Laura de Coninck over haar reis van Watou tot KMSKA, het belang van herinnering, de wetenschap van geur en het vangen van tijd in een vluchtige essentie.

Een begin in Watou
Wanneer het gesprek op Laura’s eerste stappen in de kunst komt, valt de naam Watou al snel. ‘Daar is het allemaal begonnen,’ mijmert ze bij een kop koffie in haar geliefde koffiebar NORMO in Antwerpen. ‘De uitnodiging om de poëzie van mijn vader te vertalen naar beelden, gaf mij een nieuw perspectief op kunst. Het was alsof ik plots besefte dat ik iets kon toevoegen aan wat mijn vader had gecreëerd, en dat beeld en woord elkaar konden aanraken, des te meer omdat zijn thema’s ook groten￾deels de mijne waren.

Watou leerde me als kind al om op een persoonlijke en poëtische manier naar kunst te kijken. Ik ben begonnen als illustrator die werkte aan de vormgeving van andermans verhalen. Maar al snel voelde ik de behoefte om verder te gaan, mijn eigen mijmeringen vorm te geven. Kunst werd mijn medium om dat wat vluchtig is vast te leggen, en dat bracht me uiteindelijk naar geur.’

Laura De Coninck
Laura De Coninck

Wat trok je oorspronkelijk aan in het werken met geuren?
Ze glimlacht even en staart in de verte, alsof ze haar woorden wikt en weegt. ‘Geur heeft me als verborgen kracht altijd al geïntrigeerd. In mijn jeugd waren het de geuren van het dagelijkse leven die mij opvielen – een versgebakken brood, de bedwelmende geur van een tuin in bloei, de lichte muskusgeur die in iemands kleren bleef hangen. Het had iets magisch! En toen ik ontdekte hoe sterk herinneringen aan geuren zijn verbonden, werd dat mijn leidraad. Terwijl we slechts een klein percentage onthouden van wat we horen, zien of aanraken, blijft maar liefst 35 procent van wat we ruiken in ons geheugen verankerd. Het boeiende eraan is dat geur niet alleen herinneringen oproept, maar ook sterke emoties. En dat wilde ik als kunstvorm verder verkennen.’
‘Mijn schilderijen en beeldend werk zijn een voortdurende poging om te proberen te vatten wat ons ontglipt, het tijdelijke te vereeuwigen en te spreken over het onzegbare. Mijn werk met geuren ontstond uit dat verlangen. Geuren brengen herinneringen naar boven met een directheid en onweerstaanbare kracht die schilderijen of woorden zelden evenaren. Ook de wetenschap dat geuren onbewust onze lichamelijke reacties sturen, zoals feromonen, die een instinctieve aantrekkingskracht creëren, prikkelde mijn verbeelding.’

Hoe ontwikkel je een geurconcept? Waar begint dit proces?
‘Een geur creëren is als het leggen van een puzzel, waarbij elk onderdeel een thema, een verhaal of een emotie vertegenwoordigt. Het proces start altijd met de vraag: wat wil ik precies vertellen en wat wil/hoop ik dat de ander daarbij ervaart? In de geurkunst betekent dat een bepaalde combinatie van akkoorden: tonen die in balans moeten zijn zonder dat één element de bovenhand neemt. Het betekent ook accenten leggen. Net zoals een schilderij wordt opgebouwd uit lagen verf, toets voor toets, totdat de essentie tevoorschijn komt.’

‘Het maken van een geur is een zoektocht naar een alchemistische combinatie die de zintuigen prikkelt en lang blijft hangen, zoals een goed kunstwerk dat ook doet.’

Spelen herinneringen en emoties een belangrijke rol in je beeldend werk?

Laura knikt bevestigend. ‘Herinneringen en emoties zijn mijn voornaamste bron van inspiratie. De rode draad in mijn beeldend werk is de overdracht van een onderliggende emotie, waarbij ik hoop een connectie aan te gaan met een toeschouwer die het gevoel herkent en erdoor geraakt wordt. Geuren voegen hier een belangrijke dimensie aan toe, aangezien ze beter en sneller in staat zijn om emoties en herinneringen op te roepen.’

‘In 2019 werden in Watou 57 werken van mij tentoongesteld rond het thema “saudade”, waarbij meesterparfumeur Sonia Constant het gevoel van saudade in een geur vertaalde. Dit was de eerste keer dat een geur bijdroeg aan de betekenis en gelaagdheid van mijn werk. Sommige mensen waren er letterlijk tot tranen toe door bewogen. Hun herkenning en ontroering was het grootste compliment dat ik kon krijgen. Het gaf mij het gevoel dat mijn missie geslaagd was.’

‘Sonia Constant introduceerde me bij het grootste parfumhuis ter wereld, Givaudan in Parijs. Daar leerde ik onder haar supervisie geuren maken volgens de regels van de kunst, maar kreeg ik ook de vrijheid om het helemaal op mijn eigen intuïtieve wijze te doen. Voor mijn eerste olfactorisch kunstwerk maakte ik een gigantische moederborst in zachte, roze nepbont, een stof die uitnodigde om aan te raken. Als je dat deed, kwam de geur van moedermelk vrij en werd je onbewust naar de veiligheid van de moederborst gekatapulteerd. Een vleugje troost met een flinke knipoog naar Lacan en Freud, die beweerden dat de scheiding van de moederborst een collectief, onverwerkt trauma is. De geur van moedermelk was mijn proefstuk. ‘

Suffokissing installation
Suffokissing

Zijn er kunstenaars of kunststromingen die je inspireren?
‘Peter De Cupere, uiteraard (Laura volgde een opleiding bij hem aan PXL in Hasselt, als zijn enige en eerste masterstudente). Hij heeft een wereld voor mij geopend die ik op dat moment nog maar net aan het aftasten was. Dankzij hem besefte ik dat je geen klassieke parfumeur hoeft te zijn om geuren te creëren. Het kan ook op een experimentele manier – met distillaties en tincturen die op het eerste gezicht vreemd lijken. Of door bestaande geurgrondstoffen gevoelsmatig te combineren. Het intuïtieve, bijna rauwe in zijn werkwijze gaf mij de vrijheid om geuren te maken zoals ik schilder, vanuit een buikgevoel.’
‘Maar ook Jan Fabre is naast een inspirerend kunstenaar een pionier op het vlak van geurkunst. Op een tentoonstelling in Rome (door curator Joanna de Vos) hing een werk van mij in combinatie met een flesje dat echte tranen bevatte: Eau de Larmes. Tranen bevatten feromonen die instant je testosteron doen dalen en je ontvankelijker maken. Een leuk idee om de toeschouwer met een andere blik naar een werk te doen kijken. Tranen communiceren immers ook over de onderliggende emotie en dat is exact wat ik met mijn schilderijen in het algemeen wil bereiken: overdracht. Jan Fabre vertelde me toen dat hij jaren geleden al onderzoek deed naar tranen: tranen van ontroering bevatten het meeste zout, tranen van verdriet net iets minder en tranen van het snijden van ajuin zo goed als niets. Zulke ontdekkingen inspireren me, alsook het idee dat je als kunstenaar deel uitmaakt van een beeldende intertekstualiteit, waarbij je verder breidt aan ideeën waar anderen reeds een weg in hebben afgelegd.’

Kun je iets vertellen over je nieuwste project, het tabl’eau de parfum voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen? Hoe ben je te werk gegaan om zo’n iconische plek om te zetten in geur?
Laura’s ogen lichten op als het gesprek over het KMSKA-parfum gaat. ‘Het was een complex en uitdagend proces, zeker omdat het museum zo’n grote verscheidenheid aan werken en thema’s bevat. Het ontwikkelen van dit parfum vergde maanden van onderzoek en uitwerking. Het is een geur die de ziel van het KMSKA wil weerspiegelen. Voor dit project werkte ik samen met parfumhistoricus Alexandre Helwani en kunsthistoricus Koen Bulckens. Samen analyseerden we de schilderijen en zochten we naar de verborgen betekenissen van het beeldmateriaal. Die inzichten vertaalde ik in zes geurakkoorden met elk een ander thema. Parfumkenner en journaliste Sofie Albrecht evalueerde nadien of de geur werkelijk beantwoordde aan mijn opzet, en waakte ovder de originaliteit en de kwaliteit.’

