De lucht boven Berlijn is zwaar van lentewolken wanneer ik de St. Agneskerk (voor een tweede maal) binnenstap. De voormalige kerk gaat nu als KÖNIG GALERIE door het leven. Het beton van het brutalisme omarmt de stilte als een gewijde ruimte. Een ruimte die een eerbetoon vormt aan Mon Père van Bosco Sodi.

Geen geur van wierook, geen gezangen. En toch hangt er iets in de lucht dat neigt naar devotie. Aan het einde van het middenschip, waar ooit het altaar stond, staat nu een oude olijfboom. Een imposant levend wezen, honderdvijftig jaar oud, geplant in het hart van een tentoonstellingsruimte, als een monument dat zwijgt en wacht.
Monument zonder verhaal
Bosco Sodi’s tentoonstelling Mon Père is geen hulde aan een mens in klassieke zin. Het is een seismogram van het geheugen. De boom is geen metafoor, maar een middelpunt van zwaartekracht. Rondom hem: tien monumentale schilderijen. Geen figuratie, geen verhaal: enkel kleur, structuur, materie. De huid van elk werk lijkt gevormd door erosie en tijd, als lava gestold in een moment van bezinning.
De groene kleur overheerst. Niet het jonge groen van hoop en belofte, maar het diepgroene van mos en nachten, van bossen waarin verhalen verborgen liggen. De doeken lijken opgehoopt, samengeperst, gebarsten. Ze ademen een soort organische intensiteit, alsof ze niet geschilderd maar geboren zijn uit aarde. En misschien zijn ze dat ook. Sodi werkt met pigmenten, hout, steen — elementen die hun herkomst niet verloochenen. Elk doek is een reliëf, een tastbaar landschap waarin herinnering wordt geconserveerd.



Het samenspel met de ruimte
Het valt op hoe sterk de werken samenvloeien met de ruimte. De kerk is leeg en tegelijk vol: van verleden, van architectuur, van stilte. Hierin werken Sodi’s creaties als relieken, objecten van aandacht. Ze vragen geen interpretatie, maar aanwezigheid. De kijker wordt uitgenodigd om ze niet te begrijpen, maar ze te voelen.
Traagheid als kracht
In die traagheid, die uitnodiging tot vertraagd kijken, schuilt de kracht van deze tentoonstelling. Sodi lijkt ons te willen ontnuchteren van het idee dat kunst een boodschap moet brengen. Hij biedt geen narratief, geen verklaring. Enkel materie. Enkel zijn. En in dat zijn sluimert een diepe spiritualiteit. Niet religieus in dogmatische zin, maar existentieel.
De boom in het midden staat er als een zwijgende priester. Zijn stam is getekend, zijn wortels verborgen in een cirkel van aarde. Hij is verplaatst, ontworteld, herplant en draagt die verplaatsing met een waardige gelatenheid. In zijn nabijheid worden de schilderijen een kruisweg. Elk werk een veld van geladen stof, elk barstje een breuk in de tijd.
Het gewicht van verlies
Het is moeilijk om hier te staan en niet aan verlies te denken. Niet omdat de tentoonstelling beladen zou zijn met verdriet, maar omdat ze zo tastbaar afscheid ademt. Niet het huilende soort afscheid, maar het stille, contemplatieve. Het type dat niet schreeuwt, maar zacht knarst en knerpt als voetstappen op grind. De expositie voelt als een ritueel, een innerlijke rite de passage.
De titel Mon Père draagt dan ook iets kwetsbaars in zich. Het Frans, zangerig en weemoedig, klinkt als een gefluister. Geen vader, geen pater familias, maar mon père een intiem woord, een persoonlijke bezwering die wellicht luider dan bedoeld klinkt in deze omgeving. Er zit zachtheid in deze woorden, maar tegelijk ook afstand. Zoals herinneringen soms dichterbij lijken te komen net wanneer ze verder weg glijden.

De handen van rouw
Wat mij treft is de manier waarop Sodi met zijn materiaal aan de slag gaat. Zijn doeken zijn niet beschilderd, ze zijn bewerkt. Geschaafd, geschuurd, gestold. Alsof ze een vorm van rouw in zich dragen die met de handen is gevormd, niet met het hoofd. Ze zijn traag in hun ontstaan en eisen traagheid in hun beleving. Je moet dichtbij komen, kijken met geduld, met aandacht voor de schaduw tussen de barsten.
De kleur groen krijgt hier een nieuwe dimensie. Het is niet de kleur van hoop, maar die van herinnering. Groen zoals de schaduw onder bladeren, zoals het patina op koper. Groen als een echo van leven dat ooit ruiste en nu stilgevallen is. Sodi’s groen is zintuiglijk en filosofisch tegelijk.

Een schaduw om onder te rusten
In deze stille ruimte wordt elk werk een anker. Geen van hen wil imponeren. Ze fluisteren. Ze wachten op wie bereid is stil te staan. En dat is misschien wel het mooiste aan deze tentoonstelling: ze vraagt niets. Ze biedt een plek aan waar tijd mag bezinken, waar verlies geen drama hoeft te zijn, maar een grondstof voor nieuwe vormen.
Wanneer ik naar buiten stap, is de stad weer luid. Trams, stemmen, pratende jongeren op zonovergoten banken. Maar iets in mij blijft in de ruimte. Iets in mij blijft bij die boom, die oude getuige van een onuitgesproken verhaal. En ik besef: soms is kunst geen spiegel, geen raam, maar een schaduw waaronder je mag gaan zitten. Even. Om te rusten, te rouwen, of gewoon te zijn.lijft in de ruimte. Iets in mij blijft bij die boom, die oude getuige van een onuitgesproken verhaal. En ik besef: soms is kunst geen spiegel, geen raam, maar een schaduw waaronder je mag gaan zitten. Even. Om te rusten, te rouwen, of gewoon te zijn.
De expo eindigt spijtig genoeg op 20 april. Meer info op deze link.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
