De kunstgeschiedenis houdt van overzicht. Van laden, vakjes en duidelijke labels. Maar af en toe duikt er een kunstenaar op die zich niet laat opbergen, die elke poging tot ordening beleefd negeert en gewoon verder werkt. Jos Verdegem (1897-1957) is een perfect voorbeeld. U kunt kennismaken met zijn werk in Galerie P in Oostende.
Geboren in 1897 in Gent, zoon van een havenarbeider, frontschilder in de Eerste Wereldoorlog, Parijse bohémien in de jaren twintig, academieleraar in de jaren dertig, mentor van Jan Hoet nog voor mentor een functieomschrijving werd. Het levensverhaal leest als een cv dat nooit door een HR-dienst zou geraken. Te veel wendingen. Te weinig specialisatie. En vooral: geen duidelijke stijl om in één zin samen te vatten. Wat hem meteen verdacht maakt in een kunstwereld die graag etiketten kleeft.
Een stijl? Liever vijf tegelijk
Wie deze kunstenaar wil vastpinnen op één stroming, komt bedrogen uit. Fauvisme? Expressionisme? School van Parijs? Vlaamse traditie? Ja, ja, ja en nee. Hij flirt met iedereen, maar trouwt met niemand. Net wanneer je denkt: aha, dit is zijn fase, laat hij het weer los. Alsof hij allergisch was voor consistentie, of erger nog: voor herhaalbaarheid.
Dat maakt hem lastig voor kunsthistorici en heerlijk voor kijkers. Zijn oeuvre beweegt zich van ruige naakten naar verstilde tekeningen, van circusfiguren tot melancholische portretten, van Parijse lichtzinnigheid tot Gentse zwaarte. En altijd is er die lijn: soepel, trefzeker, soms bijna nonchalant, alsof tekenen iets is wat je tussendoor doet terwijl je wacht op de trein.
De clown die niet lacht
Een terugkerend motief in zijn werk is het circus. Clowns, acrobaten, artiesten die leven van het applaus maar hun vermoeidheid zorgvuldig verbergen. Het is geen toeval. Verdegem kijkt niet naar het spektakel, maar naar wat eronder zit. De clown is bij hem geen grap, maar een masker.
Wie goed kijkt, merkt dat veel van zijn figuren iets in zich dragen van vermoeidheid, melancholie, een lichte vervreemding. Alsof ze net te lang hebben nagedacht over hun eigen rol. Dat maakt zijn werk nooit sentimenteel, maar wel menselijk. En menselijkheid, dat weten we sinds Instagram, is zeldzamer dan ooit.


Parijs is geen decor
Zijn jaren in Parijs zijn cruciaal, maar niet op de manier die we gewoon zijn. Verdegem gebruikt de Lichtstad niet als legitimatie (“ik was daar ook”), maar als werkplek. Hij loopt er niet te pronken met invloeden, hij werkt. In het circus Medrano, bijvoorbeeld, waar hij als pistejongen observeert en tekent. Kunst ontstaat hier niet uit afstand, maar uit nabijheid.
En wanneer hij terugkeert naar Gent, brengt hij geen Parijse chic mee, maar een scherpere blik. Dat wordt hem niet altijd in dank afgenomen. De Vlaamse kunstwereld is op dat moment niet meteen klaar voor zoveel kleur, zoveel bravoure, zoveel vrijheid. Te Frans voor Vlaanderen en te Vlaams voor Frankrijk.
De academie en de buitenwipper
Verdegem doceert aan de Gentse academie, maar ook dat is geen comfortabel verhaal. Hij past niet in structuren, ook al helpt hij ze tijdelijk overeind houden. In 1944 wordt hij buiten gewerkt. Geen drama, geen pamflet, gewoon: exit.
Wat volgt is geen stilstand, maar een explosie van werk. Hij tekent en schildert alsof tijd iets is wat je kunt negeren zolang je potlood scherp blijft. Reeksen ontstaan, worden herwerkt, opnieuw bekeken. Voor de kunstenaar is een werk nooit af. Het wordt alleen tijdelijk verlaten.
Waarom hij vandaag opnieuw stoort
Verdegem stoort omdat hij niet meewerkt aan het grote narratief. Hij laat zich niet netjes recupereren door één beweging, één generatie, één discours. En precies daarom is hij vandaag opnieuw interessant. In een tijd waarin kunstenaars geacht worden hun “praktijk” te definiëren nog voor ze goed en wel begonnen zijn, herinnert hij ons eraan dat zoeken ook een vorm van sérieux is.
Hij is geen kunstenaar van statements, maar van observaties. Geen conceptuele kapstok, maar een mens met een potlood. En misschien is dat wel zijn meest radicale kwaliteit.


Tot slot (zonder moraal)
Jos Verdegem is geen vergeten meester. Hij is een lastig meester. Eén die zich niet laat samenvatten of in een vakje laat duwen. En misschien is dat precies wat kunst soms moet doen: weigeren om comfortabel te zijn. Wie dat vervelend vindt, kan altijd terug naar de lade. Wie nieuwsgierig is, kijkt beter nog eens.
Deze expo is nog tot 22 februari te bekijken bij Galerie P in Oostende
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

👌