Carlo van Tichelen opende in mei Huis van Tichelen in Herentals. Een gesprek over technologie, kapitaal, witte handschoenen en de vraag wie eigenlijk bepaalt wat Kunst met een grote K wordt.

Een gebouw van verzet

Het gebouw aan de Augustijnenlaan dateert van 1692. Het was de infirmerie van het augustijnenklooster. In 1798 weigerde de laatste abt, Petrus van Pelt, de eed aan de Franse bezetter. Hier werd de Slag bij Herentals van de Boerenkrijg beslecht. Daarna volgde een lange reeks reïncarnaties: tabaksfabriek, brandweerkazerne, stadsarchief. Poorten en ramen werden dichtgemetseld. Niemand kon nog binnen.

Nu staan ze weer open. Carlo van Tichelen, al 36 jaar grafisch ontwerper, ondernemer en kunstenaar, zit tussen de houten nagels en eeuwenoude balken alsof het gebouw voor hem gezet is. Hij heeft het klooster zelfs opnieuw getekend, een vrije interpretatie op basis van oude plannen. "Erfgoed beschrijft dit pand als een symbool van verzet. Voor mij is kunst dat ook. Verzet tegen de angst die ons aangepraat wordt. Dit gebouw ademt wat ik wil vertellen."

Het gebouw heeft zelf een geschiedenis van verdwijnen en terugkeren. Na de oorlog werd het kanaal in de buurt gedempt, onder meer door werklozen in te schakelen. Het aantal kruiwagens werd beperkt, zodat meer mensen werk konden krijgen. Later verdwenen ook de oorspronkelijke functies van het pand achter dichtgemetselde poorten en ramen. Dat het gebouw vandaag opnieuw toegankelijk is, past bij van Tichelen’s overtuiging: als je vindt dat er iets moet gebeuren, moet je zelf het initiatief nemen.

Vermeer had een camera

Van Tichelen is een believer. Van technologie, wel te verstaan. "Vermeer zonder zijn camera obscura was nooit Vermeer geweest. De eerste schilders moesten technieken uitvinden, en daarmee verlegden ze grenzen." Wie alleen herhaalt wat toen gedaan werd, noemt hij een ambachtsman. Geen kunstenaar. "Je hebt dan geen steen in de rivier verlegd."

Kan dat vandaag nog, grenzen verleggen? Hij wijst naar mijn iPhone. "Elke uitvinding creëert minstens tien openingen voor nieuwe uitvindingen. Met kunst is dat niet anders."

Ik werp tegen dat de kunstenaar wel kan uitvinden, maar dat de koper zelden meewil. Veel kopers zijn behoudend. "Dat klopt," zegt hij. "En dat klopt niet." Ik had niet anders verwacht.

Wat klopt: niemand wil thuis technologie rond zijn kop zien flikkeren. De meeste kunst die hier hangt, hang je nog altijd met twee nageltjes aan de muur. Wat niet klopt: wie kunst met een iets hoger budget koopt, staat vaak in het zakenleven. "En die verzamelaars zijn op zoek naar wat er morgen komt. Ze hebben een enorme acceptatiegraad voor innovatie."

Het brengt hem bij een stelling die hij zelf vies noemt. Innovatieve kunstenaars werden altijd opgepikt door wie geld had. Vroeger koningen en kerken, nu de leiders van de economie. Zij bepalen wat in een museum komt, wat op een beurs staat, wat een veiling opbrengt. "Dat is geen mening. Lees de geschiedenis na, je krijgt er geen speld tussen."

Het is een ongemakkelijke gedachte: de vernieuwing die kunst vooruithelpt, is vaak afhankelijk van de middelen en de erkenning die anderen haar toekennen. Van Tichelen ziet daarin een structurele invloed van kapitaal op de kunstgeschiedenis. Wie de middelen heeft om kunst te verzamelen, tentoon te stellen en te promoten, helpt mee bepalen welke kunstenaars uiteindelijk zichtbaar blijven. Dat betekent niet dat geld de artistieke waarde bepaalt, maar wel dat het mee bepaalt welke kunst de kans krijgt om geschiedenis te schrijven.

Precies daarom is een plek als deze nodig, vindt hij. Hij gaat graag naar de Lakenhal of 't Schaliken, waar kunstenaars zonder beoordeling kunnen tonen. Dat vindt hij zelfs zijn plicht. Maar de kunstverzamelaar rijdt niet elke parochiezaal van België af. "Die wil een filter. Iemand met een mening. En dat heet een galerij."

Maar niet elke galerij vervult die rol op dezelfde manier. Van Tichelen maakt een onderscheid tussen galeristen die vooral gevestigde namen verkopen en galeristen die vanuit een eigen visie kunstenaars selecteren. Voor hem begint het bij een mening: waarom toon je dit werk, waarom deze kunstenaar, en wat wil je dat een bezoeker daarin ontdekt? Een galerij is dan geen winkel met muren, maar een plek waar keuzes worden gemaakt en betekenis ontstaat.

Eerst moet iedereen dood zijn

Kunst met een grote K, zegt van Tichelen, bestaat pas als er niemand meer leeft die de kunstenaar persoonlijk gekend heeft. Niet alleen de kunstenaar moet dood zijn, ook de koper met belangen. Het is aan de erfgenamen. Zij staan voor het werk en vragen zich af: container of niet? Pas als iemand dan zegt "wacht even, dat was innovatief, dat was een juist beeld van zijn tijd", begint de grote K. "Het nageslacht oordeelt. Niet ik."

Hij kan hooguit de minimumvoorwaarden herkennen. Het werk moet gekocht zijn door het juiste publiek. En het moet innovatief en maatschappelijk relevant zijn op het moment zelf.

Daarmee bedoelt hij niet dat alleen de dood een werk tot kunst maakt. Het gaat om afstand: pas wanneer de persoonlijke belangen van kunstenaar en koper zijn weggevallen, kan het nageslacht volgens hem beter beoordelen wat de betekenis van een werk is geweest. Populariteit op het moment zelf volstaat niet. Ook de historische context moet duidelijk maken waarom het werk ertoe deed.

En het verhaal doet de rest. "De Mona Lisa was nooit zo bekend geweest als ze niet gestolen was."

Een olifant in stukken

Zitten we dan in een tijd waarin het verhaal belangrijker wordt dan wat afgebeeld wordt? Van Tichelen vindt de vraag te klein. "Is dat niet de definitie van mens zijn?" We geloven in een maatschappij om het verhaal dat ze vertelt. We geloven onze Facebookfeed omdat die ons eigen verhaal bevestigt. Het best verkochte boek ter wereld is een verzameling verhalen.

Hij vertelt de oude parabel van de olifant. Toon iemand een poot, een oor, een slagtand. Afhankelijk van waar hij staat, weet hij nog altijd niet dat het om een olifant gaat. Je moet dichtbij staan om te zien wat je wil zien, en afstand nemen om te zien wat je ziet.

Maken we daar nog tijd voor? "Tijd is voor iedereen hetzelfde. Tijd vrijmaken is een bewuste keuze." Daarom groeit de interesse in kunst met het aantal grijze haren. Niet omdat je meer tijd hebt, maar omdat je wil plaatsen wat je gezien hebt. En met kleinkinderen erbij vraag je je af hoe je hun verhaal mee gaat schrijven.

Of die taal nog gelezen wordt, memento mori, vanitas? Hij geeft eerlijk toe dat hij ze zelf niet vlot leest. Maar hij ziet het nuchter. Ook iconografie is tijdsgeest. Als hij de icoontjes van zijn kinderen bekijkt, weet hij niet of hij hun kunst binnen twintig jaar nog begrijpt. "Als ik naar de piramides kijk, snap ik van die hiërogliefen ook niks."

Ook de kunsthistorische kennis waarmee we beelden lezen, is niet vanzelfsprekend. Symbolen die ooit voor iedereen herkenbaar waren, kunnen hun betekenis verliezen wanneer de maatschappelijke en religieuze context verandert. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, kan voor een volgende generatie een raadsel worden. Kunst vraagt dus niet alleen aandacht voor het beeld zelf, maar ook bereidheid om de context ervan te leren kennen.

Witte handschoenen

Sinds mei is de galerij open. De reacties op de werken, de locatie en zijn keuze van kunstenaars zijn zeer positief. Hoe het economisch uitdraait, weet hij nog niet.

Wat hem wel opviel, is hoe weinig kunstenaars voorbereid zijn op de economie van hun eigen vak. Afspraken maken, en ze nakomen. En respect hebben voor hun eigen werk. Er komen mensen zich presenteren die hun doeken zomaar neergooien. "Als jij de waarde van je werk niet respecteert, hoe wil je dan dat een ander dat doet?"

Daarom draagt hij af en toe een werk met witte handschoentjes de trap op. Niet omdat het werk het nodig heeft. Maar omdat iedereen die het ziet, begrijpt: hier wordt dit geëerbiedigd. Ook het licht moet perfect. Dat is geen perfectionisme. Dat is respect.

De witte handschoenen zijn daarmee meer dan een praktisch hulpmiddel. Ze maken een houding zichtbaar. Van Tichelen wil dat bezoekers begrijpen dat een kunstwerk niet zomaar een voorwerp is dat verplaatst of verkocht wordt. De manier waarop je het behandelt, hoe je het belicht en hoe je het presenteert, communiceert mee over de betekenis die je eraan toekent. Respect voor kunst begint volgens hem bij de kunstenaar zelf, maar moet vervolgens door de hele omgeving worden gedragen.

Een galerij is een joint effort. Recent was hij verwonderd over de opkomst bij de lezing van Axel Daeseleire over het werk van Adalbert Gans. Dat lag niet alleen aan hem, zegt hij. Ook aan de kunstenaar. Wie van kunst leeft, moet mee een avond doen slagen.

En de academies die kunstenaars aanraden de galerij over te slaan en via Instagram te verkopen, om die vijftig procent marge te sparen? "Schrijf je dan in als ambachtsman." Je bereikt het publiek niet, de naam niet, de lezing niet. Je krijgt mensen die "ah, mooi" zeggen. "Dan verkoop je decoratie. Bij IKEA kun je waarschijnlijk ook de Mona Lisa kopen." (lacht)

Hij neemt het de kunstenaars niet kwalijk. Het kunstonderwijs groeide uit de ambachtswereld, niet uit de galeriewereld. Een ambacht beheersen is even zwaar als topschutter worden. Maar kunst is ook verhalen vertellen, en dat vraagt maatschappelijke voeding. "Wil je een politieke boodschap brengen, dan moet je verdomd ook iets van politiek kennen."

Daar ligt voor van Tichelen de uitdaging van het kunstonderwijs: het vakmanschap is noodzakelijk, maar volstaat niet. Een kunstenaar moet ook begrijpen wat er in de samenleving gebeurt, verbanden kunnen leggen en een eigen positie ontwikkelen. Een politiek werk maken is meer dan tegen iets schoppen. Het vraagt kennis van datgene waartegen je je verzet.

Ook de galerist heeft daarin een opdracht. Soms moet die de taal van een kunstenaar proberen te begrijpen en vertalen naar een verhaal dat het publiek kan volgen. Andere kunstenaars kunnen hun verhaal zelf al helder vertellen. Dan is het aan de galerist om dat verhaal te versterken. In beide gevallen gaat het om meer dan verkoop: om het opbouwen van een relatie tussen werk, maker en publiek.

De Sixtijnse Kapel is geen opdracht

Wanneer is iets kunst en wanneer design? Voor van Tichelen maakt reproduceerbaarheid het verschil niet. Zijn Corbusier blijft een schone stoel. Een oplage drukt de prijs, bij een ets van Dalí net zo goed als bij fotografie, maar niet de kunstwaarde. Sommige Apple-producten noemt hij gewoon kunst.

Het verschil zit in de passie. Kijk naar het werk van Adalbert Gans, zegt hij. Daar is het verhaal al verteld. Kunst maken is je overgeven aan een passie zonder opdracht. Als grafisch ontwerper kent hij het omgekeerde: de klant die zegt wat er op papier moet. Maar de grens is vloeibaar. Hij maakte ooit een groot werk, Leaders of Economy. De volledige briefing: het moet in deze ruimte en het mag geen aanstoot geven. "Als ik de Sixtijnse Kapel mag schilderen met volle vrijheid, noem ik dat geen opdracht."

Ik stel voor dat hij eens met de paus belt.

Van Tichelen spreekt hier ook uit eigen ervaring. Als grafisch ontwerper werkt hij al 36 jaar binnen opdrachten, met een opdrachtgever die een boodschap wil overbrengen en bepaalde verwachtingen heeft. Zijn eigen kunstenaarschap situeert hij elders: in de vrijheid om een idee te volgen zonder dat vooraf vastligt waar het moet eindigen. Toch sluit het ene het andere niet uit. Een opdracht kan ook een uitdaging zijn, zolang ze ruimte laat voor een eigen interpretatie. Het onderscheid zit niet simpelweg in de aanwezigheid van een opdrachtgever, maar in de mate waarin de kunstenaar zijn eigen koers kan bepalen.

Niet toevallig, zegt hij, kwamen veel grote namen uit de grafische wereld. Hergé. Dalí. Folon. Mensen die met twee voeten in de markt stonden, de aanvaarding en de afwijzing voelden, en daardoor een mening kregen.

Wie dagelijks met opdrachtgevers en publiek werkt, leert hoe boodschappen worden ontvangen en waar weerstand ontstaat. Die ervaring kan een kunstenaar scherper maken. Niet omdat commerciële aanvaarding automatisch artistieke kwaliteit oplevert, maar omdat confrontatie met de buitenwereld dwingt tot positie kiezen.

Geen stoelen voor later

Waar staat hij binnen tien jaar? Ik vraag het in de taal van de financiële disclaimer: toekomstgerichte verklaringen op basis van huidige verwachtingen. "Man, jij hebt te veel managementboeken gelezen," is het antwoord dat volgt.

Hij heeft wel degelijk een economisch verwachtingspatroon. Niemand wil verliezen. Maar economie is voor hem een neveneffect van passie. Rijker worden met deze galerij verwacht hij niet. Het gaat over levensrijkdom. Kansen bieden en ontdekken. Anders had hij wel een pand in Antwerpen gezocht.

De keuze voor Herentals is dan ook bewust. Van Tichelen had een galerij kunnen beginnen in een stad met een grotere, gevestigde kunstmarkt. Hij wil echter juist op deze plek een omgeving opbouwen waar kunstenaars en publiek elkaar kunnen ontmoeten. Hij gelooft niet dat verandering vanzelf komt, en evenmin dat alles zich in de grote kunstcentra moet afspelen. Soms begint iets omdat iemand beslist dat het er moet komen.

Hij investeerde en renoveerde fors. Er is een lift, en zonder die lift was hij er niet aan begonnen. Hij kreeg een contract van vijftig jaar. Hij is 56. "Ik moet niet rekenen op het einde." Zijn bedrijf zal hij ooit moeten overlaten. Dit project heeft een langere levensverwachting. Misschien verlengt het ook de zijne.

Dat betekent niet dat hij de economische realiteit uit het oog verliest. Hij verwacht dat de galerij zichzelf op termijn moet kunnen dragen. Alleen is winst voor hem niet de enige maatstaf. De voldoening zit ook in de kunstenaars die hij kansen kan bieden, de ontdekkingen die hij mogelijk maakt en het culturele leven dat rond het gebouw kan ontstaan. De investering moet dus renderen, maar niet uitsluitend in euro's.

Niks houdt je tegen

Wie initiatief neemt, heeft iets te zeggen. Je mag het er niet mee eens zijn. Waarom hij bepaalde kunstenaars wel of niet aanneemt? "Omdat ik dit initiatief draag. Wil je daar zelf over beslissen? Doe het."

Hij herinnert aan het kanaal dat hier ooit naast het gebouw liep. Na de oorlog gaven ze werklozen een schop om het weer te dichten en beperkten ze bewust het aantal kruiwagens, zodat meer mensen werk hadden.

Maar iets maken, dat mogen we. Met kunst. Ieder voor zich.

Die gedachte brengt ons terug bij het gebouw waarmee het gesprek begon. Een plek die lange tijd gesloten bleef, krijgt opnieuw een publieke functie. Een kanaal verdween, een pand veranderde meermaals van bestemming en de stad bleef niet stilstaan. Van Tichelen wil daar geen nostalgisch verhaal van maken. Voor hem gaat het om de vraag wat je vandaag met de mogelijkheden doet die je hebt.

"Niks houdt je tegen," zegt hij. Niet iedereen hoeft hetzelfde te doen, en niet iedereen hoeft het met hem eens te zijn. Maar wie vindt dat er iets ontbreekt, kan proberen het zelf te maken. Een kunstwerk, een galerij, een plek waar mensen samenkomen. Kunst als verzet begint hier niet met een manifest, maar met een deur die opnieuw opengaat.

Huis van Tichelen - Augustijnenlaan 1, 2200 Herentals
Openingsuren: Zaterdag en zondag: 14.00 – 18.00 uur of op afspraak.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.