In een lichtovergoten appartement in Brussel ontmoeten we kunstenaar en curator Stan Van Steendam. Hij spreekt zacht, bedachtzaam, en steeds vanuit een diep respect voor kunst als een ruimte van traagheid en ervaring. Clipper Cuts, zijn recent gecureerde tentoonstelling, is geen klassieke groepstentoonstelling. Ze is een pleidooi voor openheid, voor het niet-voltooide, voor het organische groeien van kunst en ontmoeting. Een gesprek over daglicht, kunstenaarschap en de noodzaak van vertraging.

Stan, Clipper Cuts voelt heel anders aan dan een klassieke galerie-expositie. Hoe is dit project ontstaan?
Na lange periodes in het buitenland voelde ik een behoefte om terug iets op te bouwen in Brussel. Maar niet binnen de traditionele circuits. Ik wilde geen tentoonstelling maken die draait om verkoop of snelle consumptie. Clipper Cuts ontstond heel natuurlijk: vanuit ontmoetingen, vriendschappen, een gedeelde gevoeligheid voor materiaal, licht en traagheid. De titel verwijst naar het idee van knippen en samenstellen: werken die zich openen, materialen die worden gedeconstrueerd en heropgebouwd. Geen dwingende narratieven, eerder fragmenten die samen een ademende ruimte vormen.
Je koos ervoor om Clipper Cuts niet in een klassieke white cube te organiseren, maar in je Brussels appartement. Waarom die keuze?
Omdat ik geloof dat kunst licht nodig heeft dat beweegt, dat verandert. Kunstlicht zet een werk vast. Natuurlijk licht laat het leven. In dit appartement kan het werk ademen: het ochtendlicht is anders dan dat van de late namiddag. Het verandert de kleuren, de texturen, de sfeer. Voor mij is dat essentieel. Kunst is geen stilstaand object. Het leeft in relatie tot zijn omgeving, tot de tijd van de dag, tot de aandacht van de kijker.
De selectie kunstenaars is opvallend intuïtief en internationaal. Hoe heb je die keuzes gemaakt?



Het begon met Sara Anstis. We leerden elkaar kennen tijdens een residentie in Italië. Haar werk, dat klassieke referenties vermengt met iets heel fysieks, iets tastbaars, raakte me. Van daaruit groeide het idee om kunstenaars samen te brengen die niet schreeuwen, maar uitnodigen tot kijken, tot voelen. Marta Ravasi bijvoorbeeld, met haar ingetogen kleurvlakken, of Benoît Platéus, die werkt met toeval en vervorming. En Maria Elena Pombo, die vanuit materiaalonderzoek en politieke reflecties een eigen, sensuele beeldtaal ontwikkelt. Ik wilde een balans: tussen figuratie en abstractie, tussen stilte en resonantie. Geen hiërarchie, geen thema dat werd opgelegd. Enkel een gevoelsmatige verbondenheid.
Je eigen werk maakt ook deel uit van de tentoonstelling. Was het moeilijk om tegelijk kunstenaar en curator te zijn?
Ik probeer die rollen niet te veel te scheiden. Mijn werk staat er niet als middelpunt, maar als deel van de ademhaling van de ruimte. De panelen die ik toon zijn opgebouwd uit pigment, plaaster en hout. Bedoeling is dat ze in dialoog treden met de andere werken. Ze zijn geen afsluiting, maar een uitnodiging om verder te kijken.
Cureren voelt voor mij als een verlengde van het kunstenaarschap: een manier om relaties te leggen, ruimtes te openen, vragen te stellen zonder ze meteen te willen beantwoorden.



Door de expo op een niet-alledaagse locatie te laten plaats vinden breek je met het traditionele en commerciële galeriemodel. Is Clipper Cuts een bewuste tegenbeweging?
Ik wil niet moraliseren, maar voor mij persoonlijk moet kunst vrij kunnen bestaan, zonder onmiddellijke economische druk. Tijdens beurzen en grote galeries bepaalt verkoopbaarheid vaak de toon. Hier niet. Hier mag een werk blijven ademen, mag het zich traag ontvouwen. Ik verkoop werken als er vraag naar is, maar ik maak of toon ze niet vanuit die noodzaak. Clipper Cuts is een ruimte voor ontmoeting, niet voor transactie.
Je benadrukt vaak traagheid. Hoe belangrijk is dat in jouw visie op kunst?
Essentieel. In onze samenleving flitsen beelden aan ons voorbij. Alles moet snel, oppervlakkig. Ik geloof dat kunst daartegenover een ruimte van vertraging moet bieden. Iets waar je tijd mee doorbrengt. Waar je pas na minuten, misschien na uren, lagen begint te voelen die eerst verborgen leken.
Traagheid is geen gebrek aan dynamiek; het is een verdieping van ervaring. Ik hoop dat Clipper Cuts die ruimte kan zijn: een plek waar mensen even ophouden met rennen.
Denk je al aan een derde versie van Clipper Cuts?
Misschien. Maar niet als format dat zichzelf moet herhalen. Als er een volgend project komt, zal het misschien anders zijn: een andere plaats, een andere groep kunstenaars, een andere dynamiek. Ik wil dat het organisch groeit, zoals een ademhaling. Kunst moet geen merk worden, geen formule. Kunst moet blijven leven.



Tot slot: wat hoop je dat bezoekers meenemen uit deze tentoonstelling?
Geen boodschap, geen uitleg. Alleen een ervaring. Misschien een gevoel van rust, van aanwezigheid. Misschien een herinnering aan hoe licht verandert, hoe materialen spreken als je echt kijkt. Als ik dat kan bieden — een moment van echte aandacht — dan is Clipper Cuts geslaagd.
Wanneer we afscheid nemen, is het licht in de ruimte opnieuw veranderd: warmer, dieper. De werken lijken anders te ademen dan toen we binnenkwamen. Buiten raast de stad verder. Hierbinnen blijft even alles stilstaan.
Clipper Cuts is nog tot 3 mei te bezoeken.
Sara Anstis – Marta Ravasi – Marian-Elena Plombo – Benoît Platéus – Stan Van Steendam (curator)
Varkensmarkt 30 (3e verdieping) , 1000 Brussel
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Dag Yves,Fijn artikel.Hartelijke groet, Johan Johan Vansteenkiste+32 (0)477 66 42 93