Ik zal nooit de originele Portugese tekst onthouden, laat staan dat ik in staat ben om hem op de juiste manier uit te spreken, met die zachte keelklanken die elk woord met een poëtisch-Portugees sausje overgieten. Daardoor wellicht dat ik net in deze taal getroffen werd door de versregels Se, depois de eu morrer, quiserem escrever a minha biografia, Não há nada mais simples. Tem só duas datas—a da minha nascença e a da minha morte. Entre uma e outra coisa todos os dias são meus. Ze werden ongeveer honderd jaar geleden geschreven door Fernando Pessoa, of sta me toe om mezelf te verbeteren, door Alberto Caeiro, een van deze vele pseudoniemen van deze Portugese auteur. Hoe zou het voelen om in een van zijn geliefde Portugese cafés in zijn voetsporen te treden? Zou de literaire muze ook stromen of zou ze zich beperken tot een moment van toeristisch rondkijken?

Het is nog vrij stil in café Martinho da Arcada. Ik zit op het terras met mijn notitieboekje voor me en een kop sterke koffie naast me. Het is er nog stil. De obers staren de zon naar de strakblauwe hemel en kijken meewarig naar de zoveelste toerist die denkt hier de nieuwe incarnatie van Pessoa te worden. De sfeer is doordrenkt van een nostalgische rust, een bijna tastbare aanwezigheid van het verleden die ik minutieus in me opneem.

De geur van versgemalen koffie vermengt zich met de zeelucht die straks zal verdwijnen door de loden zon die het grootste plein van Lissabon zal veranderen in een gloeiend hete bakplaat. Binnen valt het licht valt in aarzelende stralen door de ramen, speelt op de donkere tafels en de gezichten van de weinige andere klanten. Ze praten zachtjes, hun stemmen een geruststellend geroezemoes op de achtergrond.

Voor mij ligt mijn pen, en ik pak ze op met een gevoel van plechtigheid. Ik probeer me voor te stellen hoe het was voor Pessoa, hoe hij hier zat, diep verzonken in zijn gedachten. De druk van zijn intellect en creativiteit rust nu op mijn schouders, en ik vraag me -glimlachend- af of ik het waard ben om in zijn voetsporen te treden.

De stad leeft

We zijn ondertussen een half uurtje verder. De eerste zinnen verschijnen in mijn hoofd. Ik schrap ze genadeloos. Mijn ogen dwalen af naar de stad in beweging. Mensen haasten zich langs de etalages, auto’s razen voorbij, toeristen stoppen om foto’s te maken. Ik vraag me af hoeveel van hen weten van deze plek, van zijn geschiedenis, van Pessoa. Ik voel me om een of andere reden verbonden met hen, een stille waarnemer die deel uitmaakt van een groter geheel, een geheel waar je nooit volledig deel van zal worden.

Ik begin te schrijven, mijn pen glijdt over het papier alsof het vanzelf gaat. Woorden stromen, geïnspireerd door de geest van Pessoa. Ik schrijf over de stad, over de mensen die ik zie, over mijn eigen gedachten en gevoelens. Elke zin is een (futiele) poging om iets van de magie te vangen die hij ooit vond in dezezelfde ruimte.

Tijdloze stilte

De tijd verstrijkt, maar ik merk het nauwelijks. Ik ben in een andere wereld gestapt, een wereld van reflectie en creatie. Ik neem een slok van mijn zoveelste koffie, de bitterheid een welkome herinnering aan de realiteit. Mijn gedachten dwalen terug naar Pessoa, naar zijn complexiteit, zijn eenzaamheid, zijn genialiteit.

Mijn pen komt tot stilstand boven de pagina. Ik herlees mijn woorden. Voel de teleurstelling. Geen wereldliteratuur, maar hersenspinsels die momenteel nog hengelen naar een goede eindredacteur. Ik zoek op mijn gsm naar de vertaling van Pessoa’s gedicht “If, after I die”, dat zo prachtig zijn verlangen naar vergeten worden en het loslaten van het aardse vastlegt:

If, after I die, they should want to write my biography,
There’s nothing simpler.
I’ve just two dates—of my birth, and of my death.
In between the one thing and the other all the days are mine.

Tussen twee momenten

Ik herhaal de regels in mijn hoofd, voel tegelijk de eenvoud en diepte van zijn woorden. Het valt me nu pas op hoe hij zichzelf zag als een toevallige voorbijganger en observator in het leven, enkel gedefinieerd door zijn begin en einde. Hier, in Martinho da Arcada, begrijp ik die vergankelijkheid, maar ook de diepe verbondenheid.

Die ruimte tussen twee momenten, tussen geboorte en dood, is waar het leven zich werkelijk afspeelt. Het is een reeks van dagen, van kleine en grote gebeurtenissen, van gedachten en gevoelens, van vreugde en verdriet. Pessoa begreep dat de waarde van een leven niet ligt in de data die het begrenzen, maar in de ervaringen daartussen.

Ik buig mijn hoofd opnieuw over mijn notitieboekje en schrijf verder, de geest van Pessoa als mijn gids. In deze tijdloze ruimte, tussen de muren die zijn aanwezigheid nog steeds lijken te ademen, probeer ik iets van zijn essentie vast te leggen. Ik besef dat, net als Pessoa, mijn eigen dagen ooit enkel de ruimte tussen die twee datums zullen zijn.

Het leven vangen

De stad buiten blijft in beweging, maar hier binnen de begrensde rust van het terras voel ik een kalmte, een erkenning van de vluchtigheid van het bestaan. Elk moment, elke ademhaling, draagt bij aan de som van mijn dagen. Net zoals Pessoa zijn dagen vulde met woorden, gedachten en observaties, doe ik dat nu ook.

Ik schrijf over de kleine details die het leven rijk maken: de warmte van de zon op mijn gezicht, het geknars van lijn 28 die schier eindeloze toeristendrommen doorheen de smalle straatjes van de Portugese hoofdstad loodst, de geur van mijn derde kopje koffie. Deze momenten, hoe vluchtig ook, vormen de kern van ons bestaan. Het zijn de draden die het tapijt van ons leven weven. Hier, aan deze tafel in Martinho da Arcada, word ik voor een moment Fernando Pessoa. We zijn beiden reizigers in de tijd, onze levens gevangen tussen twee datums. En in die ruimte tussen twee momenten, vinden we de schoonheid en de betekenis van het leven.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder