Het was het soort avond waarop je je jasje in de auto laat liggen. Warm genoeg om te vergeten dat een Vlaamse zomer ook andere registers beheerst. Goed te Réables lag te glanzen in het avondlicht, de Leie achter de bomen, het gras dat de hitte van de dag nog vasthield, de lucht boven de velden een trage, goudkleurige uitademing. Ik had de wagen geparkeerd en liep al het domein op voor ik goed en wel wist wat me te wachten stond.

INSIDE, zo heet de zesde editie van Ooidonk Art Festival. Een titel die je even doet aarzelen. Na jaren van openlucht, van natuur als co-curator, van wind en seizoen als dramaturgische instrumenten, suggereert dit ene woord een beweging naar binnen. Maar op een domein als dit, waar hoeve en landschap onafscheidelijk met elkaar verstrengeld zijn, is binnen een relatief begrip. Dat zou ik nog leren.

Francis Maere, galeriehouder, initiatiefnemer, man die inmiddels zes jaar lang kunstenaars en landschap op elkaar loslaat met de kalmte van iemand die weet wat hij doet, heeft dit jaar ook zijn zoon op de affiche gezet. Arnaud Maere (°1992), maker van de gids en tegelijk deelnemend kunstenaar, toont drie conceptuele werken onder de titels TimeFear en Power. Het zijn de neergeslagen platen van een eerdere performance, waarbij toeschouwers er zelf op mochten hameren. De agressie van dat moment is eruit, alleen het resultaat blijft staan, en dat verschuift het werk van robuust naar broos zonder dat je het meteen ziet.


Cervus Vitalis - Stief DeSmet. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals

Het hert in het gras

Het eerste werk dat me deed stilhouden stond in het gras, in het veld achteraan. Stief DeSmet (°1973) had zijn Cervus Vitalis hier neergezet, en het was precies het soort confrontatie waarvoor je naar dit soort festivals komt. Een hert, zwart en monumentaal, waarvan het lichaam openbreekt in bronzen takken, gegoten vanuit de directe omgeving, takken van deze plek, van deze bomen. Het bladgoud op het lichaam ving het avondlicht op met een soort onverschillige waardigheid. Het dier stond er niet. Het stond er en groeide er tegelijk uit, kantelde tussen verval en vernieuwing, tussen het dier als natuur en het dier als idee. DeSmet maakt beelden die weigeren stil te staan in hun eigen definitie, en Cervus Vitalis is daar misschien zijn sterkste argument voor.


Spinner - Peter Rogiers. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals

Verderop, in het open veld, wachtte Peter Rogiers (°1967) met Spinner: een palmboom van staal waarvan de bladeren lijken af te spatten of rond de stam te draaien, alsof de boom gevangen zit in een moment van beweging. Monumentaal, fragiel en licht absurd tegelijk. Een palmboom midden in de Leiestreek is al een kleine provocatie, maar Rogiers doet het zonder knipoog te veel. Het werk staat er met een vreemde ernst, het exotische symbool van verlangen dat nooit helemaal aankomt waar het thuishoort.  


Le Jardin des Simples - Johan Creten. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals

Vlakbij, op een bankje in de tuin, had Johan Creten (°1963) zijn bijenkorven neergezet. Le Jardin des Simples: vijf bronzen korven geïnspireerd op de gevlochten exemplaren uit Bruegels schilderijen, elk met een menselijk gezicht dat erdoorheen kijkt. Ik bleef er langer bij staan dan ik verwacht had. Creten behoort tot de generatie beeldhouwers die schoonheid en ongemak niet als tegenpolen behandelt maar als buren die elkaar goed kennen. De bijenkorf als metafoor voor menselijke gemeenschappen, bescherming en hiërarchie, vruchtbaarheid en kwetsbaarheid, werkt hier precies omdat het niet wordt uitgelegd. Het werk zwijgt terwijl de gezichten kijken.


Last Call, Kris Martin. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals


De hoeve als andere wereld

Binnenshuis, in de schemerruimtes van de hoeve, hing een heel andere atmosfeer. Pierre Clerk (°1928) had geometrische vormen op de muren gezet: hoekige, driedimensionaal ogende structuren die in het zwarte vlak zweven als iets tussen blauwdruk en droom. En Kris Martin (°1972) trok ook de bijenkaart met zijn Last Call: een traditionele bijenkorf, omgevormd tot een functionele bronzen bel. De titel is een laatste waarschuwing. Zonder bijen valt het ecosysteem stil. Door de korf te laten luiden transformeert Martin een symbool van leven tot alarmsignaal. Het geluid, als je erop klopt, heeft de aarzelende kwaliteit van iets dat niet wil overtuigen maar toch gelijk heeft.  

Buiten wachtte Koen Vanmechelen (°1965) me op met zijn gebruikelijke grootschaligheid. In Between – C.C.P. is een marmeren ei van elf ton met op het oppervlak een gouden datum die niet bestaat, een onmogelijk moment, ergens tussen wat geweest is en wat nog kan worden. Er schuilt iets geruststellends in dat soort kosmische radicaliteit. Het ei staat er. Het weegt elf ton. De datum bestaat niet. Klaar. Binnenshuis antwoordde Cosmopolitan Fossil – C.C.P. 03 in een kleinere toonaard: een opgezette haan naast een gebeeldhouwde marmeren figuur, migratie en hybridisatie samengetrokken in één vitrine. Het Cosmopolitan Chicken Project dendert voort, editie na editie.

In Between – C.C.P., Koen Vanmechelen. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals

Wim Delvoye (°1965) laat elders op het domein een bronzen Christus door de stam van een levende boom laten, of beter gezegd: opslokken. Stam en lichaam draaien om elkaar heen alsof ze hetzelfde groeiproces delen. Wat me bijbleef was niet zozeer het beeld zelf als wel de tijd die erin zit opgesloten. Het brons probeert iets voor eeuwig vast te leggen met een soort standvastigheid waar een kruisbeeld traditioneel voor staat. De boom luistert daar niet naar. Hij groeit gewoon door, trekt zijn omgeving naar zich toe, onderwerpt het beeld aan een logica die niets met geloof of duurzaamheid te maken heeft.

Jan Fabre (°1958) laat hersenen ontkiemen. Brain with Miniature TreeThe Brain of the 1st of May: titels die al vertellen wat je gaat zien, en toch verrast het werk je. Niet omdat het onverwacht is, maar omdat het klopt. Fabre doet dit al decennialang, die verbinding tussen het menselijk denken en de groeikracht van de natuur, en het verslijt niet. Misschien omdat hij gelijk heeft.


herman de vries. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals

Negentig jaar oud, vierentwintig jaar jong

herman de vries (°1931) stond er als altijd een beetje apart. Ik schreef over hem naar aanleiding van zijn harvest-tentoonstelling bij Settantotto in Gent, en had er al begrepen dat hij weinig nodig heeft. Afgevallen bladeren. Cirkelvormige afdrukken. Niets wat niet van de aarde zelf komt. Op OAF26 is hij (bijna) de oudste stem en misschien de stilste, maar die stilte is geen bescheidenheid. Het is een methode. De vries geeft het woord aan de materie zelf, trekt zich terug als auteur en laat de aarde spreken. Negentig jaar oud, bijna een eeuw van kijken, en het resultaat is dit: bijna niets, en toch precies genoeg.

Verderop staat Vita Duffeleer (°2000). Vierentwintig jaar, autodidact, fotografe. Haar beelden snijden de context zo radicaal weg dat je niet meer weet wat je kijkt, alleen dat je kijkt. Dat is geen kleine prestatie, en het is ook geen toeval dat ze me aan de vries deed denken. Beiden vertrekken vanuit het detail, beiden laten de omgeving weg tot er alleen het wezenlijke overblijft. De een doet het al negentig jaar. De ander is er net mee begonnen. Dat gesprek, tussen die twee uitersten van het parcours, had niemand gepland en was er toch.

Senne Wettinck (°2002), de jongste stem hier, verzamelt wat anderen passeren. Een stuk schors. Een dode kever. Een knoop op straat. Zijn atelier is een rariteitenkabinet, staat er in de gids, en ik geloof dat zonder voorbehoud. Ook dat is iets wat de vries zou begrijpen: de wereld als archief, de kunstenaar als iemand die vindt in plaats van maakt. Het onderscheid tussen beide is dunner dan we gewoonlijk toegeven.

Fran Van Coppenolle (°1998) schildert op recuperatiekarton: het materiaal heeft al een leven gehad voor het haar werk werd, draagt sporen en plooien en een geschiedenis die ze niet uitwist maar inlijft. Het idee dat een kunstwerk niet begint op een blanco oppervlak maar altijd midden in iets wat al bezig was, en het klinkt als een manifest van de jonge generatie, maar het had net zo goed van de vries kunnen komen. 


Fran Van Coppenolle. Beeld: Jeremi Vanderstichele | Hooked Visuals

De hemelsluizen

De avond was donkerder geworden terwijl ik rondliep. De goudkleur boven de Leie was weggetrokken, vervangen door een grijze dreiging die zweeg waar het avondlicht eerder sprak. Ik stond weer bij DeSmets hert, het bladgoud mat nu in het veranderende licht, de bronzen takken roerloos, toen ik de eerste druppel voelde.

Niet geleidelijk, zoals dat soms gaat, met ruimte om te beslissen. De hemelsluizen liepen leeg. Het water viel neer met de overtuiging van iets dat al een tijdje had staan wachten. Ik zocht de hoeve op. Niet als vlucht, maar als logica. INSIDE - Binnen, zei de titel. Hier dan.

En misschien is dat wat OAF26 uiteindelijk wil zeggen: niet dat we de buitenwereld de rug toekeren, maar dat binnen en buiten op deze plek nooit echt gescheiden waren. De hoeve als drempel. Het landschap als zaal. De regen als de laatste curator, die beslist wanneer de kunstbeschouwing eindigt en de ervaring begint. Buiten dropen de bronzen takken van DeSmets hert. Het bladgoud was donkerder dan bedoeld. Het dier stond op zijn kantelpunt, onbewogen, en keek nergens naar.

Dat, dacht ik terwijl het water tegen de autoramen sloeg en de ruitenwissers naarstig heen en weer zwiepten, is een goed werk in een mooi kunstenfestival.

Ooidonk Art Festival 2026 — INSIDE loopt op Goed te Réables, Ooidonkdreef 5, Bachte-Maria-Leerne.
Ook in 2025 was ik van de partij met deze impressie.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder