Soms opent een tentoonstelling zich niet als een deur, maar als een wonde. In het geval van Günther Ueckers laatste expo in de Escher Gallery in Wijnegem (Axel Vervoordt) is het alsof die wonde nog leeft, zachtjes ademend onder het oppervlak. Op 10 juni 2025, amper tien dagen voor de opening, stierf de kunstenaar op 95-jarige leeftijd. Zijn dood overschaduwt de presentatie niet, maar geeft haar gewicht. Wat we hier zien, is geen retrospectieve in de klassieke zin. Het is een incantatie. Een ensemble van ademende reliëfs, stiltes, nagels en herinneringen: een laatste fluistering.
Het is een tentoonstelling die zich uitstrekt over bijna vijftig jaar kunstenaarschap, van 1959 tot 2008, maar die tegelijk volledig in het nu lijkt te staan. De ruimte zelf, Kanaal, met haar ruwe muren en ingetogen licht, versterkt die gewaarwording. Alsof de werken rouwen voor de man die hen schiep.
De witte adem van het begin

Het eerste werk dat men ontmoet, Untitled (Weisses Bild, 1959), lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: een wit doek, dooraderd met nagels. Maar wie stilstaat, merkt hoe de witruimte niet leeg is, maar geladen. De nagelkoppen werpen schaduwen, vangen het licht, beginnen te bewegen zodra men zelf beweegt. Alsof het werk ademt.
Dit is geen schilderij, maar een ademveld. Uecker ontworstelt zich hier aan het platte vlak en opent zijn werk naar de ruimte. De nagels zijn geen vorm van agressie, maar tekens van herhaling. Ritme. Een poging om met minimale middelen iets op te roepen dat niet gezegd kan worden. Zoals de tederheid van een litteken. Zoals stilte die spreekt.
Wat zich aankondigt is een leven lang zoeken naar een taal voorbij de taal. Een zoeken dat niet begint bij betekenis, maar bij materie.
De tuin van as

In de volgende zaal liggen de zwaardere werken. Aschegarten (Ash Garden, 1991) toont een veld van as en brokstukken steen. Een tuin zonder groen, zonder leven. En toch: er is geen dood. Eerder een vorm van bevroren adem. Verbrande aarde als mogelijke oorsprong. Het werk roept de ruïne op, maar zonder pathetiek. Hier geen lamento, geen smart, maar de droge helderheid van wat achterblijft.
Uecker toont geen puinhoop. Hij toont het residu van menselijk handelen. De paradox van vernietiging en hoop. Zijn materiaal is niet symbolisch, maar existentieel. As is hier geen beeld van rouw, maar van cyclus. Wat verbrand is, is niet verdwenen. Het leeft verder, in een andere toestand. Zoals de herinnering niet sterft, maar vorm aanneemt.
De schreeuw zonder stem


Naast deze verstilling hangt Weisser Schrei (White Scream, 1990), een woest, geschonden werk. Witte verf, nagels, chaos. Geen structuur, maar drift. Hier wordt het wit niet meer gedragen door stilte, maar gescheurd door een onhoorbare kreet.
De nagels spatten uit het oppervlak als erupties. Geen ritme meer, maar breuken. De verf is niet aangebracht, maar gesmeten. Alles wit, alles rauw. Het doek zelf lijkt te lijden. En toch blijft er iets staande in deze breuk. De wanorde is niet destructief, maar eerlijk. Zoals een lichaam dat schokt, niet om te sterven, maar om te helen.
Uecker noemde dit soort werken zelfportretten. Geen spiegelingen van zijn gezicht, maar huiden waarin zijn innerlijk zwerft. Ze ademen zijn twijfel, zijn onvermogen om te begrijpen, maar ook zijn kracht om te blijven maken. Ondanks alles.
De bomen spreken



Waldgarten (Forest Garden, 2008) is het fysiek meest aanwezige werk van de tentoonstelling. Drie stammen van lindebomen, rechtopstaand, hun kruinen ingeslagen met honderden nagels, hun bast half vergroeid met beton en as. Ze staan als wachters, als getuigen.
Het werk is beklemmend en troostend tegelijk. De bomen dragen hun wonden zichtbaar, zonder schaamte. Ze vragen niets. Ze zijn. In hun littekens huist een vorm van waardigheid. Alsof Uecker met deze sculptuur zegt: ook de natuur is gewond. Ook zij zoekt een vorm van heling.
Dit werk stelt geen vragen. Het wacht. En in dat wachten ligt een ongekende kracht.
Materie als medespeler
Wat al deze werken verbindt, is Ueckers onwrikbare geloof in materie. Hij beschouwde zijn materialen nooit als passieve dragers van idee, maar als deelnemers. De nagels, het hout, het beton, de as: zij zijn geen gereedschap, zij zijn stem. Elke nagel die hij sloeg, was een ritueel. Niet om iets vast te pinnen, maar om iets open te houden. Zijn nagels, ritmisch geslagen in het oppervlak, werden een visuele vertaling van een nieuwe orde. Een stille, toch krachtige taal van hoop, van een nulpunt waaruit alles opnieuw kon ontstaan.
De geest van ZERO: het nulpunt van hoop
In 1961 sluit Uecker zich aan bij de Zero-beweging, een kunstenaarsbeweging rond Otto Piene en Heinz Mack. Zero was geen groep in de klassieke zin, maar een geestverwantschap, een poging om na de gruwel van de oorlog opnieuw te beginnen. Niet met expressieve woede, maar met stilte, licht, orde en het besef dat kunst opnieuw moest leren ademen. Voor Uecker was ZERO geen esthetisch experiment, maar een morele keuze. Het was een manifestatie van hoop en herbegin na de catastrofes van de twintigste eeuw. De beweging zocht een nieuwe beeldtaal: zuiver, sereen, met licht, beweging, herhaling en het minimaliseren van het persoonlijke. Zero is geen tabula rasa, maar een open domein waar de wereld weer vorm krijgt, nagel voor nagel, adem na adem. Hiermee verzet Uecker zich tegen het spektakel en de hysterie van de geschiedenis, en creëert hij ruimte in plaats van overweldiging.
Een stilte die nimmer stopt
Dat deze tentoonstelling postuum opende, geeft elk werk een ander gewicht. Alsof de kunstenaar ons net voor zijn vertrek iets in handen gaf, niet als slotzin, maar als moment van reflectie.
Bij het verlaten van de ruimte is er geen laatste werk. Geen climax. Enkel een witte muur. Misschien is dat wel het meest eerlijke gebaar. Een plek waar het kijken zichzelf hervindt. Waar niets hoeft. Waar kunst niet meer toont, maar draagt.
De nagel als gebed
Ueckers dood is geen einde, maar een verandering van ritme. Zijn werk spreekt niet meer vanuit een atelier, maar vanuit de ruimte zelf. Elke nagel herhaalt een gebed. Niet religieus, maar existentieel. Een poging om te zijn en te blijven.
Wie deze tentoonstelling bezoekt, keert niet huiswaarts met beelden, maar met ritmes. Met schaduwen op het netvlies. Met iets wat blijft nadreunen.
Niet als herinnering.
Maar als aanwezigheid.
Tentoonstellingsimpressie en herdenking | Günther Uecker (1930–2025), Axel Vervoordt Gallery, Escher Gallery, Kanaal — van 21 juni tot 25 oktober 2025
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Dag Yves
Zie via onderstaande link https://entrr.be/News/Detail/488
Morgen – late voormiddag – ook op Entrr.behttp://Entrr.be facebookpagina.
Vriendelijke groet,
Frank Berckmans
frank@entrr.be
0477 87 00 75
[Schermafbeelding 2021-09-24 om 10.00.11.png]