Als galerijhouder en kunstenaar is Bart Ramakers de ideale persoon om te filosoferen over de kunstwereld. Samen met zijn echtgenote Sofie is hij bezig met de laatste voorbereidingen voor Nightshift Oostende (zaterdag 14 maart), maar neemt toch ruimschoots de tijd om in interview te treden over zijn nieuwe boek Ex Tenebris Lux.

Je vorige boek Revelations bevatte fotografische taferelen tot 2016. Waarom moest er nu een nieuw boek komen?

Om verschillende redenen. Het vorige boek was uitgeput, en ik heb ondertussen natuurlijk nog een hele reeks nieuwe werken gerealiseerd – altijd in een doordachte poging om verder te evolueren. En dus lag het voor de hand dat ik in een nieuw boek de volgende fase zou samenbrengen: de volgende zeven jaar ongeveer van 2018 tot 2025.

Je vat die samen onder de titel Ex Tenebris Lux. Dat kun je op twee manieren lezen. Is het licht er al, of zit je nog in de duisternis?

Dat is dubbel. Ik voor mijzelf heb het licht gevonden. In mijn zoektocht naar waar ik met mijn werk naartoe wil, hoe ik menselijke interactie zie, de rol van mijn werk in de kunstwereld. Het licht is daar waar ik mijn eigen paradijs kan creëren met de mensen die ik graag heb en die graag meespelen, en waar ik mensen kan bereiken die dat universum van mij boeiend vinden. Tijdens de Oostendse Fotobiënnale en de voorverkoop van Ex Tenebris Lux heb ik ontdekt dat die er in grote getalen zijn, wat mij zeer gelukkig stemt. Op een grotere schaal ben ik erachter gekomen dat ik helemaal niet in staat ben om het licht te brengen in deze wereld, duisternis zal er altijd zijn.

En toch eindigt het boek optimistisch.

Optimisme is een morele plicht. Ik ben het aan mijn lezers en kijkers verplicht om met een heilsboodschap te eindigen. Dit boek eindigt met mijn eigen persoonlijke paradijs, waarin God en de duivel buitenspel worden gezet en de mensen voldoende hebben aan elkaar en aan liefde om te genieten.

Je sluit wel af met een boeiend citaat van de Russische auteur Michael Bulgakov.

Ja, als een soort voetnoot helemaal achteraan. In De Meester en Margarita vraagt de duivel: “What would your good do if evil didn’t exist, and what would the earth look like if all the shadows disappeared?”

Als het kwaad niet bestaat, kan het goede ook niet bestaan. En wat zou jij doen in een wereld waar continu dag en nacht de zon schijnt, en het nooit regent, en het nooit donker wordt? Dat is eigenlijk al stof voor mijn volgende boek. (lacht)

Hoe komen je ideeën tot stand? Je werk vereist een enorme kennis van de cultuurgeschiedenis.

Ik gebruik daarvoor het beeld van de omgevallen boekenkast. In mijn jeugd zat ik altijd in de boeken, ging ik naar de tekenacademie op aandringen van mijn vader, werd ik meegenomen naar kerken, kathedralen, musea, film, opera. Al die beelden liggen gestapeld. En op een bepaald moment – dikwijls ’s nachts of in mijn dromen – vallen dingen door elkaar op hun plaats. Dat is op dat moment geen gerationaliseerd idee. Dat is ergens een beeld dat je ziet, een fantasma waarvan je zegt: Oh, dat is visueel interessant. Ik kan soms wakker worden met een soort visioen. Dat kun je niemand leren.

Maar de kijker ziet dat niet meteen.

Klopt. De mensen die oppervlakkig kijken – en dat is in eerste instantie iedereen, we kijken altijd eerst oppervlakkig – die moeten ergens in het werk getriggerd worden. Als ik begin te vertellen of als ik mensen maar een klein licht werp op wat erachter steekt, hoor ik heel dikwijls: ah ja, maar nu wordt het pas echt interessant, en zo kun je er maar blijven kijken. En om dat te bereiken, om mensen zelf die reflex te geven van: wat zou hierachter zitten, is mijn uitdaging om in ieder werk een soort frictie te steken, een spanning.

