Berlinde De Bruyckere presenteert met KHORÓS haar eerste solotentoonstelling in Bozar Brussel. Deze langverwachte expositie is geen retrospectief, maar een gelaagd en meerstemmig circuit dat haar werk in dialoog brengt met historische en hedendaagse stemmen. De kunstenaar evoceert een intens emotioneel parcours waarin lijden, kwetsbaarheid, religie en erotiek samenkomen. Werken van onder andere Lucas Cranach, Pier Paolo Pasolini, Patti Smith en Peter Buggenhout versterken de polyfonie van beelden en verhalen.

De tentoonstelling beslaat ruim duizend vierkante meter en de architectuur van het museum wordt door De Bruyckere bewust in de opstelling geïntegreerd. De zachte lichtinval en de geborgen sfeer van de zalen gaan een intieme dialoog aan met haar monumentale werken, een selectie uit haar oeuvre van de afgelopen 25 jaar. Het resultaat is een zorgvuldig georkestreerd parcours waarbij de bezoeker geleid wordt langs een landschap van sculpturen, schilderijen, filmfragmenten en geluidsopnames.
Een ontmoeting met het werk van De Bruyckere is zelden een vrijblijvende aangelegenheid. Ze dwingt ons om te kijken, niet met de vluchtige blik van een voorbijganger, maar met de aandacht van een pelgrim die het onbekende wil beproeven. Haar sculpturen – vaak opgebouwd uit lagen was, hout, textiel en dierenhuiden – ademen een intensiteit die zelden onberoerd laat. Ze tasten woordeloos het spectrum van onze diepste emoties af: pijn en troost, verlangen en verlies, kracht en kwetsbaarheid.


Een universeel koor van stemmen
De titel KHORÓS verwijst naar het koor in de Griekse tragedie: een reflecterende groep stemmen, die tussen de dramatische scenes in uitleg geeft over het verhaal aan het publiek. Dit gegeven vormt de kern van De Bruyckeres tentoonstelling. Haar sculpturen en installaties spreken niet enkel door hun fysieke aanwezigheid, maar ook via de kunstwerken waarmee ze in dialoog treden.
“In dialoog werken is wat ik het liefste doe” stelt De Bruyckere. Zij wil zich tot mensen verhouden, zo gevoelig voor wat rond hen gebeurt. In plaats van een retrospectief samen te stellen vond ze het interessant om terug te blikken op inspirerende figuren en daarmee in gesprek te gaan. Haar werken, en hun gelaagdheid, lezen dan anders.
Deze dialoog vinden we dan ook terug door de hele presentatie, waarin haar monumentale paardensculpturen zoals Lost I (2006) en Lost V (2021-2022) worden geconfronteerd met Renaissanceschilderijen, videofragmenten en hedendaagse werken. In het parcours vervlecht De Bruyckere klassieke thema’s met hedendaagse vragen en opgaven. De sculpturale installatie Courtyard Tales (2018) laat dekens verweren in de open lucht, een metafoor voor falende sociale structuren die kwetsbaren in de steek laten. Dit werk wordt geplaatst tegenover een 16e-eeuws altaarstuk dat een spirituele belofte en bescherming uitstraalt. Zo ontstaat een voelbare spanning tussen hoop en verval, tussen geborgenheid en verlies.


De Bruyckere: “Mijn werken dwingen je te kijken naar iets dat je misschien niet wil zien. Ik wil mensen raken waar ze bang zijn om geraakt te worden, die dingen aanspreken waar ze geen woorden voor hebben, maar er zijn altijd verzachtende omstandigheden. Ik schuw de wonde niet; lijden, verval, dood, eenzaamheid, zoveel als ze deel zijn van het leven, zijn ze deel van mijn werk, maar hetzelfde geldt voor tederheid, verbinding, levenskracht en lust. Eros en Thanatos altijd zij aan zij.”
Ook de interactie tussen visuele en auditieve aspecten dwingt tot reflectie. Zo weerklinkt de stem van Patti Smith door de zalen terwijl ze uit eigen werk voorleest. Dit voegt een emotionele laag toe aan de sculpturen. Ook filmfragmenten uit Pasolini’s oeuvre versterken de kruisverbanden. Zijn ruwe beeldtaal resoneert sterk met de tactiele werken van De Bruyckere.
Tussen religie en lichamelijkheid
Een ander terugkerend thema in het oeuvre van De Bruyckere is de christelijke iconografie, die zij op confronterende wijze transformeert. Haar wassen sculpturen met afgehakte ledematen, verwonde lichamen en gevilde paarden evoceren kruisigingsbeelden en martelaarschap, maar overstijgen deze ook.
De eerste zaal, die zowel proloog als epiloog van de tentoonstelling vormt, zet meteen de toon. De wassen sculpturen Invisible Beauty (2011) en Invisible Love (2011) tonen verwrongen ledematen, opgehangen als slachtvee. De verwijzing naar de kruisiging is overduidelijk, maar toch overstijgen deze werken de strikt religieuze connotatie en worden beelden van universeel lijden en verlies. Ze worden gespiegeld aan Lost I, een dood paard met één been opgehangen aan een galgachtige constructie. Hier is de stoere ruiter uit het klassieke ruiterstandbeeld verdwenen en blijft enkel het kwetsbare dier over.

In een andere zaal treedt De Bruyckere in dialoog met de Renaissancekunst van Lucas Cranach. Diens Salome met het hoofd van Johannes de Doper (ca. 1540) straalt een serene, haast emotieloze schoonheid uit terwijl ze een afgehakt hoofd op een schaal presenteert. In haar sculptuur Into One-another I, to P.P.P., 2010-2011, opgedragen aan Pasolini, vertaalt De Bruyckere die wreedheid naar lichamelijke fragmentatie en fragiele texturen. Het werk toont twee menselijke lichamen verstrengeld in een strijd tussen verscheurdheid en symbiose.
Erotiek en de kracht van het lichaam
In deze tentoonstelling treedt erotiek expliciet naar voren. De kunstenaar onderzoekt de fysieke en symbolische kracht van seksualiteit, geïnspireerd door hindoeïstische lingam-beelden, klassieke mythologie en anatomische studies of zoals in het eerder vermelde Into One-Another. Een andere cruciale dialoog ontstaat wanneer ze in contact treedt met kunstenaar -en echtgenoot- Peter Buggenhout. Zijn werk I am the tablet 8 (2023) en De Bruyckeres Lost V worden samen gepresenteerd: beide werken met aangetaste materialen, zoals verweerd marmer en schroot, die de breekbaarheid en vergankelijkheid van het lichaam benadrukken.
Arcangelo III (San Giorgio) en Need I-IV (2023-2024) werden gecreëerd voor Berlinde De Bruyckeres City of Refuge III (2024) en zijn nu voor het eerst in België te zien. Het engelenmotief, ontstaan tijdens de COVID-19-pandemie, verwijst naar zorgverleners en is geïnspireerd door Cristo morto sorretto da un angelo van Giorgione (ca. 1502–10). De werken verkennen, net als bij Pasolini, de confrontatie tussen het goddelijke en het wereldlijke.
De reis waarop Berlinde De Bruyckere ons meeneemt in KHORÓS is geen vrijblijvende wandeling. Het is een afdaling in de complexiteit van het mens-zijn, een uitnodiging om het gewicht van onze kwetsbaarheid te dragen en, misschien, met nieuwe ogen naar onze eigen littekens te kijken.

Deze tekst verscheen met ander beeldmateriaal bij Beeldenmagazine.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
