Een gesprek met Anouck Clissen, curator en verantwoordelijke voor het tentoonstellingsprogramma van de Belfius Art Collection
Het eerste wat je ziet is geen kunstwerk. Het is Brussel, beneden liggend, breed en bewolkt, zichtbaar door de glaswand vanop de 32e verdieping van de Belfiustoren. Anouck Clissen heeft de ingang bewust leeg gehouden. Geen enkel werk concurreert met het uitzicht. Dat is geen capitulatie aan de architectuur maar de eerste curatoriële keuze die Unlocked maakt voor je ook maar één penseelstreek hebt gezien: kijk eerst. Adem. Dan beginnen we.
Wat volgt zijn 73 werken uit de Belfius Art Collection, waarvan 50 nog nooit publiek zijn getoond. De grootste private collectie Belgische kunst, meer dan vijf eeuwen breed, en toch bevat ze nog altijd kamers die niemand kent. Clissen heeft die kamers opengezet, niet spectaculair, maar met de kalme zekerheid van iemand die weet wat ze in handen heeft. De expo vertrekt vanuit de Belfius 2030-strategie, Unlocking potential with optimism, en toch voelt ze geen moment als gesponsorde corridorkunst. Dat is de kracht van de curator.


Verbeelding - De kluizenaar en zijn beelden
Paul Van Essche, een kunstenaar die behoorde tot de Jeune Peinture belge, besloot op een gegeven moment te stoppen. Niet met werken, niet met schilderen, maar met tonen aan de buitenwereld. Hij sloot zijn atelier, weigerde tentoonstellingen, trok zich terug in een volledig eigen leefwereld. Clissen geeft toe dat ze de kunstenaar niet kende. Ze stuitte op zijn werk via de collectie, en het was een openbaring. Dat is precies het soort ontdekking waarvoor Unlocked ruimte maakt: de kluizenaar die zichtbaar wordt zonder zijn kluizenaarschap te verliezen.
Naast hem Félicien Rops met een tekening voor de Diaboliques van Barbey d'Aurevilly, een verhalenbundel die vernietigd werd later heruitgegeven. De tekening toont een graaf en een gravin in de Jardins des Tuileries, zorgeloos genietend, terwijl de verteller weet dat zij samen de vorige gravin hebben vermoord. De misdaad die heeft plaatsgevonden, de zorgeloosheid die daarna gewoon doorgaat. En Marcel Stobbaerts, die zich baseerde op het eerste echte detectiveverhaal van Poe, het verhaal dat eindigt met de ontdekking dat de moordenaar geen mens is maar een dier. Clissen koos het werk in eerste instantie puur visueel, om daarna te beseffen hoe rijk de literaire laag eronder lag.
Van Jean-Jacques Gailliard (1890–1976), zoon van de schilder Franz Gailliard en afgestudeerd aan de Academie van Brussel, hangt er een werk dat alles zegt over zijn manier van kijken: L'urne funéraire du roi de Thulé, een verwijzing naar het gedicht Der König in Thule (1774) van Goethe, waarin een koning een gouden beker bezit, gekregen van zijn gestorven geliefde, en die vlak voor zijn dood in zee werpt. Trouw, herinnering, loslaten. Gailliard, die zijn stijl zelf 'surimpressionisme' noemde en het materiële met het onzichtbare verbond via lijnen, textuur en symboliek, maakt van die beker een urne, van die urne een symbool voor de overgang tussen leven en dood. Clissen voegt er iets bijzonders aan toe: ook op het graf van Gailliard staat een stoel afgebeeld, vanuit het idee dat hij daar zit en de voorbijgangers observeert. De verbeelding die ook na het sterven niet ophoudt.
In diezelfde verbeelding toont Marie Cloquet haar vulkanische landschappen. De werken zijn zo opgehangen dat je niet meteen doorhebt dat het één werk is, totdat de lijnen samenvloeien: het verleden, het heden en de toekomst amper onderscheidbaar van elkaar.
Verbinding - Lijntjes op papier, lichtbuizen in de ruimte
In Verbinding lopen lichtbuizen door de zalen, een letterlijke vertaling van wat Clissen begon als een structuuroefening: verbinding tussen kunstenaars. CoBrA als verbinding, maar dan niet de kunstwerken die iedereen kent. Clissen toont wat de collectie in huis heeft en nog nooit heeft getoond: Alechinsky in een onbekende gedaante, Dotremont naast Vandercam naast Hugo Claus, die hier niet als schrijver maar als beeldend kunstenaar opduikt.
Het dubbelportret van Claus en Jan Cox is het stuk dat voor mij het meest nazindert. Cox schilderde het in Rome, terwijl Claus op bezoek was. Twee mensen die elkaar hun hele leven hebben gesteund, samen vochten tegen het toenmalige culturele establishment, elkaar nooit hebben losgelaten. Samengebald in één portret, geschilderd op afstand van huis, alsof de afstand de vriendschap scherper in beeld bracht. Als je het weet, zie je het.
In de verbinding treffen we ook een Oizal aan van Serge Vandercam. Zijn versie van de vogelachtige wezens die hij zijn hele leven maakte, volledig ontsproten aan de verbeelding. Maar wat het werk extra laadt is zijn beweeglijkheid: de sculptuur kan worden gedraaid, geopend, gepositioneerd. Een uitnodiging die door de aanwezige suppoosten vriendelijk wordt afgewezen.
Een centrale rol is weggelegd voor Emile Verhaeren, dichter maar bovenal kunstenaar die Van Rysselberghe, Ensor en William Degouve de Nuncques in deze expo verbindt. Twee werken in Connection zijn beide portretten van de Spaanse kunstenaar Dario de Regoyos, geschilderd door twee verschillende kunstenaars. Het soort samenloop dat je niet kunt plannen maar wel kunt tonen.

