Een interview met literaire duizendpoot Runa Svetlikova (°1982) voert me terug naar de buurt waar ik vijftig jaar geleden als kleine snotaap leerde lezen en schrijven. Terwijl we aandachtig geobserveerd worden door de hond en een van de katten, voert de dichter-schrijfdocent me mee doorheen haar literaire wereld. “Beschouw schrijven als een trage en precieze manier van denken,” vertelt ze tijdens het interview. Dat geldt niet alleen voor schrijven, maar ook voor interviewen. Na afloop van ons gesprek besef ik immers hoe gestructureerd ze haar verhaal bracht. Het moet zalig zijn om van zo’n docent les te krijgen.

“De eerste stap is dat ik mensen
poëzie afleer. Alle vooroordelen
moeten verdwijnen.”
Runa studeerde af als grafisch ontwerper, maar geeft onmiddellijk toe dat ze weinig heeft gedaan met dat diploma omdat het te commercieel was. “Als je echt wil weten wat natuurlijk is, denk dan terug aan je kindertijd.” Met deze woorden in het achterhoofd trok ze naar de SchrijversAcademie, en in het tweede jaar besloot ze dan ook maar ineens om taal- en letterkunde te gaan studeren om de nodige achtergrond op te bouwen. De bundel Deze zachte witte kamer, haar afstudeerproject bij de SchrijversAcademie, werd niet alleen snel opgepikt door uitgeverij Marmer, maar werd ook goed ontvangen door critici en publiek én leverde haar meerdere prijzen op, waaronder de Herman de Coninck Debuutprijs. Toch hielp ook het lot haar, want op een zeker moment kreeg ze een telefoontje van Lies Van Gasse met de vraag of ze tijdens Lies’ zwangerschap haar lessen creatief schrijven wilde overnemen, en de rest is geschiedenis.
“Ik geloof niet in de muze.”
Ik heb de vraag al meerdere keren gesteld tijdens eerdere interviews, en toch blijf ik benieuwd naar de antwoorden die ik voorgeschoteld krijg. Op de vraag hoe ze haar schrijfdocentschap invult, verwijst Runa naar de persoonlijke aanpak waarin gepeild wordt naar wat de student wil bereiken en hoe. Tegelijk voegt ze eraan toe dat ze niet gelooft in de muze die plots op de schouder komt zitten. Creativiteit is een belangrijke voorwaarde om te dichten, maar technische schrijfbagage mag zeker niet ontbreken. “Het mooiste compliment dat ik ooit van een student mocht ontvangen, was dat ik iedereen in de les zo serieus nam en ondersteunde in hun literaire project.”
“Poëzie moet je eerst afleren.”
“De eerste stap voor mij is in feite dat ik mensen poëzie afleer. Alle vooroordelen moeten verdwijnen. Poëzie is breed; op elk potje past een gedicht. Tegelijk is poëzie ook heel vrij door de korte vorm en zo biedt het de mogelijkheid tot literaire experimenten. Vervolgens gaan we samen op zoek naar de juiste manier om tot een gedicht te komen. Voor sommigen zal de nadruk liggen op een zintuiglijke observatie, terwijl anderen zich gemakkelijker bewegen in de wereld van de pastiche en zich baseren op bestaande gedichten om hun eigen creativiteit de vrije loop te laten. We lezen ook veel poëzie om een mooi overzicht te krijgen van wat er allemaal bestaat.”
“Poëzie is een acute niesbui.”
Voor Runa is poëzie geen manier om rust te vinden in jachtige tijden. Poëzie kan naar haar gevoel best snel zijn. “Je wordt immers getroffen door een beeld, dat je bewaart in een korte regel. Je merkt dat, na verloop van tijd, deze regel tot een strofe kan groeien. Het beeld kan snel zijn, het schrijfproces hoeft dat niet te zijn. Poëzie heeft het voordeel dat je het op ieder moment van de dag kan lezen of schrijven. Voor een roman heb je tijd nodig om het plot te doorgronden, je aandacht erbij te houden, je in te leven in de verschillende personages. Ik zeg altijd tegen mijn studenten dat het schrijven van een roman een chronische ziekte is, terwijl poëzie een acute niesbui is.”
Bij poëzie let Runa op drie elementen. “In de eerste plaats moet een gedicht goed ‘lopen’. Lees je gedicht luidop voor. Kloppen klank en ritme? Past rijm bij het gedicht? Voor de betekenis ga ik op zoek naar het juiste spanningsveld binnen de driehoek observatie-reflectie- verschuiving. Een gedicht moet meer zijn dan louter een observatie. Hoe gaat het lyrische ‘ik’ daarmee om en tot welke conclusie leidt dit? Wat doet dit bij de lezer? Ten slotte besteden we tijdens de lessen ook veel aandacht aan de bladspiegel. Net zoals planten heeft een gedicht ruimte nodig om te kunnen groeien. Een bladspiegel moet de inhoud ondersteunen.”
Op zoek naar de ideale lezer
“De ideale lezer is iemand die erin slaagt om op een zuivere manier te verklaren wat het gedicht voor hem/ haar oproept zonder suggesties te doen voor aanpassingen. Als dichter verneem je wat je gedicht met die persoon doet. Klopt dit met wat je wilde vertellen, of merk je dat je gedicht aanpassingen vergt? Daarom is feedback zo belangrijk. De helft van mijn lessen besteden we aan feedback. Daarbij is het belangrijk om je persoonlijk oordeel uit te schakelen en geen suggesties te doen. Een student omschreef het ooit zelf als: ‘Alles mag in je gedicht, zolang het past binnen de opdracht die je jezelf gegeven hebt.’ Als lezer moet je op zoek gaan naar die opdracht en vervolgens aftoetsen of de dichter in deze opdracht geslaagd is. Maar we zijn nu eenmaal snel geneigd om suggesties te doen. Soms willen mensen alleen maar feedback zonder suggesties. Hou daar rekening mee, en als je toch voorstellen wil doen, vertrek dan steeds vanuit het project van de dichter, en niet vanuit je eigen leefwereld.”
Terwijl de kat zich op de tafel nestelt, geeft Runa nog een laatste tip: “Schrijven vergt veel inspanning en je bent nooit zeker van het resultaat. Indien je toch de uitdaging aangaat, zorg dan dat je schrijft over iets waarvoor je doodsbang bent. Op die manier ben je tenminste zeker dat je je tijd goed besteed hebt.”
Dit artikel verscheen eveneens in Verzin.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
