Sommige kunstenaars bouwen hun oeuvre zoals een architect een grondplan tekent: afgelijnd, beredeneerd, elk detail met zorg gepland. Maar Stefan (Stef) Jacobs werkt anders. Zijn werk groeit zoals een stad zonder stedenbouwkundig plan: grillig, gelaagd en intuïtief. Creatie is voor hem geen rechte weg, maar een labyrint van mogelijkheden. Geen blueprint, maar een veld van kruispunten, zijwegen en verborgen doorgangen. Alsof hij telkens een ruimte schetst die zichzelf onderweg herschrijft.
Wie met Stef meeloopt, merkt dat zijn spoor zelden rechtdoor loopt. Het slingert, zwenkt, keert om, vertakt zich. Onderweg vang je geuren op van drukinkt, echo’s van vergeten steden, de schim van een oerpaard dat ooit in de mist galoppeerde. De Eohippus — kleiner dan een hond, maar groots in betekenis.
Jacobs laat zich niet temmen door hokjes of kaders. Zijn beeldtaal is tastbaar én abstract, geworteld in vakmanschap én open voor experiment. Dit portret probeert niet zijn werk te verklaren, maar je te laten proeven.
Het paard is een beweging
Stef is geen eenzame kluizenaar op een zolderkamer. Hij is net terug uit Spanje, houdt halt in Antwerpen om contacten te leggen voor nieuwe projecten, en vertrekt daarna voor twee maanden naar Marokko. Niet om te ontsnappen, maar om zich verder te verdiepen in zijn artistieke praktijk. In het mediterrane licht dat zijn verbeelding voedt. Altijd met het oog op een naderende horizon: Hongkong, 2026.
Wanneer het Jaar van het Paard in 2026 de Chinese kalender siert, moeten alle losse eindjes samenkomen in een project dat zijn innerlijke oerdier – de Evohippus – naar de Aziatische metro-pool brengt. Maar het paard is voor Stef meer dan een dier. Het is een denkwijze, een echo uit een oertijd die in de verbeelding blijft resoneren.


The Path of Knowledge
De Eohippus, het oerpaard dat vijftig miljoen jaar geleden leefde, geldt als de eerste in zijn soort: klein, schuw, met vier tenen per poot, een levend archetype. Stef keert die blikrichting om. Zijn Evohippus is geen echo van het verleden, maar een mutatie van het hedendaagse paard ontstaan uit pure verbeelding. Geen biologische, maar mentale evolutie. Niet uit het stof van de aarde, maar uit het stof van de geest.
‘In mijn werk staat het paard voor creativiteit, leergierigheid, avontuur en vrijdenken,’ zegt Stef. ‘En in die eigenschappen herken ik het labyrint.’ Geen kluwen van dwaalwegen, maar een pad met richting. Zijn Evohippus is die richting geworden: een bewegend spoor in een innerlijke ruimte.
Hij noemt het The Path of Knowledge: verdwalen als methode. Het labyrint wordt niet getekend, maar bereden. In zijn beelden galoppeert het paard over onbekend terrein, telkens transforme-rend in vorm, kleur en functie. In Spanje robuuster, in Marokko getekend door zand en schaduw, in Hongkong misschien een hologram, verlicht van binnenuit.
Zo beweegt Stef zich tussen het archaïsche en het futuristische, tussen het dierlijke en het digitale. Zijn werk reconstrueert het verleden niet, maar kondigt een alternatief aan. Geen klassieke evolutie, maar een artistieke mutatie. De Evohippus wordt gids en avatar – een herinnering dat verdwalen ook leren is en dat elk parcours, lijn of lus, leidt naar een kern die alleen via ver-beelding bereikbaar is.
Het labyrint als methode
‘Elke dag anders. Elke dag andere kleuren en vormen,’ zegt Stef wanneer ik vraag hoe deze innerlijke zoektocht er in zijn hoofd uitziet. ‘Soms organisch, soms digitaal, soms onbewandelbaar. Ik ben het labyrint aan het hertekenen.’ Voor hem is verdwalen geen obstakel, maar een strategie. Geen doolhof, maar een bochtig parcours waarin onzekerheid elke hoek vult.
Het labyrint in zijn werk is nooit eenduidig. Het is een ruimte van vertraging, verwarring, concentratie. ‘Verdwalen is noodzakelijk,’ zegt hij. ‘Niet om verloren te raken, maar om te ontdekken wat je nog niet kent. En altijd is er onderweg een moment van helder-heid waarbij het beeld zich opent en betekenis voelbaar wordt.’
Grafisch DNA: van drukinkt tot pixels
Stef komt uit een familie waar vorm en beeld tastbaar waren. In 1906 begon zijn overgrootvader Maurice Jacobs als steendrukker in de Antwerpse Nationalestraat. Generaties later groeit Stef op tussen de geur van inkt, hout, lood en boeken. De zolder van de drukkerij werd zijn eerste atelier.
Vandaag keert hij terug naar dat erfgoed. Voor het eerst in jaren staat hij weer achter een klassieke typopers, samen met zijn 81-jarige vader. ‘Hij heeft me alles geleerd.’ Maar deze terugkeer is geen nostalgie. Het is een manier om opnieuw te verbinden. ‘Traagheid past in vriendschappen,’ zegt hij, ‘en in vakmanschap.’Toch is hij geen purist. ‘Ik verzet me niet tegen het digitale. Integendeel, ik ben verzot op alle mogelijke vormen van productie. AI, AR, typografie. Alles is materiaal. Zelfs als slechts één procent bruikbaar blijkt, is het dat waard. Ik ben geen conservator van technieken, maar een alchemist ervan.’


Desoriëntatie als voedingsbodem
Stef reist met een leeg blad. Niet om te ontsnappen, maar om nieuwe zintuigen te ontwikkelen. ‘Ik vertrek liefst ongeïnformeerd. Ik observeer gedrag, architectuur, afval zelfs.’ Als een nomade van de verbeelding dwaalt hij door steden, dorpen en woestijnen. ‘Ik bloei open na drie uur of drie dagen rondwandelen op een nieuwe plek,’ zegt hij. ‘Zodra het vertrouwd wordt, val ik artistiek in slaap.’ Geen rusteloosheid, maar een honger naar het onbe-kende, naar onverwachte schoonheid
Architectuur als huid
Voor Stef is architectuur geen structuur, maar huid. Een grensvlak waarin dromen en beperkingen samenkomen. In Hongkong ontdekte hij een stedelijke gelaagdheid die hem fascineerde: een verticale stad waar privé en publiek rakelings langs elkaar bewegen.
Hij tekent, abstraheert, fotografeert. Eerst strak en repetitief, dan met kleur, schaduw, ritme. ‘Mijn werk laat je verdwalen zoals een lichaam door een stad doolt.’ Zijn toekomstig project? Een tentoonstelling voor blinden. Bezoekers dragen een blinddoek en betasten het werk. ‘Wat doet dat met een labyrint? Hoe teken je iets zonder zicht?
Analyse, mutatie en het paard
Zijn werk oogt grafisch, maar is nooit puur vorm. Elke compositie is tegelijk analyse en beginpunt. Stef reduceert om te begrijpen, maar bouwt vervolgens weer op om te voelen. De Evohippus wordt zo een metafoor voor creativiteit: een sprong tussen verleden en potentieel.
‘Mijn werk is een kaart van iets dat nog niet bestaat. Ik hoor ner-gens thuis. Precies dat maakt mijn beeldtaal zo krachtig. Niet om te imponeren, maar om vragen te stellen. Geen eindpunt, maar een uitnodiging tot verbeelding.’

De Stijl en het labyrint
Wie goed kijkt, herkent invloeden van De Stijl: strakke lijnen, felle kleuren, de dynamiek van Theo van Doesburg. Maar Stef zoekt geen harmonie, hij zoekt transformatie. Zijn beelden zijn geen raster, maar een ademend systeem. ‘Ordening wordt bij mij onderworpen aan tijd, toeval en verandering.’
Je zou kunnen zeggen: Stef trekt De Stijl het labyrint in. Daar worden kleur, richting en schaal poreus. ‘Misschien vertalen mijn beelden zich ooit naar architectuur of scenografie. Groot of klein maakt niet uit. Zoals Philippe Starck vorm, fantasie en functie samenbrengt – dat wil ik ook nog één keer bereiken.’
De kracht van verbeelding
Is een werk ooit af? ‘Misschien kan het nog honderd jaar blijven evolueren tot het verdwijnt.’ Tijd is voor Stef geen rechte lijn, maar een spiraal. ‘Ik heb nog 300 jaar nodig. Misschien zetten anderen het verder. Zelfde verhaal, andere handen.’ En als het publiek zou verdwalen in zijn werk? ‘Graag. In de vorm van wegdromen. Fantasie is krachtiger dan we denken. Mijn werk is geen handleiding. Het is een mogelijkheid. Niet om te begrijpen, maar om te voelen.’
Dit artikel verscheen eveneens bij Entrr.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
