezoekers kunnen er een zakdoek of zichzelf mee besprenkelen. De geur als sacrament. De traan als heilig water. De onzichtbare emotie die via het reukorgaan tastbaar wordt – en zo stilletjes, biologisch, iets in de bezoeker verandert.



Coda: het vluchtige, vastgelegd
De zon was ondertussen verschoven. Het terras van NORMO begon zich te vullen met de gebruikelijke middaggasten. ‘Ik maak dingen die ik niet kan vasthouden,’ zei ze ter afronding van ons gesprek. ‘Geuren verdampen. Tranen drogen op. Zelfs glas breekt. Maar het moment dat ze er zijn – dat moment is echt.’
Roland Barthes schreef in A Lover’s Discourse: ‘By my tears, I tell a story, I produce a myth of grief… Words, what are they? One tear will say more than all of them.’ De Coninck heeft die gedachte niet geciteerd maar belichaamd – in glas, in geur, in een witte vlag boven een berg van gedeeld verdriet, in een stad die al vijfhonderd jaar weet hoe je het vluchtige vastlegt in iets dat brandt en stolt en blijft.
Release the Windhorses! opent tijdens Glasstress 2026 in Venetië, gecureerd door Joanna de Vos en Adriano Berengo, in samenwerking met Berengo Studio.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
