Een column over de hardnekkige sociale omnivoor van de hedendaagse kunstwereld
Ze komen altijd net op tijd. Niet te vroeg – dat zou getuigen van enthousiasme, en enthousiasme is onelegant – maar ook niet te laat, want dan zijn de kaasblokjes en olijven al op. Ze arriveren in koppels of kleine kuddes, gehuld in strategisch asymmetrische jassen en brillen met monturen zo dik dat ze artistieke ontzag afdwingen. Ze begroeten elkaar met de twee- of driekusvariatie, meestal zonder de huid te raken, afhankelijk van hoezeer men op de hoogte is van elkaars recente Instagram-activiteit.
De ruimte is wit. De kunst hangt aan de muren. Niemand kijkt ernaar.
Of nee – dat klopt niet helemaal. Iemand fotografeert een werk. Niet om het te bestuderen, niet om het mee naar huis te dragen in de herinnering, maar omdat het licht er goed op valt en de compositie iets heeft wat de persoonlijke feed zal verrijken. De hand met het glas rosé blijft zorgvuldig buiten beeld. Of net niet, afhankelijk van het gewenste aesthetic.
“Wie is dit ook alweer?” fluistert iemand tegen zijn metgezel, met een blik op het werk die de vraag eigenlijk al beantwoordt.
“Iemand die in de collectie van X zit , geloof ik. Misschien zelfs in een museale collectie? Ik weet het niet meer. Toch wel interessant.”
“Absoluut.”
Ze knikken. Ze drinken. Ze zijn geïnteresseerd op een manier die geen verdere inspanning vereist.
Mount Everest
De vernissagegang(st)ers – laat ons hen zo noemen, want zij verdienen een naam, zoals elke soort dat verdient – zijn geen kwade mensen. Ze zijn zelfs niet onverschillig voor kunst in het abstracte, zoals men ook niet onverschillig is voor de Mount Everest: men weet dat hij er is, men vindt het mooi dat hij er is, en men heeft er geen enkele behoefte aan om hem te beklimmen. De aanwezigheid volstaat. De aanwezigheid is de daad.
Er bestaat zelfs een subtiele hiërarchie in hun wereld. Bovenaan troont degene die de kunstenaar kent – of beweert te kennen, wat hetzelfde effect heeft. Daaronder: degene die de galerie kent. Dan: degene die de curator kent. En helemaal onderaan, maar toch aanwezig, de persoon die toevallig voorbijliep en de open deur als een uitnodiging beschouwde. Wat het strikt genomen ook was, en die nu met een bekertje witte wijn staat te kijken naar een sculptuur alsof hij er iets van begrijpt.
Vergeet de kunstenaar niet
De kunstenaar zelf staat ergens in een hoek. Dit is zijn of haar avond, zijn of haar werk – maanden, soms jaren van aandacht en twijfel en materiaal en beslissingen die niemand ziet maar die alles bepalen. De kunstenaar glimlacht. De kunstenaar schudt handen. De kunstenaar beantwoordt vragen die niet over het werk gaan. Bent u ook in Antwerpen volgende week? Kende u die andere tentoonstelling in dat pand op het Zuid? De kunstenaar drinkt iets en denkt aan het atelier.
Intussen wordt er gepost. Hashtag opening. Hashtag contemporaryart. Hashtag Antwerpen. Het werk is te zien op de achtergrond – iets met textuur, iets met kleur – maar de focus ligt op het gezicht van de poster, licht bewerkt, goed belicht door de spots die de galerie zo handig heeft geplaatst. Kunst als decor. Decor als statement. Statement als aanwezigheid. Aanwezigheid als identiteit.
Je n’accuse pas
Dit is geen aanklacht. Aanklachten veronderstellen schuld, en schuld veronderstelt intentie. De vernissageganger heeft geen kwade intenties. Hij of zij heeft sociale intenties, wat een heel andere categorie is. Men wil gezien worden in de juiste ruimtes, naast de juiste mensen, omringd door objecten die de juiste culturele signatuur dragen. Dat dit toevallig kunst is en geen sportpaleis, is niet onbelangrijk – het zegt iets over de aspiraties – maar het is ook niet doorslaggevend.
En toch zit er, ergens in die witte ruimte, iemand die wél kijkt. Die stilstaat voor een werk en iets voelt wat hij of zij niet meteen kan benoemen. Die de folder mee naar huis neemt en die later die avond nog eens openslaat. Die misschien terugkomt op een rustige dinsdagmiddag, wanneer de kaasblokjes lang verdwenen zijn en de spots alleen nog voor de kunst branden.
Die persoon is niet de vernissageganger. Maar die persoon is er ook.
En als de vernissageganger ook maar één keer per jaar toevallig naast die persoon staat, en iets opvangt van die aandacht, van die stilte – dan is zelfs de vernissageganger misschien toch ergens goed voor.
Al is het maar om de glazen vol te houden.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Prachtig!Bob