Er is een moment, voordat je ergens bent, dat je er al bent. Dat gevoel kennen alle flaneurs: de stad begint in de verbeelding, lang voor de voeten de kasseien raken. Venetië begint voor mij al in Antwerpen, achter dit scherm, met een persbericht en de naam van een kunstenaar die zes monumentale sculpturen heeft neergezet in een palazzo aan de Canal Grande. Peter Buggenhout. Ik ken zijn werk. En ik weet nu al dat ik die zalen moet betreden.

Palazzo Pisani Moretta

Een palazzo dat zichzelf heeft overleefd

De Fondazione Dries Van Noten opent op 25 april haar deuren in het Palazzo Pisani Moretta, een laat-vijftiende-eeuws archteictuurjuweel in Venetiaanse gotische Fiorito-stijl. In de 18e eeuw werd dit paleis omgetoverd tot een rococodroom door Chiara Pisani, en tot op vandaag bewonen de artistieke geesten van Giambattista Tiepolo, Jacopo Guarana, Gaspare Diziani en Giuseppe Angeli de kamers van deze parel.

Dries Van Noten en Geert Bruloot cureren er een tentoonstelling die meer dan 200 werken samenbrengt over twintig zalen, verspreid over gelijkvloers, piano nobile en tweede verdieping. Kunst, mode, design en juwelen in een narratief dat eerder door intuïtie dan door strikte logica wordt gestuurd. Goed. Logica heeft in Venetië toch nooit veel te zoeken gehad.

Maar het is Buggenhout die me trekt. Die me al trekt sinds de kennismaking enkele maanden geleden in zijn studio in het Gentse.

Materie die zich verzet tegen benoemen

Ik denk aan zijn sculpturen zoals ik ze ken: massieven van afval, industrieel restmateriaal, paardenhaar, stof, ingewanden. Niet als symbool – dat zou te netjes zijn, te beredeneerd – maar als directe fysieke aanwezigheid. Materialen die zich opdringen. Die niet vragen om interpretatie maar om lichamelijke respons: een lichte misselijkheid misschien, een onverklaarbare aantrekking, de onrust van iets dat je niet kunt benoemen omdat het zich actief verzet tegen benoemen. Georges Bataille spookt door zijn atelier. Het abjecte niet als esthetisch concept maar als levende materie, als datgene wat systemen van orde en betekenis ondermijnt door er gewoon te zijn.

En nu staat dat werk in Pisani Moretta. Omringd door fresco’s.

Twee soorten overdaad die elkaar aanstaren

Ik probeer me dat voor te stellen en het lukt me maar half — wat wellicht precies de bedoeling is. Buggenhouts rauwe, binnenstebuiten gekeerde objecten tegenover de rijkelijk versierde plafonds van voorbije eeuwen. Twee soorten overdaad die elkaar niet begrijpen en elkaar daarom des te heviger aanstaren. De rococodecoratie als beschaving die zichzelf heeft voltooid, die schoonheid heeft getemd en ingekaderd en verguld. De sculpturen van Buggenhout als datgene wat overblijft als je de huid van die beschaving opnieuw afstroopt: chaos en weigering. Een schoonheid die geworteld zit in blootstelling en fragiliteit. Ik geloof het. Ik wil het zien.

Schoonheid als vraagstelling

De titel van de tentoonstelling The Only True Protest Is Beauty draagt een spanning in zich die ik niet snel wil oplossen. Schoonheid als protest: het klinkt paradoxaal in een tijd die van kunst verwacht dat ze zich positioneert en antwoordt. Maar Van Noten en Patrick Vangheluwe formuleren het scherper dan dat. Schoonheid interesseert hen niet als antwoord, maar als vraagstelling. Schoonheid die ambiguïteit toelaat, traagheid, contradictie. Schoonheid die verontrust in plaats van oplost.

Buggenhout is daar de meest consequente vertegenwoordiger van. Zijn werk biedt geen transcendentie, verlossing of troost. Het legt kwetsbaarheid bloot. Het suggereert – en dit is het meest radicale van alles – dat onze enige redding misschien ligt in datgene te omarmen waar we het meest bang voor zijn. De chaos, het ondefinieerbare, of … het nog-niet-benoemde. In een wereld die schreeuwt om duidelijkheid, om posities, om verhalen die kloppen, is dat een stille maar verwoestende provocatie.

Ik ga erheen. Niet meteen. De tentoonstelling loopt tot 4 oktober, en de kunstflaneur heeft de luxe van het uitgestelde bezoek, het bezoek dat rijpt in de verbeelding voordat het werkelijkheid wordt. Maar ik ga. Ik wil staan in die zalen. Ik wil voelen hoe het is om tussen Tiepolo-fresco’s en Buggenhout-sculpturen te staan en niet te weten aan welke kant van de schoonheid ik me bevind. Of liever: ik wil ontdekken dat er geen kanten zijn. Alleen materie en aanwezigheid. Alleen de subtiele, ongemakkelijke, onmiskenbare vorm van protest die schoonheid kan zijn als ze zichzelf niet spaart.

The Only True Protest Is Beauty, Fondazione Dries Van Noten, Palazzo Pisani Moretta, Venetië. 25 april – 4 oktober 2026.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder