Recent zag ik de film The Grand Budapest Hotel met een grote scheut nostalgie. Stel je voor. Er was een tijd dat je in een lift iemand kon tegenkomen die beroepshalve op een knop drukte. De liftbediende was geen overbodige luxe en evenmin iemand die daar toevallig stond omdat niemand anders wist hoe een lift werkte. Het bedienen van een lift was eenvoudigweg een taak die in een bepaalde periode als werk werd beschouwd. Iemand opende de deuren, vroeg naar de verdieping, drukte op de juiste knop en bracht de passagier naar zijn bestemming.
Vandaag stappen we een lift binnen en doen we dat allemaal zelf, zonder erbij stil te staan dat voor diezelfde handeling ooit iemand betaald werd. Misschien is dat wel een van de merkwaardigste eigenschappen van technologische vooruitgang: beroepen verdwijnen zelden met veel lawaai. Ze lossen op in de vanzelfsprekendheid van een nieuwe technologie, totdat we ons nauwelijks nog herinneren dat ze ooit hebben bestaan.
Hetzelfde gebeurde met de telefoonoperator, die gesprekken handmatig doorverbond, met de telegrafist die ooit tot de voorhoede van de moderne communicatie behoorde, met de typiste (waar is Betty Bossé van de Collega's gebleven) die het gezicht van het twintigste-eeuwse kantoor bepaalde en met de ponskaartoperator die gegevens invoerde in de eerste generaties computers. In de drukkerij verdwenen de handzetter en later de linotypezetter toen digitale technieken hun plaats innamen. De fotolaborant zag zijn donkere kamer verdwijnen toen fotografie digitaal werd. De videotheekmedewerker verdween toen we films niet langer hoefden te huren maar ze thuis konden streamen.
Het merkwaardige aan al deze voorbeelden is dat de technologie waarvoor deze mensen werkten niet verdween. Het tegendeel gebeurde: ze werd zo succesvol dat de menselijke tussenpersoon overbodig werd. De telefoonoperator verdween door het succes van de telefoon, de typiste door het succes van de tekstverwerker en de fotolaborant door het succes van digitale fotografie. Technologie vernietigt dus niet noodzakelijk onze behoefte; ze haalt er vaak vooral de tussenpersoon tussenuit.
Wanneer technologie de kunst verandert
Dat gegeven houdt mij bezig, juist omdat het zo dicht bij de kunst komt. We spreken vandaag veel over artificiële intelligentie alsof we voor het eerst in de geschiedenis worden geconfronteerd met een technologie die een deel van het creatieve proces kan overnemen. Dat is natuurlijk niet helemaal waar. De kunst heeft zich voortdurend moeten verhouden tot nieuwe technieken die bepaalde dingen sneller, goedkoper of overtuigender konden doen dan de kunstenaar. Misschien is fotografie wel het duidelijkste voorbeeld. Toen de camera in de negentiende eeuw steeds beter werd in het vastleggen van de werkelijkheid, verloor de schilder een opdracht die eeuwenlang bijna vanzelfsprekend met zijn beroep verbonden was: het zo getrouw mogelijk weergeven van de zichtbare wereld. Waarom zou iemand nog weken of maanden betalen voor een portret wanneer een fotograaf in korte tijd een veel nauwkeuriger beeld kon maken?
Fotografie en de bevrijding van de schilderkunst
Achteraf weten we dat de schilderkunst daar niet aan ten onder is gegaan. Misschien gebeurde er zelfs iets veel interessanters. Zodra de schilder niet meer hoefde te concurreren met de camera op het terrein van de exacte afbeelding, ontstond er ruimte om zich met andere vragen bezig te houden. Wat doet licht wanneer je het niet langer als een vast gegeven hoeft weer te geven? Wat gebeurt er met een beeld wanneer de werkelijkheid niet langer het eindpunt maar het vertrekpunt wordt? Hoeveel mag een schilder veranderen, vervormen, weglaten of verzinnen voordat hij niet langer afbeeldt maar interpreteert?
Het impressionisme, het expressionisme en de abstractie zijn uiteraard niet simpelweg uit de fotografie voortgekomen, maar de komst van de camera veranderde wel de omstandigheden waarin de schilderkunst zich kon ontwikkelen. De technologie nam de schilder een taak af en gaf hem daardoor ook een zekere vrijheid terug. De schilder hoefde niet langer uitsluitend een afbeelding van de werkelijkheid te leveren; hij kon zich afvragen wat een schilderij nog meer kon zijn.
Dat is de gedachte die bij mij opkomt wanneer ik vandaag naar artificiële intelligentie kijk. Niet de vraag of een machine een mooi beeld kan maken - dat weten we inmiddels wel - maar de veel ongemakkelijkere vraag welke kwaliteiten van een kunstenaar eigenlijk zo wezenlijk zijn dat ze niet door een machine kunnen worden overgenomen.
AI en de kunstenaar: wat blijft er over?
Dat is een andere vraag en misschien ook een eerlijkere. Want wie beweert dat AI nooit een kunstenaar zal kunnen vervangen, loopt het risico een nogal romantisch beeld van het kunstenaarschap te verdedigen. Een deel van wat kunstenaars doen bestaat nu eenmaal uit uitvoeren: tekenen, schilderen, fotograferen, retoucheren, varianten maken, composities uitproberen, teksten schrijven, beelden selecteren en opnieuw beginnen wanneer het eerste resultaat niet voldoet. Dat zijn allemaal vaardigheden, soms uitzonderlijk verfijnde vaardigheden, maar vaardigheden zijn precies het soort menselijke activiteit waarop technologie zich uiteindelijk richt.
Ik merk dat ik daar ook persoonlijk niet helemaal buiten kan blijven staan. Als schrijver en kunstflaneur ben ik gewend om te kijken, te selecteren, verbanden te leggen, kunstenaars te ontmoeten, gesprekken te voeren en die ervaringen vervolgens in woorden om te zetten. Ook daar zit vandaag artificiële intelligentie tussen. Ik kan een tekst laten herschrijven, een structuur laten voorstellen, een gedachte verder laten ontwikkelen. Dat kan behoorlijk confronterend zijn. Niet omdat de machine daarmee automatisch mijn werk overneemt, maar omdat ze me dwingt om opnieuw te kijken naar wat ik eigenlijk toevoeg. Als een machine een keurige tekst kan produceren, is het dan mijn taak om een keurige tekst te produceren? Als ze een beeld kan maken dat op het eerste gezicht overtuigt, is het dan mijn taak om vooral te bewijzen dat ik dat ook kan?
Misschien niet. Misschien ligt de waarde juist ergens anders.
Van webmaster naar prompt engineer
Dat doet me denken aan een ander beroep dat ooit modern en veelbelovend klonk: de webmaster. Rond de eeuwwisseling was de webmaster degene die van alles een beetje moest kunnen. Hij kende HTML, wist hoe een website werkte, kon afbeeldingen plaatsen, teksten aanpassen en met een beetje geluk ook nog iets van vormgeving en fotografie. Het was een beroep dat bij een nieuwe wereld hoorde. Maar naarmate het internet volwassen werd, verdween de webmaster als algemene figuur. Zijn werk werd opgesplitst in gespecialiseerde functies: developer, designer, contentmanager, SEO-specialist, UX-designer. De website verdween niet; de persoon die alles tegelijk deed, werd minder noodzakelijk.
Misschien kijken we over twintig jaar op dezelfde manier terug naar de huidige hype rond de prompt engineer. Plotseling ontstond er een nieuwe functietitel rond de kunst van het formuleren van de juiste opdracht aan een AI-systeem. Daar zit ongetwijfeld kennis en ervaring in, maar het is niet moeilijk voor te stellen dat prompting uiteindelijk dezelfde weg volgt als andere nieuwe technologievaardigheden: eerst wordt het een specialisme, vervolgens wordt het geïntegreerd in bestaande beroepen en ten slotte wordt het zo gewoon dat niemand er nog een aparte functietitel voor nodig heeft. De technologie blijft, terwijl het beroep dat eromheen ontstond langzaam verdwijnt.
Kunstmatige intelligentie en de productie van beelden
Dat zou ook met een deel van de huidige kunstproductie kunnen gebeuren. Illustraties, conceptbeelden, reclamefotografie, eenvoudige grafische ontwerpen en allerlei vormen van visuele communicatie kunnen steeds gemakkelijker door machines worden geproduceerd. Dat lijkt in eerste instantie een bedreiging voor de kunstenaar, en dat is het natuurlijk ook voor bepaalde vormen van betaald werk. Het zou goedkoop zijn om daaroverheen te stappen met de geruststellende gedachte dat AI nooit de echte kunstenaar kan vervangen. Sommige kunstenaars zullen wel degelijk werk verliezen wanneer opdrachtgevers merken dat een beeld dat vroeger dagen werk kostte nu in enkele minuten kan worden gegenereerd. Dat moeten we niet verdoezelen met romantiek. En laat me eerlijk zijn, ook de kunstflaneur laat zich soms overhalen om toevlucht te nemen tot een door binaire tekens ontwikkeld beeld.
Maar daar begint voor mij juist het interessante gesprek over kunst. Misschien verdwijnt niet de kunstenaar, maar een bepaald idee van wat een kunstenaar is. De kunstenaar als uitvoerder, als producent van unieke beelden, als iemand die zijn waarde in de eerste plaats ontleent aan de vaardigheid waarmee hij een beeld kan maken, zal het moeilijker krijgen. Dat hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat de kunst zelf minder belangrijk wordt. Het kan er ook toe leiden dat andere eigenschappen van het kunstenaarschap opnieuw belangrijker worden: een eigen blik, een hardnekkige fascinatie, het vermogen om verbanden te leggen, de keuze om iets wel of juist niet te tonen, de context waarin een werk verschijnt en de reden waarom het überhaupt gemaakt wordt.
Duchamp en de kunst van het kiezen
Marcel Duchamp (telkens weer duikt die man op in mijn betoog) heeft daar lang geleden al een ongemakkelijke les in gegeven. Zijn ready-mades maakten duidelijk dat de handeling van de kunstenaar niet noodzakelijk hoeft te bestaan uit het vervaardigen van een object. Het kan ook gaan om het aanwijzen, kiezen en verplaatsen van iets waardoor het in een andere context betekenis krijgt. Een urinoir wordt niet interessant omdat Duchamp er technisch zo'n bijzonder exemplaar van heeft gemaakt. Het interessante is dat hij ons dwong opnieuw te kijken naar wat we onder een kunstwerk verstaan. De beslissing werd belangrijker dan het handwerk.
AI maakt die gedachte alleen maar radicaler. Wanneer een machine duizend beelden kan maken, wordt het produceren van duizend beelden op zichzelf niet bijzonder indrukwekkend. De vraag wordt dan welke van die beelden ertoe doet en waarom. Wie kiest? En wie weigert? Wie plaatst het beeld in een bepaalde ruimte, naast een ander werk, tegenover een bepaalde geschiedenis? Wie kent er betekenis aan toe? In een wereld waarin beelden overvloedig en goedkoop worden, kan selectie waardevoller worden dan productie. Misschien wordt smaak opnieuw een artistieke daad.
De waarde van het menselijke in kunst
Toch zou ik niet te snel concluderen dat het fysieke maakproces daarmee onbelangrijk wordt. Daar blijf ik juist over twijfelen. Wie ooit een kunstenaar aan het werk heeft gezien, weet dat een kunstwerk niet alleen uit een idee bestaat. Er is materiaal, weerstand, toeval en tijd. Een schilderij draagt het spoor van een lichaam dat ermee geworsteld heeft. Een beeldhouwer haalt materiaal weg en kan niet altijd terug naar het begin. Een tekening kan mislukken en juist daardoor interessant worden. Een kunstenaar kan moe zijn, zich vergissen, iets ontdekken dat hij helemaal niet van plan was. Die lichamelijke en materiële geschiedenis is niet zomaar een hinderlijke omweg naar het eindresultaat; ze kan deel uitmaken van wat het werk betekenis geeft.
Een machine heeft daar weinig last van. Ze kan opnieuw beginnen zonder frustratie, zonder vermoeidheid en zonder het gevoel dat drie uur werk verloren is gegaan. Ze kan honderden varianten produceren terwijl een kunstenaar misschien een hele dag nodig heeft om één beslissing te nemen. Dat is haar kracht, maar het kan ook haar zwakte zijn. Misschien is juist de weerstand die wij zo graag uit ons werk willen verwijderen, een van de dingen die kunst interessant maken.
Wordt de kunstenaar overbodig?
Daarom ben ik niet zozeer bang dat AI kunst zal maken. Ik ben eerder bang dat wij kunst gaan verwarren met productie. Dat we onder de indruk raken van snelheid, overvloed en technische perfectie en vervolgens vergeten dat een kunstwerk niet interessant wordt omdat het moeilijk was om te maken. Evenmin wordt het interessant omdat het gemakkelijk was. De vraag blijft wat het betekent en waarom iemand het nodig vond om het te maken.
Dat laatste klinkt eenvoudig, maar het is misschien precies waar de toekomst van de kunstenaar zal worden uitgevochten. Wanneer iedereen met één opdracht een beeld kan produceren, wordt het steeds minder bijzonder dat iemand een beeld kan produceren. Wat overblijft, is de reden om dat ene beeld te maken tussen alle andere mogelijke beelden. De kunstenaar zal zich dan misschien minder moeten bewijzen als vakman en meer als iemand met een overtuigende noodzaak om iets te tonen.
Ik vind dat geen geruststellende gedachte, maar ook geen sombere. Kunstenaars hebben nooit het eeuwige recht gehad op een bepaalde techniek of een bepaalde taak. De schilder verloor zijn monopolie op het portret aan de fotografie. De fotograaf verloor een deel van zijn werk aan de digitale camera. De grafisch ontwerper zag technieken verdwijnen die ooit tot zijn vak behoorden. De webmaster verdween terwijl het internet alleen maar belangrijker werd. Telkens veranderde niet alleen de technologie, maar ook de vraag wat het betekent om dat beroep uit te oefenen.
Wat blijft er over van de kunstenaar?
Misschien staat de kunstenaar vandaag voor precies zo'n moment. Niet omdat de machine plotseling mens is geworden, maar omdat ze een deel van het menselijke werk verrassend goed kan nabootsen. Dat verplicht ons om opnieuw te bepalen waar dat menselijke werk eigenlijk uit bestaat.
Ik denk opnieuw aan de liftbediende. Hij heeft niets verkeerd gedaan. Hij verloor zijn beroep niet omdat hij onbekwaam was, maar omdat de wereld besloot dat iedereen voortaan zelf wel op de knop kon drukken. Dat onderscheid is belangrijk. Wanneer AI bepaalde taken van kunstenaars overneemt, betekent dat niet automatisch dat die kunstenaars tekortschieten. Het kan eenvoudigweg betekenen dat sommige dingen die wij lange tijd als onderdeel van het kunstenaarschap beschouwden, niet langer schaars zijn.
De schaarste verschuift dan.
Niet langer het kunnen maken, maar het weten waarom iets gemaakt moet worden.
En misschien is dat uiteindelijk helemaal geen nieuwe opdracht voor de kunstenaar. Misschien is het de oudste die er bestaat: goed genoeg kijken naar de wereld om iets te ontdekken waarvan je vindt dat een ander er ook naar moet kijken.
De liftbediende kunnen we missen. De typiste ook. De webmaster eveneens.
Maar zolang er iemand is die zegt: kijk eens hier, is er nog altijd een reden om naar kunst te kijken.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Zolang als men een banaan met ducktape accepteert hoeft men niet bang te zijn voor AI
Schitterend!
Ik kan niet nalaten om ook de parallel te maken met onze culinaire genoegens. Komt er ooit en moment dat ons smaakpalet zo gedigitaliseerd is dat een machine ons het lekkerste bord brengt? Waarschijnlijk wel. Maar het is ‘het weten’. Dat een chef moeite heeft gedaan maakt mee de sfeer rond dat bord. Dat is waarom ik geen michelinster diepvriesmaaltijd wens als ik ook de echte kan krijgen. En al is die michelinster diepvriesmaaltijd – eenmaal ontdooid- lekker en niet van de echte te onderscheiden door 75% van de mensen: sommigen zullen de echte maaltijd betalen uit snobisme of FOMO om de hype. Niet om de moeite van de onbekende kok-artist, zoveel is waar.
Wat een goede overdenking- vraagstelling