Het is een vraag die me de laatste tijd steeds vaker wordt gesteld, meestal met een mengeling van bewondering en lichte achterdocht: waar haal je de tijd? En misschien nog meer verdacht: waar haal je de energie?
Alsof kunstflaneren een soort obscure bijbaan is, ergens tussen triatlon en nachthoreca. Een geheim schema waarin ik mijn dagen in blokken snij, elk kwartier toegewezen aan een schilderij, een glas wijn, een gesprek, een treinrit. Alsof er ergens een verborgen discipline schuilt die men vermoedt maar liever niet zelf moet toepassen.
Ik zit op een hotelkamer in Rotterdam, in het zachte, bijna anonieme comfort van Bilderberg Parkhotel Rotterdam, de avond na een lange dag op Art Rotterdam. Buiten reflecteren autolichten op het beton van de stad, binnen ligt een stapel catalogi op het nachtkastje als stille getuigen van een dag die zich niet laat samenvatten. Mijn voeten doen lichtjes pijn – een aangename pijn, alsof ze weten dat ze hun werk hebben gedaan. Mijn stappenteller bevestigt 18.412 stappen.
En dan moet ik denken aan die scène uit Billy Elliot.
Billy wordt gevraagd hoe het voelt om te dansen. Hij aarzelt eerst, zoekt woorden die niet bestaan voor wat hij ervaart. En dan zegt hij iets wat blijft hangen, ook al ontsnapt het telkens weer: dat het voelt alsof hij elektriciteit wordt, alsof hij verdwijnt in de beweging zelf.
Misschien is dat het antwoord.
Niet dat ik het zo letterlijk zou formuleren – elektriciteit is voor energiebedrijven en metaforen zijn vaak verdacht – maar er zit iets in dat raakt aan de kern. Kunstflaneren is geen activiteit die energie vraagt. Het is een toestand die energie genereert.
De misvatting van de tijd
De vraag naar tijd is eigenlijk een misverstand. Alsof tijd een vaste hoeveelheid is die je verdeelt over werk, gezin, verplichtingen en – ergens op het einde – een beetje cultuur, als dessert dat je jezelf gunt als je flink bent geweest.
Maar wat als het geen verdeling is, maar een verschuiving? Wat als die uren op een beurs, in een galerie, in een museum, geen tijd kosten maar tijd teruggeven? Niet in minuten of uren – laten we niet banaal worden – maar in intensiteit. In scherpte. In het gevoel dat je wakker bent in plaats van functioneel.
Ik merk het telkens opnieuw: een dag tussen kunstwerken voelt langer dan een dag achter een scherm. Niet omdat hij objectief langer is, maar omdat hij dichter is. Gelaagder. Alsof de tijd zich verdicht rond wat ertoe doet.
En ja, er zijn praktische antwoorden mogelijk. Treinen die op tijd vertrekken, agenda’s die zorgvuldig worden ingevuld, compromissen die worden gesloten. Maar dat is de buitenkant. De logistiek van het verlangen.
De echte vraag is niet waar de tijd vandaan komt. De echte vraag is waarom je hem daar niet aan zou geven.
De motor van het kijken
Wat me drijft, is niet discipline. Dat is een te saai woord voor iets wat te maken heeft met nieuwsgierigheid, met honger, met een licht obsessieve neiging om te willen begrijpen wat zich niet laat begrijpen.
Op Art Rotterdam liep ik vandaag langs honderden werken. De meeste verdwijnen alweer uit het geheugen, eerlijk is eerlijk. Sommige blijven hangen als een lichte irritatie – waarom dit, waarom zo, waarom nu nog? – en een paar, een heel klein aantal, nestelen zich ergens dieper.
Daar gebeurt iets. Niet spectaculair. Geen bliksem, geen openbaring. Eerder een verschuiving van een paar millimeter in hoe je kijkt, denkt, voelt. Maar dat is genoeg. Meer dan genoeg zelfs. Het is dat moment waarop je merkt dat een werk niet alleen vóór je staat, maar ook iets in je verschuift. Alsof het niet zozeer gezien wil worden, maar eerder iets in jou wil laten zien.
En dat moment, dat is verslavend.
Niet op de manier van onmiddellijke bevrediging, maar eerder als een traag werkende stof die zich opstapelt. Hoe meer je kijkt, hoe meer je wil kijken. Hoe meer je ziet, hoe meer je beseft wat je nog niet ziet. Dat is geen energieverlies. Dat is een motor.
Dus als men me vraagt waar ik de tijd en energie haal, denk ik aan die jongen uit Billy Elliot. Niet omdat ik mezelf wil vergelijken – laat ons daar bescheiden in blijven – maar omdat hij iets benoemt wat moeilijk uit te leggen valt aan wie het niet heeft ervaren. Het moment waarop je opgaat in wat je doet. Waarop de vraag naar tijd irrelevant wordt. Waarop energie geen voorwaarde is, maar een gevolg.
Ik zit hier, in Bilderberg Parkhotel Rotterdam, met zicht op een stad die zichzelf blijft herschrijven. De catalogi liggen er nog steeds. Morgen vertrek ik weer. Er wacht alweer een volgende tentoonstelling, een volgende ontmoeting, een volgende poging om iets te begrijpen wat zich misschien niet wil laten begrijpen.
En ergens weet ik dat de vraag opnieuw zal komen. Waar haal je de tijd? Waar haal je de energie?
Misschien moet ik de volgende keer gewoon antwoorden: Ik haal ze nergens. Ik raak ze niet kwijt.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Prachtig Yves. Poëtische en filosofische diepgang.
Bob
Had ook leuke inspiratie
volkomen gelijk Yves, tijd bestaat niet, Fred