Veerkracht - Niet triomf, maar doorgaan
Veerkracht (Resilience) was het moeilijkste hoofdstuk om te bouwen, geeft Clissen toe. Het woord heeft in het hedendaagse woordenschat een connotatie gekregen van opgelegde mentale fitheid. Clissen weigert die definitie. Voor haar gaat het over doorgaan als enige beschikbare optie, over creëren als verwerkingsmechanisme.
Het hoofdstuk is opgedeeld in twee ruimtes. De eerste gaat over het maatschappelijke: Philippe Huyghe, wiens bakvormen scherp inspelen op de verwachtingen die de samenleving aan kinderen oplegt. Liliane Vertessen, die zichzelf schildert als een Rubensiaans portret, de hoge blik, de barokke lijst, het mysterieuze glimlachje à la Mona Lisa, als expliciete kritiek op het gebruik van de vrouw in de reclame en de clichés die daarmee gepaard gaan. Sven 't Jolle, wiens vruchtbaarheidsfiguurtje Sans Papier kritiek levert op de ontheemding van kunst uit haar landen van herkomst. En Léa Belooussovitch, wier werk persbeelden van een aanslag op een nachtclub in Orlando omvormt tot iets dat intimiteit en zachtheid teruggeeft aan de slachtoffers. De hardheid van het nieuwsarchief omgebogen naar een daad van menselijkheid.
De tweede ruimte is persoonlijker. Spilliaert, die zelden sliep en de nachten schilderend doorbracht. Jan Cobbaert, die zijn zoontje verloor en daarna kinderlijke vormtaal begon te hanteren om de gedachte aan zijn kindje levend te houden. Zijn werk ziet er niet zwaar uit. Dat is precies de kracht ervan.
Joseph Lacasse was krijgsgevangene. Wat hij na zijn vrijlating maakte is lichter en helderder, niet als vergetelheid maar als bewuste keuzevrijheid. De evolutie is zichtbaar in de collectie. Clissen zegt iets dat bijblijft: kunst kan helend zijn, therapeutisch in de meest letterlijke zin van het woord. Dat is hier geen therapeutenjargon. Dat is wat je ziet.

Proces - Het witte blad
Vijf centimeter zit er tussen het plafond en de bovenkant van Jan Cox' Maenaden. Het heeft inspanning gekost om het werk erin te krijgen en dat zegt alles over de overtuiging waarmee Clissen dit schilderij als anker heeft gekozen.
Het werk toont het eindpunt van het Orpheus-verhaal: de vernietiging, het moment waarop de nimfen Orpheus verscheuren nadat hij Eurydice definitief heeft verloren. Cox vertaalde die klassieke mythe naar een beeldtaal die volledig hedendaags is, alsof de mythologie nooit ergens anders thuishoorde dan in de tegenwoordige tijd. Wat het hoofdstuk bijzonder maakt is dat de collectie niet alleen het eindwerk bezit maar ook de studies, potloodtekeningen, schetsen, aanzetten die doodlopen, correcties. Clissen hangt ze allemaal. Het witte blad als beginpunt, de ups en downs als route, het schilderij als aankomst die nooit definitief is.
Innovatie - Het andere omwille van het ware
Panamarenko zweeft. Officieel heeft hij plaats gevonden bij het hoofdstuk over Proces, maar niemand zal betwisten dat hij de perfecte overgangsfiguur is tussen proces en innovatie. De ballon hangt er, één ballon, een recent aangekochte versie van een werk uit 2011. Een leven lang geobsedeerd door de drang om te vliegen, eindigend in een object dat die hele drang kristalliseert. Geen uitvinding maar een gedachte die eindelijk een vorm heeft gekregen. Pol Bury verschijnt met twee werken, waarvan één ooit aan Bozar is uitgeleend en daarna lang niet meer is getoond.
Naast Bury hangt een lichtbak van Annemie Van Kerckhoven, gevolgd door een werk van Joris Van de Moortel, alsof de zaal even ademhaalt tussen twee generaties onrust. De volgende ruimte brengt Koen Vanmechelen samen met Walter Leblanc, het levende naast het geometrische, twee zoektochten die elkaar nooit hebben ontmoet maar hier wel naast elkaar mogen bestaan. En dan, aan het einde van die route, wacht Ann Veronica Janssens.
De video van Ann Veronica Janssens sluit deze expo af: een van de weinige video's in de hele collectie, ooit ingekapseld in een box, vroeger afgespeeld in het bedrijfsinterieur. Nu hangt het open, zonder kast, zonder contextverklaring. Clissen zegt dat het werk de nodige inspanning vergt, maar als dit lukt, raakt het je op een plek die de andere werken niet bereiken. Dat is de definitie van innovatie die hier geldt: niet het nieuwe omwille van het nieuwe, maar het andere omwille van het ware.
Unlocked vraagt om rust en bereidheid tot kijken zonder anker. Clissen heeft bewust geen QR-codes geplaatst bij Magritte en Delvaux, die zijn al zo vaak uitgelegd. De aandacht mag gaan naar de anderen. Naar de kluizenaar of de ballon. Of de vijf centimeter boven de Maenaden. Naar de Oizal die 's avonds hopelijk niet van gedaante veranderd is, terwijl Brussel 32 verdiepingen lagen blijft krioelen.

Bezoek op zaterdagen, reservatie vereist via Belfius.be/art.
Bijdrage van 5 euro ten voordele van Télévie. Rogierplein 11, Brussel, 32e verdieping.
Belfius Art Gallery, Brussel, 32e verdieping — t/m 12 december 2026
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
