Toch wel duur voor wat verf op doek. Dat kan ik ook en … waarom hoeft kunst zo duur te zijn. Ik zou rijk zijn, mocht ik voor elk van die opmerkingen een euro gekregen hebben. We betalen met plezier zes euro voor een glas wijn. Genieten van een restaurantbezoek dat al snel honderd euro of meer kost, maar de prijs van kunst … die is zo subjectief. Met deze column wil ik niemand schofferen, want ik weet maar al te goed dat de bedragen hierboven zelfs voor veel mensen al onbereikbaar zijn. Maar het moet wel een oogopener zijn voor diegenen die -in mijn ogen- die vragen wel (kunnen) stellen. Een pleidooi voor meerwaarde, … esthetische meerwaarde.

Laten we daarom beginnen met een gedachte-experiment. Stel, je loopt een galerij binnen en ziet een schilderij dat je raakt. Het grijpt je bij de kraag, trekt je in zijn wereld en laat je niet meer los. De textuur van de verf, de nuances in het kleurgebruik, de spanning tussen vorm en leegte – je wordt geraakt tot in het diepste van je ziel. Dan draai je het kaartje om: 3.000 euro.

Plots verdwijnt de magie. Drieduizend euro! Dat is een paar maanden huur, een elektrische fiets, een luxevakantie. Hoe kan een object van verf op doek dat waard zijn?

Maar hier maken we een denkfout: we verwarren prijs immers met waarde.

De illusie van ‘duur’

Wat is eigenlijk ‘duur’? Iets is pas duur in verhouding tot wat we denken dat het waard is. Een smartphone van 1.200 vinden velen normaal – hij ligt in onze hand, we gebruiken hem dagelijks. Maar een schilderij dat tientallen jaren kan meegaan, waar een kunstenaar maanden aan werkte, waar een unieke visie in ligt besloten? Dat vinden we dan plots excessief.

Dit heeft te maken met onze economische perceptie. We zijn gewend geraakt aan de marktlogica waarin de prijs van iets afhangt van productie- en distributiekosten. Kunst werkt anders. Hier betalen we niet voor de materiële componenten – het doek, de verf, de lijst – maar voor het ongrijpbare: creativiteit, vakmanschap, originaliteit.

Arbeid en toewijding

Drieduizend euro lijkt veel, maar stel je een kunstenaar voor die maanden aan een werk heeft besteed. Urenlang verf mengen, composities herschikken, een emotie proberen te vangen die ontglipt zodra hij vorm krijgt. Kunst is geen product dat in massa wordt vervaardigd. Het is een diep persoonlijke zoektocht, vaak met onzekerheid als vaste metgezel.

Toch is het publiek vaak terughoudend als het op kunst aankomt. We willen het liefst dat kunstenaars van hun passie kunnen leven, maar schrikken als hun werk een prijskaartje draagt dat hun overleving mogelijk maakt. Dit is ironisch, want in andere creatieve sectoren accepteren we prijsmechanismen zonder problemen. Een concertticket van 200 euro? Geen probleem. Een limited edition sneaker van 500 euro? Moet kunnen. Maar een uniek schilderij voor 3.000 euro ? Dat vinden we ‘excessief’.

De economische paradox van kunst

Ik weet het al lang, maar blijf prediken in de woestijn. Kunst heeft een vreemde positie in de economie. Aan de ene kant zijn er astronomische bedragen voor veilingstukken – miljoenen voor een doek van Basquiat of een beeld van Jeff Koons. Of wandel maar eens rond op TEFAF, de hoogmis van de kunst. Zelfs een toegangskaartje wordt haat onbetaalbaar.

Aan de andere kant is er de realiteit van de gemiddelde kunstenaar, die worstelt om rond te komen. De markt is extreem ongelijk: een klein percentage breekt door en verdient fortuinen, terwijl de meerderheid onderbetaald blijft.

Dit heeft een impact op onze perceptie. Omdat we vooral horen over recordprijzen, ontstaat het idee dat kunst ofwel onbetaalbaar ofwel waardeloos is. Maar de waarheid ligt ertussenin: goede, originele kunst voor een redelijke prijs is geen mythe.

De investering in schoonheid

Drieduizend euro voor een kunstwerk is niet alleen een aankoop, het is een investering in schoonheid. Als ik deze paragraaf herlees, klinkt het haast pathetisch, maar denk aan hoe een kunstwerk een ruimte verandert. Hoe het een kamer tot leven brengt, gesprekken oproept, emoties losmaakt. In tegenstelling tot een gadget dat veroudert of een kledingstuk dat slijt, blijft kunst bestaan – en vaak groeit de waarde met de tijd, zowel financieel als emotioneel.

Bovendien: als niemand kunst koopt, kunnen kunstenaars niet doorgaan. Elke aankoop ondersteunt de creatie van nieuw werk. Zonder kopers geen ateliers, geen experimenten, geen nieuwe stromingen.

De paradox van betaalbare kunst

Veel mensen willen dat kunst betaalbaar blijft, maar klagen als een kunstenaar ’te duur’ wordt. Ze willen een schilderij voor een paar honderd euro, maar ook dat de kunstenaar er een fatsoenlijk inkomen uit haalt. Dit is een onmogelijke spagaat.

Bedenk eens hoeveel kunstenaars onder de armoedegrens leven. Hoe vaak ze gratis werk moeten leveren, omdat de maatschappij verwacht dat kunst een roeping is, geen beroep. Maar een roeping betaalt geen rekeningen.

Hoe we anders kunnen kijken

Laat ons daarom eens ‘omdenken’. In plaats van te vragen: Is dit het waard?, kunnen we vragen: Wat betekent dit voor mij? Als een kunstwerk je raakt, als het je dagelijks plezier geeft, als het iets toevoegt aan je leven, waarom zou je er dan niet in investeren? We spenderen moeiteloos geld aan dingen die vergankelijk zijn. Waarom zouden we schrikken van een prijs die de creatieve arbeid respecteert?

Drieduizend euro is niet duur. Het is een eerlijke prijs voor iets wat je leven verrijkt op manieren die geen enkel object uit de IKEA-catalogus kan evenaren. Dus als je ooit twijfelt, vraag jezelf af: wat is het je waard om dagelijks door kunst geraakt te worden? Misschien blijkt die prijs dan ineens verrassend laag.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder