In de Sint-Pietersabdij in Gent loopt nog tot 27 september De kunstenaar die detective wilde zijn, een expo met werk van Koen Broucke, die op zoek gaat naar De rechtvaardige rechters, het verdwenen paneel van Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck.

Kunstzinnige zoektocht als bron van vreugde
Een lichtschijnsel in de Vijdkapel om 23u15, acryl op karton © Koen Broucke

In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdween uit de Sint-Baafskathedraal in Gent een van de meest geliefde panelen van De aanbidding van het Lam GodsDe rechtvaardige rechters, geschilderd door de gebroeders Hubert en Jan Van Eyck. Meer dan negentig jaar later is het nog steeds niet teruggevonden. Er waren bekentenissen, hypothesen bij de vleet, archieven werden uitgespit en kelders doorzocht. Maar het paneel blijft zoek. Het is het grootste onopgeloste kunstmysterie van België, en het blijft mensen besmetten. Ook kunstenaar Koen Broucke ontsnapt er niet aan.

Broucke – historicus, muzikant, doctor in de kunsten, schilder – omschrijft zichzelf niet graag met één woord. Maar in de vier zalen van de expo De kunstenaar die detective wilde zijn kondigt zich onmiskenbaar een profiel aan: dat van iemand die zijn hele leven aan het zoeken is, en die deze zoektocht zelf als de eigenlijke artistieke handeling beschouwt. Niet de oplossing, maar de queeste. Niet het antwoord, maar de scherpte van de blik die de vraag formuleert.

Die houding heeft intellectuele voorlopers. In zijn doctoraat schreef Broucke al over de onderzoeksmethoden van commissaris Maigret, de flegmatieke speurder uit de romans van Georges Simenon: intuïtief, geduldig, zintuiglijk. Maigret lost zijn zaken op, niet door logische deductie alleen, maar door te voelen, te ruiken, te vertoeven in de omgeving van de zaak. Precies zo gaat Broucke te werk. Hij bezoekt plaatsen als crime scenes. Gaat staan waar zijn verdachten ooit stonden. Hij trekt met een vergrootglas langs de etsen van Jules De Bruycker in het Museum voor Schone Kunsten – en ontdekt, of meent te ontdekken, een figuur die met een paneel aan de haal gaat.

Kunstzinnige zoektocht als bron van vreugde
De kunstenaar-detective, olie op doek © Koen Broucke

VIER ZALEN, VIER TEMPI

De tentoonstelling is opgebouwd als een detectiveroman: met een langzame aanloop, toenemende spanning, onverwachte zijsporen en een climax die de bezoekers lang zal bijblijven. Vier zalen, elk met een eigen kleur en karakter.

De portretgalerij opent het verhaal. Warme, donkergroene wanden ontvangen de bezoeker die kennismaakt met de personages die in het onderzoek een rol spelen – kanunniken en kosters, kunstenaars en speurneuzen, bisschoppen en wisselagenten. Het zijn portretten in de breedste zin: geschilderd, maar ook gedocumenteerd en gefabuleerd. Hier leer je de dramatis personae kennen voor de eigenlijke handeling begint.

Kunstzinnige zoektocht als bron van vreugde
Karel Mortier, olie op doek. © Koen Broucke

Dan de grijze gang – paarlemoerachtig grijs, zoals Broucke het zelf omschrijft. Hier hangen de ruïnes en de sporen, de crime scenes en de plaatsen van onderzoek.

De zaal begint met schilderijen van de Sint-Baafsabdij, gemaakt tijdens Brouckes kunstenaarsresidentie in de zomer van 2025, op het warmste moment van het jaar, toen de muren en de vloer zo heet waren dat de verflagen snel droogden. Die details zijn niet bijkomstig: het lichaam van de schilder, het seizoen, de materiële omstandigheden – ze maken deel uit van het werk.

Kunstzinnige zoektocht als sublieme bron van vreugde
Voorstudie voor Mijn Guernica, acryl en olie op doek © Koen Broucke

Vervolgens komen we in de grote refter, de monumentale Galerie des Batailles. Slagvelden uit Brouckes langjarige doctoraatsonderzoek leiden naar het speerpunt van de tentoonstelling: Mijn Guernica. Een doek van bijna vier bij zeven meter, geschilderd in de Sint-Baafsabdij, een paar honderd meter van de kathedraal waar in de nacht van 10 op 11 april 1934 het paneel De rechtvaardige rechters werd gestolen. Het formaat alleen al is een statement.

Tot slot de studiolo – de geleerdencel, het werkvertrek. Hier komen alle bronnen samen: voorstudies, archiefmateriaal, hypothesen. En de ontknopingen. Meervoud, want er is meer dan één – tragische én komische – ontknoping in dit onderzoek dat zich over decennia van kunstgeschiedenis en misdaadgeschiedenis spant.

Kunstzinnige zoektocht als sublieme bron van vreugde
Opbouw van Mijn Guernica. © Koen Broucke

Rechtvaardigheid

Het titanenwerk in de grote refter vraagt aparte aandacht. Mijn Guernica is geen hommage en geen pastiche. Het is een eigenzinnige, eigentijdse dialoog met Picasso’s anti-oorlogsschilderij uit 1937 en tegelijk een onderzoek naar dat werk zelf. Want Broucke stelde de vraag die kunsthistorici zelden luidop stellen: wat heeft Picasso eigenlijk afgebeeld? Welke visuele bronnen gebruikte hij, als hij nauwelijks foto’s had van de bombardementen op de Baskische stad?

Op het doek van Broucke wemelt het van de lagen. Oorlogsgeweld dat verwijst naar de Tweede Wereldoorlog én naar conflicten van vandaag. Landschappen en skylines die de compositie van Het Lam Gods oproepen. De tuin van de Sint-Baafsabdij, gecatalogiseerd als een botanisch herbarium van geneeskrachtige planten – want daar, in de bloemen, schuilt de hoop. En als je goed kijkt: een vluchtende figuur met een paneel onder de arm. Arsène Goedertier, de koster-wisselagent uit Wetteren die op zijn sterfbed fluisterde dat hij als enige wist waar het  verdwenen paneel van Het Lam Gods was.

Kunstzinnige zoektocht als sublieme bron van vreugde
Zaalzicht van De kunstenaar die detective wilde zijn. © Koen Broucke

Het is Brouckes vriend, de Nederlandse auteur en filmmaker Peter Delpeut, die na een bezoek aan de tentoonstelling de verbindende term aanreikt: de figuren die in Mijn Guernica anderen dragen, de mensen die zelfs in de meest ellendige omstandigheden niet loslaten – zijn de rechtvaardigen. De band tussen het schilderij en het gestolen paneel is niet alleen iconografisch. Hij is moreel. En actueel: er is, zegt Broucke zonder omwegen, meer dan ooit nood aan rechtvaardige rechters.

 

HET ONDERZOEK

Kunstzinnige zoektocht als sublieme bron van vreugde
Koen Broucke aan het werk in de Sint-Baafsabdij.  © Shalan Alhamwy

De andere rode draad doorheen de expo is het onderzoek naar de diefstal zelf – het grootste kunstmysterie van België, nu meer dan negentig jaar oud. Samen met Annick Lesage, podcastmaakster bij Klara en auteur van de tekst van het boek De kunstenaar die detective wilde zijn, dook Broucke in archieven, bezocht hij plaatsen delict, reconstrueerde hij aanwijzingen die anderen mogelijks over het hoofd hadden gezien. Hun werkmethode is art based research: intuïtiever, zintuiglijker dan het klassieke historische onderzoek, maar minstens even rigoureus.

De tentoonstelling brengt nieuwe hypothesen en tot nu toe minder onderzochte argumenten. Wat er precies uit het onderzoek is gerold – en of het paneel ooit teruggevonden kan worden – laat Broucke bewust in het ongewisse. De ontknoping is aanwezig in de studiolo, maar hij fluistert haar eerder dan dat hij haar uitspreekt. Zo bewaart hij de spanning die elk goed detectiveverhaal nodig heeft: de lezer – of de bezoeker – moet zelf de laatste stap zetten.

Want dat is misschien de diepste les van deze tentoonstelling. Koen Broucke nodigt niet alleen uit om te kijken. Hij nodigt uit om te zoeken. En die zoektocht, zegt hij zelf, is op zichzelf een sublieme vorm van vreugde.

Dit artikel verscheen reeds eerder in OKV.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder