Vinden wat je niet gezocht hebt, op bezoek bij Jean Godecharle

‘Vinden wat je niet gezocht hebt’, deze woorden herlees ik in de bundel Verstrooiingen van Bernard Dewulf. Ik wou bijna ‘herlees ik toevallig’ schrijven, maar dat klopt niet. Ik lees de essays van Dewulf als mijn persoonlijk afscheid na zijn onverwachte dood. De eerste keer echter hadden de woorden minder nadruk, want dan had ik nog niet kennisgemaakt met het fotografische werk van Jean Godecharle.

Jean Godecharle – Being, 2021

De weergoden storten hun toorn uit over het land wanneer ik mijn wagen parkeer aan de Brugse studio van Jean Godecharle. Van de donkerdreigende grijsheid is binnen niets te merken. Het atelier annex polyvalente ruimte baadt in een zee van licht. Licht dat alleen doorbroken wordt door de grijstinten van zijn werk. De kunstenaar die tegenover mij plaatsneemt in de zetel oogt veel jonger en dynamischer dan zijn leeftijd (°1956) doet vermoeden. Met zijn zwarte rolkraagtrui doet hij mezelf bij momenten aan Steve Jobs denken. Als een rasverteller neemt hij me mee doorheen leven en werk, met fotografie als rode draad. In 2019 trok hij de professionele fotografiedeur achter zich dicht om die van de kunstfotografie te openen.

Jean Godecharle – Koningspark, 2021

We kijken naar details, niet naar het geheel
Hij heeft de evolutie van analoog naar digitaal van dichtbij meegemaakt. De eerste vijftien jaar van zijn carrière werkte hij analoog om dan over te schakelen naar de digitale aanpak. Steeds meer pixels die elk detail genadeloos uitvergroten. “Het valt me op hoe dicht mensen tijdens tentoonstellingen bij een werk gaan staan. Ze vergapen zich aan de hyperrealiteit van het beeld, maar vergeten daarbij spijtig genoeg vaak om het grotere plaatje te bekijken. De focus komt te liggen op het detail en niet op het beeld.”
Net deze hyperrealiteit wil Jean in zijn werk vermijden. Een bewuste keuze licht hij zelf toe. Op reis nam hij vroeger een heel gewoon fototoestel mee. “Ik merkte dat ik met een professioneel toestel teveel nadacht. De vakman nam het over van de beeldenman. De beperkingen van het analoge toestel zorgden er niet alleen voor dat ik minder foto’s nam, maar dat ik me ook bewust werd van mijn mogelijkheden. Bij goedkopere lenzen ligt de focus in het midden van het beeld en vervaagt het naar de kanten toe. Zo wilde ik mijn onderwerpen in beeld brengen.”

Jean Godecharle – Frozen in time, 2021

Focus op vaagheid
Op de vraag of het geen grote stap was om van hyperrealiteit naar een zekere vaagheid van het beeld te evolueren geeft Jean toe dat het een aantal jaren duurde om tot een eigen verhaal te komen. Hij moest afscheid nemen van de toegepaste fotografie om kunstenaar te worden, om zijn eigen beeldtaal te scheppen. Deze taal vond hij in een radicale verandering van tempo, naar een vertraging. “Van nature was ik geen wandelaar, ik had een zekere mate van competitie nodig. Ooit zwom en speelde ik waterpolo op Belgisch topniveau. Wandelen was me te traag. Maar net die traagheid zorgt er nu voor dat ik aandachtiger en dus beter kijk.”
De Nederlandse essayist Piet Meeuse omschrijft in een essay uit de bundel Betoveringen: “Het is als een andere manier van kijken, een kijken dat niet uit is op kennis, maar net het tegendeel uitlokt: de verstoring van wat je weet. Het wil niet weten, onderscheiden en classificeren, maar zich laven aan wat het ziet. Op die manier biedt de wereld zich aan op een onverwachte manier.” Godecharle geeft toe dat hij zich niet volledig aan deze definitie houdt. Zijn beeldtaal gaat op zoek naar menselijke ingrepen in de natuur. Elk van deze ingrepen hanteert een soort taal die hij zich eigen maakte. “Ik leg meer die taal vast dan het onderwerp zelf,” omschrijft hij zijn werk. “Het beeld is deels een cadeau van de camera, maar ook het resultaat van het ononderbroken zoekend oog. Ik kijk daarbij ook bewust niet in kleuren, maar in licht en vlekken. Iemand noemde mijn werk ooit krassen van licht.”

Beelden die opgaan in de omgeving
Godecharles kijkervaring vergt de nodige aandacht. In de eerste plaats is er de focus op het beeld zelf. De opzettelijke vaagheid ervan zorgt ervoor dat je niet altijd onmiddellijk het onderwerp zelf kan onderscheiden. Wat op het eerste gezicht een grijs wolkendek lijkt, blijkt bij nader inzicht een bladerdak. De eenzame boom in het landschap laat zich niet dadelijk in een focus vatten. De presentatie van het werk is de tweede ervaringslaag die hij in zijn werk inbouwt. De kunstenaar stelt zijn foto’s vaak tentoon op houten staanders in de natuur, waardoor ze bij momenten verstoppertje lijken te spelen met de toeschouwers. Tijdens de Internationale Fotobiënnale Oostende stonden zijn werken afgezonderd opgesteld in het Koningspark. Hij was erg tevreden met deze locatie. Hij hield ervan dat zijn werken daar vooral in dialoog konden treden met de natuur en niet met andere kunstwerken. Een plaatsing in de natuur zorgt inderdaad voor een artistieke en bij dit werk erg goed passende sparringpartner, een plotse lichtinval, de wind die de bladeren beweegt en daardoor steeds andere schaduwen tekent op het kunstwerk. Telkens weer word je verrast door het samenspel van natuur en beeld: je vindt waar je niet naar op zoek bent.

Jean Godecharle – Koningspark, 2021

Op het kruispunt van analoog en digitaal
Op de vraag wanneer fotografie kunst wordt, antwoordt Jean dat hij het een luxe vindt dat fotografen steeds vanuit een beeld kunnen vertrekken. De angst voor een leeg canvas is er niet. Voor Jean vormen zijn negatieven zijn canvas. Zowel zijn ondertussen erg uitgebreide archief van oude negatieven, die hij heel regelmatig herbekijkt en herwerkt, als zijn nieuwe. Analoge beelden die hij scant en vervolgens digitaal afwerkt. Hij noemt zijn computer dan ook zijn nieuwe donkere kamer. Geen filters, wel spelen met contrasten. Een foto wordt kunst doordat de fotograaf de intentie heeft om er kunst van te maken. Als grote inspiratievoorbeelden verwijst Jean naar Cy Twombly, Thomas Ruff, Wolfgang Tillmans en zeker Gerhard Richter, wiens werken gebaseerd op wazige foto’s tot de top van zijn oeuvre behoren. Het werk van Jean Godecharle vindt ondertussen zijn weg naar de collecties van verzamelaars. Zijn werken nodigen uit om erin te stappen ook al zijn ze tweedimensionaal. Verzamelaars worden vooral aangetrokken door de diepte in het werk ondanks de opzettelijke vaagheid ervan. Een vaagheid die het toelaat om bij elke blik telkens weer een nieuw verhaal te schrijven en dat is de kracht van mooie kunst, van zijn fotografische stiltemomenten.

Dit artikel verscheen eerder in TheArtCouch #9

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s