Geef eens een voorbeeld.

Ik heb een Oordeel van Paris waarbij het de vrouw is die het oordeel velt, en waarbij drie mannen nogal schutterig in ballerinajurkjes tegen de toog van een café staan. Door vertrouwde dingen om te draaien, door ze in een andere context te zetten, probeer ik dat te bereiken.

Je omschrijft jezelf als missionaris.

Mijn vader was onderwijzer, mijn moeder kleuterleidster. Ik heb zelf nooit in het onderwijs een roeping gezien, maar hoe langer ik bezig ben hoe meer ik merk dat ik eigenlijk ook een missionaris ben. Ik moet dat soms afremmen. Je moet in het werk ook een beetje mysterie laten. Een gedicht mag je niet helemaal tot de laatste nuance interpreteren, want dan schiet er niets meer van over.

Je noemt jezelf ook eerder een theaterregisseur dan een fotograaf.

Ik ben het omgekeerde van een fotograaf die met lens en diafragma in aanslag klaarstaat om op het juiste moment het juiste ding te doen. Ik organiseer een wereld om die dan te fotograferen. Kostuums, licht, modellen, camionetten vol attributen. En spreadsheets van welk model welke dag kan en welke maten die heeft.

En toch streef je naar improvisatie.

Hoe langer ik bezig ben, hoe meer ik naar improvisatie neig en loslaat. Voor Paradise Regained had ik in het park van kasteel Rooigem een scène gebouwd rond God en de duivel als loerende saters – gebaseerd op een achttiende-eeuwse gravure – die naar Adam en Eva en de drie Gratiën loeren en een beetje jaloers zijn op al die menselijke liefde. Midden in de shoot hoor ik opeens iemand zeggen: Hi Bart, can I join? Dat was Abigail Tulis, die in dat park woont en werkt. Ik zeg: Sure, you choose what you wear. Twee minuten later staat ze in een halfdoorzichtig elfenkleedje in de knoestige boom achter de andere modellen, pal voor het flitslicht dat daar al stond. Ze wordt vanzelf een lichtgevende beschermengel. Aan het licht heb ik niets moeten veranderen. Dat is voor mij magisch.

Dat is ook waarom je het doet.

Precies. Voor dat gevoel van: ik ben hier samen een kick aan het beleven met mensen en ik ben mezelf aan het verbazen. Een fotoshoot is voor mij nu pas geslaagd als het loskomt van wat ik als visioen had en daar nog iets aan toevoegt.

Schoonheid speelt een grote rol in je werk, maar je zegt ook dat het maar een middel is.

Friedrich Schiller heeft dat gezegd: schoonheid is eigenlijk maar een manier om de kijker binnen te trekken. Maar achter die schoonheid, als het goed is, ontdekt hij dat daar waarheid achter zit. En achter die waarheid, vrijheid. Dus schoonheid is maar een van die sleutels om iemand binnen te trekken en een wereld open te doen. Ik ben geleidelijk aan andere vormen van esthetiek gaan zoeken. Niet louter op schoonheid gebaseerd, maar op narratief, op ideeën, op concept.

Het boek is ook fysiek een statement. Waarom zo groot?

Als klein mannetje stond ik aan de hand van mijn vader voor de kruisafneming van Rubens in de Antwerpse kathedraal. Die theatraliteit, dat Caravaggesque en monumentale is wat ik wou doen in mijn leven. Ik werk met een middenformaatcamera omdat ik heel veel detail wil in heel grote beelden. Mijn foto’s twee, drie meter hoog kunnen afdrukken. In een pocketboek kun je de compositie bekijken, maar je kunt niets zien. Dus heb ik opzettelijk het grootst mogelijke formaat gezocht dat nog te drukken en te boekbinden valt. Alle exemplaren van Ex Tenebris Lux worden met de hand ingebonden, machinaal kan dat niet.

En bijna al je werk is landscape.

Ja, toch negentig procent? Mijn blikveld is horizontaal. Als ik naar de cinema ga, is het ook landscape. Alleen altaarstukken en smartphones zijn verticaal, als ik erover nadenk, die staan dan ook heel ver af van de realiteit. Voor mijn boek kies ik een formaat waarbij ik de werken liggend kan tonen, zonder een vervelende vouw in het midden. Helaas maakt mijn keuze de boeken ook zwaar. Bijna 3,5 kilo per boek. De drukker verpakt ze per vijftien, dus ik zit met dozen van 45 kilo. Zo zwaar kan het leven van een fotograaf zijn. 🙂

Terugkijkend terug op het boek, zou je bepaalde zaken anders aanpakken?

Ik zou de teksten nog een beetje meer proberen stroomlijnen. Ik heb het gevoel dat er veel krenten in de koek zitten, maar dat de koek nog zo verteerbaar is als ik zou willen. Wat ik een beetje miste was een overkoepelende eindredactie. In de fotografische taferelen moeten niet alleen alle details kloppen, ook de compositie moet harmonieus zijn. In taal heb ik daar meer werk mee, ik werk heel hard op de teksten maar blijf altijd het gevoel hebben dat de ideeën nog impactvoller verwoord kunnen worden.

AI is tegenwoordig niet meer weg te denken uit de (kunst)wereld. Je vertelde me dat je werk ook niet ontsnapt aan de invloed ervan.

Tijdens een voordracht in Vorselaar vertelde een deelnemer me dat hij een foto van mij – een Sneeuwwitje met een zwarte Adam met ezelskop – had ingevoerd in een AI-applicatie en gevraagd had wat dit beeld bedoelde. Die chatbot heeft het vervolgens van naaldje tot draadje uitgelegd: Adam en Eva, A Midsummer Night’s Dream, Sneeuwwitje, alchemie, alles. Het enige wat AI hem niet kon verklaren waren de gele blokjes (om bepaalde erogene zones te maskeren). Dat vond ik wel geweldig. Dus mensen hebben mij eigenlijk niet meer nodig om het te begrijpen. Ze kunnen het gewoon reverse-AI’en.

Maar voor het maken zelf zie je het niet.

Niet op dit moment. AI combineert en soms gebeuren er surrealistische dingen, maar ik heb zelden het gevoel gehad bij AI-gegenereerde beelden dat ik qua concept of idee verrast werd. Tenzij je dat idee zelf in je prompt steekt, maar dan ben jij het die het idee levert. En wat voor mij essentieel ontbreekt, is het plezier van het maken. Die kick op de set zelf, de magie die je samen creëert met mensen. Dat kan AI nooit geven.

Wat is de dieperliggende rode draad die je in dit werk hebt ontdekt?

Ik zit in mijn werk altijd te worstelen met de grote symbolen en figuren uit onze cultuurgeschiedenis en mythologie, en ik constateer dat het vaak gaat over de grote dualiteiten: goed en kwaad, man en vrouw, wij en de anderen. En mijn doel is telkens om daarin nuance terug te brengen. Er zijn enorm veel grijstinten in deze wereld en we kunnen ons leven maar verrijken door die allemaal te ontdekken en toe te laten. Terwijl de grote verhalen – ook politiek en religieus – steeds extremer en zwart-witter worden.

En het volgende boek?

De vraag die ik mezelf stel is: wat als we buiten die dualiteit stappen? Dan ga je opeens buiten de cultuurgeschiedenis – want dan zit je in de natuur, waar goed en slecht gewoon niet bestaan en waar we onderdeel zijn van een groot spel dat we niet begrijpen. Maar daar zijn ook bijna geen verhalen of mythen over, denk ik. En dat is precies wat mij trekt.

Boek bestellen? Klik op de afbeelding.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder