Hoe ontstaat een idee dat groter blijkt dan jezelf? Vaak begint het onschuldig: een nieuwsgierige gedachte, een open deur die nog niet op een kier staat, maar wel uitnodigt. Zo begon het verhaal van The Spire in Aalst bij Sint-Truiden, met een voormalige parochiekerk die vandaag fungeert als een plek voor kunst, reflectie en ontmoeting. Het project lijkt vanzelfsprekend nu het bestaat, maar in de gesprekken met Patricia Robinne en Steph Gross werd duidelijk hoe zorgvuldig en bedachtzaam de weg ernaartoe is geweest. De droom stond eerst op fluisterniveau, daarna werd deze verder onderzocht, gewogen en tastbaar gemaakt. Tot hij zoveel vorm had, dat het onmogelijk werd hem nog te negeren.
De droom die groter werd dan de plek
De kiem was een liefde voor historische architectuur en een fascinatie voor wat hedendaagse creativiteit ermee kan doen. Een kerk draagt een geladen stiltecultuur met zich mee: herinneringen aan rituelen, aan samenzijn, aan verstilling.
Voor Patricia was het bovendien een plek van jeugdherinnering. Het gebouw stond in het geboortedorp van haar moeder, een vertrouwde locatie die ze als kind bezocht. Patricia, opgeleid in communicatie en al jaren actief als strategische denker en conceptontwikkelaar, is altijd al gefascineerd geweest door plekken die een verhaal dragen en door hoe ruimtes collectieve verbeelding kunnen activeren. Haar werk draait rond betekenis, empathie en wat creativiteit met mensen kan doen. In haar stem hoor je zowel het kind dat hier ooit binnenstapte als de professional die weet wat een goed gedragen idee vergt.
Toen bleek dat de kerk verkocht zou worden, zochten Patricia en Steph contact met de kerkfabriek om te begrijpen wat er mogelijk was. Wat begon met aftasten en luisteren, groeide uit tot een idee dat tegelijk persoonlijk, cultureel én maatschappelijk aanvoelde: van kerk naar inspiratiecentrum, van liturgie naar creativiteit, van rituele stilte naar reflectieve aandacht.


Tussen droom en werkelijkheid
De eerste vraag bleek echter niet romantisch, maar rationeel: is dit budgettair haalbaar? Een kerk onderhouden vraagt vakmanschap, kennis en budget. Het was duidelijk dat The Spire niet mocht verzanden in idealisme. Er moest worden uitgezocht of het financieel haalbaar was, hoe je de ruimte rendabel kan maken zonder haar ziel te verliezen, en hoe je grote vaste kosten overstijgt met inhoudelijke meerwaarde.
Steph, meer technisch en pragmatisch ingesteld, komt uit een wereld waarin bouwen, restaureren en ontwerpen tastbaar zijn. Hij denkt in volumes, structuren, materialen en haalbaarheid. Waar Patricia intuïtief verbeelding aanwakkert, ziet Steph het geheel driedimensionaal. Hij is degene die onderzoekt, berekent en de handen vuilmaakt.
Het zijn twee uitersten die elkaar vinden: de droom en de onderbouw, de verbeelding en de uitvoering. Daardoor werd het project geen vrijblijvende fantasie, maar een concreet traject naar een nieuwe plek. En toch is het nooit een louter economisch project geworden. Het was de droom die het fundament bleef, maar wel gesteund door onderzoek, gesprekken en berekeningen. Uiteindelijk bleek de combinatie van verbeelding, ondernemerschap en bescheiden realisme precies voldoende om te durven springen.
Wanneer er wordt gevraagd naar de missie van The Spire, komt meteen een sleutelwoord naar voren: verbinding. Niet vrijblijvend, maar als motor. Creativiteit, duurzaamheid en menselijke ontmoeting lopen hier in elkaar over. De plek wil mensen samenbrengen die in eerste instantie niets met elkaar te maken lijken te hebben: kunstenaars en bedrijven, ontwerpers en zorgverleners, architecten en bewoners, beleidsmakers en nieuwsgierigen. In een tijd van versnippering en onzekerheid, geloven Patricia en Steph dat verbeelding een vorm van veerkracht kan zijn. Kunstenaars passen in dat verhaal omdat ze anders (durven) kijken: omdat ze objecten, materialen en structuren benaderen vanuit verwondering, minimalisme en een diepe gevoeligheid voor wat van waarde is.
Duurzaamheid als ethiek
Duurzaamheid is daarbij geen modieus buzzword. In The Spire wordt ze zichtbaar in de keuzes van de kunstenaars, hun materialen, hun omgang met tijd. Voor de eerste tentoonstelling, EXPO TWAALF, kozen ze voor drie kunstenaars die elk op hun manier traagheid, eerlijkheid en soberheid in praktijk brengen.
Tom Andries destilleert typografie tot haar abstracte essentie, schildert in zwart en wit, werkt in reductie in plaats van toevoeging. Kosi Hidama maakt keramiek die de echo draagt van beweging en dans – niet letterlijk, maar als innerlijk ritme. Wim Pues bouwt meubilair met hout dat al een leven achter zich heeft, met technieken die de moderniteit hebben overleefd. Bij hen allen geldt: materiaal wordt met respect benaderd, vorm is geen decoratie en schoonheid ontstaat pas wanneer er niets overbodig is.
Voor Patricia en Steph is dat ook de essentie van duurzame esthetiek: sober, zuiver, doorleefd. Minimalisme als levenshouding, niet als designstijl. Het gaat om de keuze voor objecten die lang meegaan, die generaties kunnen overstijgen, die niet onderhevig zijn aan trends en versnelling. Een vaas die blijft. Een stoel die je doorgeeft. Een tafel die verhalen verzamelt. De kunstenaars in EXPO TWAALF tonen hoe dat eruitziet: keramiek waarin aandacht tastbaar wordt, hout dat opnieuw wordt opgebouwd met kennis uit eeuwenoude ambachten, schilderijen die typografie leren zwijgen tot ze enkel nog ritme zijn. Zo krijgt The Spire een eigen sobere adem.
Drie stemmen die met de ruimte spreken
Het is geen toeval dat net deze drie kunstenaars hier exposeren. Er is persoonlijke geschiedenis – ontmoetingen, eerdere tentoonstellingen, gedeelde gevoeligheid – maar vooral een gedeelde houding. Ze hebben aandacht voor materiaal, kennen de waarde van ambacht, hebben voeling met minimalisme en geloven dat kunst meer kan zijn dan object. Bovendien passen ze in de ruimte. De kerk is geen neutrale white cube, maar een plek met eigen volume, schaduw, licht en echo.
Kunst die zich opdringt, verstikt haar. Kunst die luistert, vindt er een thuishaven. Tom Andries creëerde speciaal voor deze expo een kruisgang van twaalf scènes, een abstract uitgepuurde route die de architectuur niet vult, maar zacht begeleidt. Kosi verzamelde takjes en bladeren uit de omgeving om zijn keramiek te completeren, alsof de plek eerst moest spreken voor hij kon tonen. Wim bracht tafels en zetels die uitnodigen om gebruikt te worden: zitten, kijken, denken, delen.
Kunst die mag leven
Daarmee raakt The Spire aan een ander uitgangspunt: kunst hoeft geen afstand te houden. De objecten hier zijn niet louter tentoonstellingsstukken, maar mogen leven. Stoelen worden gebruikt, tafels wachten vol ongeduld op gesprekken, keramiek blijft staan wanneer er gegeten wordt. Kunst nestelt zich in de dagelijkse handeling. Dat is volgens Patricia en Steph geen provocatie, maar een terugkeer naar de essentie. Kunst was ooit functioneel, verbonden met ambacht, onlosmakelijk deel van de leefwereld. Het is tijd dat ze opnieuw genesteld raakt in aanraking, gebruik en doorgegeven waarde.
In die geest ontstond spontaan het idee van gedeeld eigenaarschap. Toen bezoekers vroegen of een groot meubelstuk in de kerk mocht blijven, suggereerden sommigen een crowdfunding. Niet als noodoplossing, maar als gedeelde liefde voor een object dat betekenis heeft. Waarom zou kunst exclusief zijn? Waarom niet een vaas die rondreist, een tafel die door verschillende families gedragen wordt, een object dat niet statisch bezit is, maar circulerend erfgoed? Kunst wordt dan gemeenschap, geen statussymbool.


Wortelen en verbinden
De ambitie van The Spire stopt niet aan de dorpsgrens. Patricia en Steph dromen van internationale verbindingen: gelijkaardige plekken waar kunst, architectuur, ambacht en reflectie elkaar raken. Maar eerst willen ze hier wortelen. Het lokale heeft waarde. Het gesprek met de buurt, de architecten uit de regio, de kunstenaars in de omgeving, de mensen die langskomen louter uit nieuwsgierigheid. Zij vormen de eerste draden van het web dat The Spire wil weven. Pas als dat stevig staat, kan het grotere groeien.
Dat ze deze rol zo vanzelfsprekend opnemen, heeft ook te maken met hun achtergrond. In de communicatiewereld leerden ze verbinden, luisteren, verwachtingspatronen ontrafelen en opnieuw betekenis organiseren. Hier krijgt die ervaring een esthetische dimensie. Er is geen opdrachtgever die richting dicteert, geen commerciële druk die beslissingen bepaalt. De ruimte en de ideeën mogen zich ontvouwen op een manier die klopt. Natuurlijk blijft ondernemen noodzakelijk – de kerk moet licht hebben, warm zijn, onderhouden worden – maar geluk, menselijkheid en schoonheid staan hoger dan economisch rendement.
Een plek die uitnodigt tot reflectie
De vraag wat bezoekers hier kunnen ervaren, wordt beantwoord met eenvoud: vertraging. Tijd om te kijken. Niet flitsend, niet vluchtig, maar aandachtig. Wie hier binnenkomt en meegaat in dat ritme, merkt dat kunst opnieuw plek krijgt in het lichaam. In de gebaren. In de blik. The Spire wil dat bezoekers schoonheid ervaren als een manier van aanwezig zijn. Dat ambacht gezien wordt als kennis die niet mag verdwijnen. Dat materiaal respect verdient. Dat kunst geen decor is, maar een manier van in de wereld staan.
Misschien is dat waarom de gedachte van een nachtbeleving zo aanstekelijk klinkt: slapen tussen kunst, in een gewijde stilte, dicht bij objecten die ontstaan zijn uit aandacht. Niet als spektakel, wel als gebaar. Een vorm van overgave aan de ruimte. Het laat voelen wat The Spire in wezen is: geen project, geen hype, maar een plek die opnieuw leert luisteren naar het trage, het pure, het vernieuwende. Een plek die beseft dat schoonheid niet luid hoeft te zijn.



Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

mooie tekst, beste Yves! Kan je ook wat praktische info meegeven? Adres, tot wanneer loopt de expo, openingsuren …
https://thespire.be/expo-de-twaalf/ ==> voor alle info over de expo