Laura legt uit hoe deze akkoorden de zintuigen subtiel prikkelen en ons als het ware terugbrengen naar een andere tijd. ‘De geur van de lusttuinen bijvoorbeeld – een mix van aardse, kruidige tonen met toetsen van anjer, roos, appel, vijgenblad… – roept de weelderige tuinen op die zo vaak in schilderijen te zien zijn. De heilige rituelen komen terug in tonen van wierook en mirre, een verwijzing naar de sacrale rituelen die in vele kunstwerken te vinden zijn. De sensualiteit van Rubens’ naakten is vertaald in een mix van witte muskus, vermengd met ambergrijs en een vleugje komijn, wat een bijna tastbare huidgeur oproept.’
Ze pauzeert en glimlacht, verontschuldigt zich voor haar woordenstroom. ‘De uitdaging was om het klassieke en het moderne museumgedeelte in balans te brengen. Het KMSKA is niet enkel een plek voor oude kunst, het is ook een hedendaags instituut. Daarom heb ik gewerkt met zowel klassieke geuren als moderne en transparante geurmoleculen en wit sandelhout, die het contrast tussen donker en licht weerspiegelen – een clair-obscur zoals het museum dat ook heeft, niet alleen in zijn collectie, maar ook in de architectuur. Geur kon zo een brug slaan tussen het historische en het hedendaagse museum.’

Hoe belangrijk was de samenwerking met andere experts?
‘Die samenwerking was essentieel. Zonder de hulp van Alexandre en Koen zou ik de diepere lagen van de geschiedenis nooit zo hebben kunnen doorgronden. Alexandre vertelde me bijvoorbeeld over de geneeskrachtige werking van de geur van kruiden in vroegere tijden, en over het euforische effect van wierook. De geur van rozen, kaneel… werd vroeger geassocieerd met reiniging en zuivering. Ook bepaalde bloemen hebben een symbolische betekenis. Ze zorgden voor het fundament waarop ik verder kon bouwen. Ik vond ook dat de geur van een schildersatelier niet mocht ontbreken, het eikenhout van de parketzaal en de schildertableaus, enzovoort.’

Je hebt eerder gezegd dat geur een ‘stille kunstvorm’ is. Wat bedoel je daarmee?
‘Geur is als een fluistering. Je kunt het niet vastleggen, zoals een schilderij of een foto. Het vraagt een directe aanwezigheid – je moet de geur live ervaren, zonder filter. Die intimiteit maakt het zo bijzonder en kwetsbaar. Het is een stille kunstvorm die je niet kunt “vatten”, zien of aanraken, enkel gewaarworden. Terwijl een schilderij in een ruimte blijft hangen en tastbaar is, zal geur altijd ontglippen. Dat vluchtige, die stille aanwezigheid, is wat geurkunst zo krachtig maakt. Het is als een dans die zich ontvouwt en dan weer verdwijnt.’

Hoe denk je dat geur onze ervaring van kunst kan verrijken?
Geur voegt een totaal nieuwe laag toe aan de beleving van kunst. Het kan ons onderbewuste aanspreken, iets wat het visuele vaak niet bereikt. In een museum is alles twee- of driedimensionaal en alles is gebaseerd op één zintuig: ons zicht, en dat is zo jammer. Door geur toe te voegen, maar ook het tactiele of geluid, wordt kunst meer een totaalervaring. Het idee van synesthesie, waarin zintuigen elkaar versterken, inspireert mij.’

Hoe zie je de toekomst van geurkunst?
‘Volgens mij staat geurkunst op een keerpunt. Mensen zijn op zoek naar authenticiteit en verbinding. Steeds meer ontdekt men de unieke waarde van geur in het dagelijks leven. In de toekomst hoop ik dat geurkunst net zo vanzelfsprekend zal zijn als schil￾derkunst. Het zou geweldig zijn als we geuren op een dag digitaal kunnen doorsturen. Al ligt de magie van geur net in de vluchtigheid. Geurkunst is een “levende” kunst die we met geen enkel ander medium kunnen evenaren. Ze verplicht je om dit fysiek te ervaren en dat kan enkel door ook werkelijk naar een museum of galerij te gaan. Tenzij je een flesje koopt van de geur, natuurlijk, zoals binnenkort bij het KMSKA.’


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder