Wat is de artistieke waarde van drukwerk, wat is de rol van publicaties in het digitale tijdperk en waarom draagt een uitnodigingskaart uit 1968 soms meer betekenis in zich dan een schilderij? Johan Pas heeft een grote voorliefde voor kunstenaarspublicaties en vertelt graag over zijn visie op verzamelen. Een gesprek over tactiliteit, tijdreizen op papier en het belang van niet-unieke kunst.

Kunsthistoricus, curator, auteur en directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen: Johan Pas draagt vele titels, maar één rol vormt als een stille schaduw een constante in zijn leven: die van verzamelaar. Zijn passie voor kunstenaarsboeken, efemere drukwerken en publicaties die door kunstenaars zelf zijn ontworpen, reikt verder dan louter documentatie. Het is een vorm van denken, leven en creëren.

Sinds 2017 ben je directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, maar je bent ook al veel langer een fervent verzamelaar van kunstenaarsboeken. Beïnvloeden die rollen elkaar?

Johan: ‘Er hoeft geen koppeling te zijn tussen beide functies: je kan perfect een kunstschool leiden zonder iets met verzamelen te hebben. Maar voor mij ligt dat anders. Ik ben opgegroeid in een gezin van verzamelaars. Mijn vader verzamelde schilderijen, tekeningen en grafisch werk. Dat heeft mijn passie voor kunst sterk beïnvloed. Mijn eigen verzameling draait vooral rond boeken, tijdschriften en drukwerk, en vormt voor mij een soort toolbox. Ik zie het als een voorraad aan beelden, ideeën en communicatievormen die mij als kunstpedagoog voortdurend inspireren.

Kijk je als directeur soms ook met de blik van een verzamelaar?

Ja, vooral omdat ik niet enkel inspiratie haal uit digitale bronnen, maar ook uit fysieke documenten van de 20ste-eeuwse avant-garde. Die context en referentiekaders helpen mij als lesgever en onderzoeker. Bovendien geef ik ook les over kunstenaarspublicaties, dus ik kan mijn verzameling heel concreet inzetten. De interactie met kunststudenten voedt dan weer mijn onderzoek.

Wat is voor jou de essentie van verzamelen?

Voor mij begon het heel organisch. Ik wilde kunstboeken en documentatie over kunst niet telkens terugbrengen naar de bibliotheek, maar ze kunnen raadplegen wanneer ik daar zin in had. Gaandeweg merkte ik dat ik niet enkel op de inhoud van het boek focuste, maar ook op het object zelf: de vormgeving, de typografie, het papier. Zo ontstond het besef dat ik niet zomaar boeken aan het verzamelen was, maar objecten die voor mij een historische sensatie oproepen. Er zit nu eenmaal iets magisch in het vasthouden van een pamflet van de Italiaanse schrijver en kunstenaar Filippo Marinetti in eerste druk: de geur, het gevoel, de context van 1910. Het is als een tijdreis. Dat valt niet te vergelijken met het lezen van diezelfde tekst op een scherm.

Wat verzamel je precies?

Ik heb een voorliefde voor kunst op papier, maar niet in de traditionele zin van tekeningen of grafiek. Mijn focus ligt op drukwerk dat door kunstenaars zelf is geconcipieerd, geschreven of vormgegeven. Denk aan boeken, tijdschriften, catalogi, pamfletten, uitnodigingskaarten. Het zijn vaak efemere documenten, maar voor mij zijn ze net zo waardevol als een uniek kunstwerk. Een uitnodigingskaart uit 1968 kan me soms meer vertellen dan een schilderij uit dezelfde periode.

Je bedacht ook een officiële vorm voor je collectie. Waarom?

Rond 2015 besefte ik dat mijn verzameling een centrale plaats innam in mijn denken en doen. Ik gaf ze dan ook een naam: CRAP— Collection for Research on Artists’ Publications. Dat klinkt ironisch, maar elk woord is bewust gekozen. Collection omdat ze gecureerd is en dus geen organisch ontstaan archief. Research omdat ze mijn onderzoek voedt en andersom. Artists omdat het vooral gaat over publicaties van, en niet over, kunstenaars. En Publications omdat ik bewust focus op dingen die in oplage zijn gemaakt. Voor mij is er sprake van een ‘publicatie’ als er minstens drie identieke exemplaren van bestaan.

Hoe bewaar je je collectie? En hoe presenteer je ze?

Thuis staat mijn verzameling niet gepresenteerd, maar gestockeerd. Boeken op planken, efemere documenten in kartonnen mappen, per kunstenaar of thema geordend. Dat is vrij pragmatisch, waardoor ik alles snel terugvind. Af en toe maak ik tentoonstellingen. In 2024 bijvoorbeeld, naar aanleiding van 100 jaar surrealisme, heb ik op de Academie een minitentoonstelling samengesteld met honderd surrealistische publicaties uit de periode 1924–1954. Alles zorgvuldig gecureerd in vitrinekasten, met een kleine catalogus erbij. Soms gebruik ik ook videobeelden om door boeken te bladeren, want er is een paradox: drukwerk is bedoeld om in te bladeren, maar in een tentoonstelling wil je het ook beschermen.

Hoe verhoudt je verzameling zich tot het digitale tijdperk?

Kunstenaars zijn altijd creatief omgesprongen met nieuwe technologieën. Denk aan fotografie, video, stencil, fotokopie… Het digitale is gewoon de volgende stap. Veel kunstenaars gebruiken vandaag websites, blogs, podcasts. Tegelijk zie je dat net door die digitalisering een hernieuwde interesse ontstaat in drukwerk. De tactiliteit, de geur en het papier zijn aspecten die je digitaal mist. Tegelijkertijd zorgen kunstenaars dus ook vaak voor een herwaardering van gedateerde of overbodig geworden media. Ik vind het fascinerend hoe kunstenaars vandaag zowel oude als nieuwe media inzetten, vaak naast elkaar en met wederzijdse beïnvloeding.

Zijn er uitdagingen bij het verzamelen?

Zeker. Temperatuur, licht, vocht… Papier is kwetsbaar. En de hoeveelheid ruimte, natuurlijk. Maar ook inhoudelijk moet je keuzes maken. Waar focus je op? En hoe behoud je overzicht? Ik ben soms blij dat ik publicaties verzamel en geen schilderijen of sculpturen. Maar ook boeken nemen veel plaats in.

Zitten er items in je collectie die een extra betekenis voor je hebben?

Tijdens de coronaperiode nam Stella, dochter van kunstenaar Bernd Lohaus, contact met me op. In zijn atelier bevonden zich tientallen dozen drukwerk: uitnodigingen, pamfletten, tijdschriften van kunstenaars, galeries en musea. Kortom, een schat aan documentatie uit de periode 1965 tot 2015. Dat materiaal heb ik gesorteerd en geïnventariseerd. Het biedt een representatief beeld van de westerse kunstwereld en de artistieke netwerken in de jaren 60 en 70. Het vormt nu een kernonderdeel van mijn collectie.

Tot slot: welke tips heb je voor wie zelf kunstenaarsboeken wil verzamelen?

Je budget heeft geen belang. Voor enkele euro’s heb je al een gekopieerd kunstenaarszine. Mijn eerste kunstenaarsboek vond ik voor enkele euro’s tweedehands bij De Slegte, puur intuïtief. Verzamel op basis van interesse, niet van marktwaarde. En wees je bewust van de rijkdom van publicaties als medium. Kunst hoeft niet uniek te zijn om authentiek te zijn. Uitnodigingen of postkaarten door kunstenaars zijn bijvoorbeeld gratis of goedkoop, maar vaak boordevol betekenis. Begin klein, kies een niche, lees erover, en laat je inspireren. Een persoonlijke verzameling ontstaat uit liefde en nieuwsgierigheid.

JOHAN PAS °1963 Woont en werkt in Antwerpen. Verzamelt kunst op papier, met focus op drukwerk dat door kunstenaars zelf is bedacht, geschreven of vormgegeven.

Dit artikel verscheen in Kunstletters #030
Foto’s: Evenbeeld


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder