Ik ben naar Genk gereden om een man de markt te zien weigeren, en omdat ik graag volledig ben, heb ik er ook de prijslijst bij genomen. Het zijn twee documenten die men best naast elkaar leest, zoals een menukaart en een dieetvoorschrift. Het ene is een manifest van twee bladzijden, in krantenopmaak, rood gestempeld met “Point Blank” en doorzeefd met kogelgaten, zodat de auteur alvast op zichzelf geschoten heeft voor een criticus op het idee komt. Het andere is een keurige tabel met maten, technieken en bedragen exclusief btw.
De kunst van het weigeren
Het manifest begint met de mededeling dat het kunstsysteem naar de haaien is, in iets krachtiger Engels, en eindigt met “Let the games begin”. Daartussen betoogt Geers dat de enige avant-gardistische daad die een kunstenaar vandaag nog rest, het weigeren van de markt is. KUBE Gallery zegt het hem na en voegt eraan toe dat de tentoonstelling de regels niet volgt, maar de doelpalen verzet.
Het aardige is dat Kendell Geers zijn eigen faillissementsverhaal niet als een eenmalig ongeluk wil verkopen. Hij plaatst het in een bredere malaise. In zijn statement haalt hij Marc Glimcher van Pace aan, die in juni 2026 aankondigde vijftig kunstenaars af te stoten omdat het bestaande galerijmodel volgens hem niet langer werkte. Ook Tim Blum had zich een jaar eerder uit het spel teruggetrokken. Geers ziet daarin geen incidenten, maar symptomen: de machine hapert, de reparaties worden steeds zichtbaarder en ondertussen doet iedereen alsof de motor nog draait.
Zien is geloven, exclusief btw
Exhibit 2U heet het werk, voluit Seeing is be[LIE]ving. Een zwart vierkant van 24,5 bij 24 centimeter, inkjet, waarop in witte kapitalen drie regels onder elkaar staan:
ALL EYES
ALLIES
ALL LIES
Het is een scherpe, kleine vondst, het soort woordspel dat je in één oogopslag begrijpt, en ik herinner me dat Geers elders in zijn manifest weinig goeds te zeggen heeft over kunst die je in één oogopslag begrijpt.
Kendell Geers, The Weight Of History, KUBE gallery
De prijs is geen bedrag maar een vork: tussen drieduizend en achtduizend euro. Ik heb het uitgerekend, want een flaneur heeft (soms) tijd. Dat is tussen vijf en dertien euro per vierkante centimeter, voor een afdruk die ons leert dat alles gelogen is. Waarom de marge zo ruim is, vermeldt de lijst niet. Misschien mag de koper zelf bepalen hoe schuldig hij zich voelt. Het zou de eerste keer zijn dat een aflaat met een glijdende schaal werkt, maar Geers heeft het zelf aangekondigd: “I will sell my failures and willingly exhibit all my guilt.”
Het is misschien wel het meest eerlijke werk van de tentoonstelling: het vertelt je eerst dat je ogen je bedriegen en geeft je daarna zonder gêne de rekening.
Broodthaers, met rente
Die zin is geleend, zoals bijna alles hier met veel liefde geleend is. In 1964 bekende Marcel Broodthaers dat hij op zijn veertigste nergens goed voor was en dat hem toen het idee te binnen schoot om iets onoprechts uit te vinden. Geers schrijft het over en maakt van veertig bijna zestig, wat klopt als men de geboortedatum volgt die hij zichzelf ooit schonk: mei 1968. Waar Broodthaers op “objecten” eindigde, eindigt hij op “I simply object”, en ik geef grif toe dat het een mooie woordspeling is.
Het faillissement is er ook, en dat is helaas geen citaat. Stephen Friedman Gallery in Londen, dertig jaar zijn thuishaven, ging onderuit. Volgens Geers kregen de kunstenaars drie dagen om drie decennia werk op te halen uit vijf depots in drie landen, waarna de facturen voor de opslag volgden. Hier valt de ironie even stil, ook de mijne. Op het affiche dat hij ervan maakte, naar Broodthaers' museum dat in 1971 te koop stond, is het Département des Aigles een Département des ‘Fau-cons’ geworden. Wie het traag uitspreekt, hoort wat hij van zijn vroegere vrienden denkt.
Alleen: een paar alinea's verder rekent dezelfde man af met het zombieconceptualisme, de kunst van ondoden die troost omdat ze vertrouwd oogt. Het is moedig om dat te schrijven terwijl men Broodthaers uit zijn graf tilt en hem een prijskaartje omhangt.
Kendell Geers, The Weight Of History, KUBE gallery
Het gewicht van de anderen
Courbet, Manet, Durand-Ruel, Duchamp, Magritte, Broodthaers, Conrad, Burroughs, Solanas, de Taxi Driver van Scorsese, Jezus en Walt Disney worden op twee bladzijden opgeroepen als getuigen. De geschiedenis weegt, daar twijfel ik niet aan, maar hier draagt ze vooral het gewicht van haar eigen voetnoten. In de biografie staat vervolgens waar de marktweigeraar zoal hangt: Guggenheim, Pompidou, Vanhaerents, S.M.A.K. Eén werk, geschonken aan het M HKA, is volgens het persbericht zoek. Het is, voor zover ik kan nagaan, het enige dat werkelijk aan het systeem is ontsnapt.
Maar volgens Geers ligt hier ook de eigenlijke sleutel tot de titel The Weight of History. In een van de werken verschuift de signifier van MB naar KG: van Marcel Broodthaers naar Kendell Geers. Die verschuiving is meer dan een kunsthistorische knipoog. Ze stelt de vraag wat er gebeurt wanneer geschiedenis wordt uitgewist door apathie en collectief geheugenverlies. Wanneer we vergeten waar beelden, ideeën en gebaren vandaan komen, dreigen we ze opnieuw te produceren zonder nog te begrijpen wat eraan voorafging.
Een klein doek draagt de zin: “Those who do not remember the past are condemned to repeat it”, met dezelfde tekst en structurele compositie als het bord in Jonestown. De gedachte sluit aan bij Marx, die schreef dat geschiedenis zich eerst als tragedie en daarna als farce herhaalt. Bij Geers krijgt die herhaling bovendien een zwarte komische lading. Zwarte humor loopt als een draad door de tentoonstelling en verbindt de verschillende tegenstrijdigheden met elkaar. Geers noemt dat zelf “My Tongue In Your Cheek”.
Op het persbeeld staat een fles met gekartelde hals, sierlijk beletterd met “La fin du monde, 1866”, naast een kartonnen doos waarop de titel van de tentoonstelling prijkt. In 1995 was zijn gebroken fles een wapen. Vandaag heeft het wapen een geschenkverpakking.
Diezelfde zwarte humor zit in de glazen stolp waarin een strop hangt. De tekst luidt “BRUCE NAUMAN FAILED B(L)IND”, een zwarte woordspeling op Bruce Naumans Henry Moore Bound to Fail. De grap is donker, maar de gedachte erachter nog donkerder: ook wij zitten gevangen onder de stolp van het kunstsysteem. Voor Geers kan juist zwarte humor een ontsnappingsroute worden. De tegenstrijdigheid is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een toestand waarin we ons bevinden.
Ook de opening zelf maakt van die contradictie een performance. Op de muur hangen een doos houtskool, rode en zwarte spuitverf en een box cutter. Geers gebruikt die materialen om tijdens de performance delen van zijn eigen tentoonstelling te beschadigen. Een van de werken draagt het woord “BELIEVE”. Door het doek open te snijden verandert hij het in “BE LIE VE”: geloven wordt liegen. Tegelijk is de ingreep een verwijzing naar Lucio Fontana. Vernieling en creatie vallen samen; ernst en grap ook.
En dan is er nog de machine. Geers ziet de huidige crisis niet alleen als een probleem van galeristen, verzamelaars en prijzen. De wereld waarin kunst functioneert is volgens hem veranderd door artificiële intelligentie, algoritmes, surveillance, genetische technologie, drones en een eindeloze consumptie van beelden. Als iedereen met een smartphone producent van beelden is geworden en AI beelden kan produceren zonder menselijke tussenkomst, wat blijft er dan over voor de kunstenaar? Geers heeft daar een verrassend ouderwets antwoord op: precies datgene wat niet efficiënt, voorspelbaar of reproduceerbaar is. Hij beschrijft kunstenaars als toekomstige bewakers van traagheid, verschil, tegenspraak en emotionele complexiteit.
Kendell Geers, The Weight Of History, KUBE gallery
Het systeem als materiaal
Misschien is Geers daarom interessanter wanneer hij zichzelf tegenspreekt dan wanneer hij gelijk probeert te krijgen. Hij heeft het systeem namelijk niet verlaten; hij heeft het tot zijn materiaal gemaakt. Een boek wordt bij hem een kunstwerk, een tentoonstelling wordt een kunstwerk, een interview wordt een kunstwerk en nu wordt zelfs een faillissement een tentoonstelling.
Art Matters beschouwt hij als performatieve kunst. Duchamp’s Endgame was een kunstwerk in de vorm van een boek. The Weight of History is een kunstwerk in de vorm van een tentoonstelling. Dat maakt de vraag “maar je doet dit toch gewoon binnen het systeem?” uiteindelijk iets te gemakkelijk. Natuurlijk doet hij dat. Precies dát is zijn systeem.
De institutionele kritiek heeft inmiddels zelf een institutionele geschiedenis gekregen. Wat ooit een aanval op het museum was, is een erkend genre binnen het museum geworden. Wat ooit een weigering van de markt was, kan vandaag een herkenbare marktpositie worden.
De markt kan zelfs haar eigen kritiek verkopen
Geers lijkt die paradox niet op te lossen. Hij vergroot hem uit. Zijn taal is agressief, soms hilarisch, soms vermoeiend en geregeld bewust over de top. Hij schrijft over Zombie Formalism, Zombie Figuration en Zombie Conceptualism als esthetische producten die vooral geschikt zijn voor luxueuze interieurs. Hij haalt uit naar dealers, consultants, adviseurs en curatoren die kunst volgens hem hebben gereduceerd tot een verkoopbaar verhaal van dertig seconden in de lift naar het penthouse. De meest krachtige positie van de kunstenaar bestaat volgens hem uit het weigeren van die transactionele rit.
Maar ook deze weigering wordt uiteindelijk een verhaal. Een zeer goed verhaal zelfs. De boze kunstenaar, het failliete galeriekantoor, de markt die haar eigen ondergang tegemoet gaat, Duchamp en Broodthaers als geestelijke voorouders, AI als nieuwe bedreiging en de galerie als plaats waar dit alles samenkomt: het is bijna te perfect als tentoonstellingsconcept.
En daar zit opnieuw de ironie. Geers klaagt over de kunstwereld die alles tot een verkoopbaar narratief reduceert, terwijl The Weight of History zelf een bijzonder sterk narratief heeft. Hij hekelt de dertigsecondenpitch in de lift, maar geeft de bezoeker ondertussen een uitgebreide handleiding voor het begrijpen van zijn eigen verzet. Hij wantrouwt de institutionele verpakking van kunst, maar maakt van die verpakking een essentieel onderdeel van zijn werk.
De prijslijst doet vervolgens de rest. Daar staat geen manifest, geen Duchamp, geen Broodthaers en geen filosofische omweg. Daar staan afmetingen, technieken en bedragen. Het is misschien wel het meest radicale document in de hele tentoonstelling omdat het weigert mee te doen aan de weigering. De markt zegt eenvoudigweg: dit kost zoveel.
Geers zegt tegelijk dat de waarde van kunst door de markt tot een prijs is gereduceerd. Toch sluit zijn eigen prijslijst aan bij precies die logica. Hij hanteert onder- en bovengrenzen zoals een veiling dat doet; de uiteindelijke prijs hangt af van wat een verzamelaar bereid is te betalen. Een werk kan voor minder worden verworven, maar ook voor meer. De prijs wordt daarmee niet alleen informatie over het werk, maar onderdeel van de kritiek zelf. De contradictie is zichtbaar en hoeft niet opgelost te worden. Ook hier is artistieke knipoog (hoe vertaal je in hemelsnaam: my tongue in your cheek ) aanwezig.
Kendell Geers, The Weight Of History, KUBE gallery
De criticus zit mee in de val
Ook de criticus ontsnapt daar niet aan. Wie over deze tentoonstelling schrijft, helpt haar opnieuw circuleren. Een kritische tekst wordt onderdeel van het discours rond de kunstenaar en draagt daarmee, hoe kritisch ook bedoeld, bij aan de zichtbaarheid van het project. Niemand staat er werkelijk buiten.
Ook mijn eigen titel is in dat opzicht verdacht. “Niet te koop, vanaf drieduizend euro” doet precies wat de tentoonstelling bekritiseert: het koppelt kunst onmiddellijk aan prijs. Na een beurs wordt immers ook aan schrijvers gevraagd wat er verkocht is en voor hoeveel. Wat het werk betekent, komt vaak pas daarna.
Ik schrijf dit bovendien voor een platform dat galeries aan kopers helpt, en Geers zou terecht opmerken dat ik daarmee medeplichtig ben. Dat zijn we dan met zijn drieën: hij, de galerie en ik. All eyes, allies, all lies. Hij vraagt er tussen de drie- en de achtduizend euro voor. Ik doe het voor minder.
De rekening
Misschien is dat uiteindelijk de interessantste gedachte van The Weight of History. Niet dat de kunstmarkt slecht is of dat de galerie moet verdwijnen, maar dat het bijna onmogelijk is geworden om nog een positie buiten het systeem in te nemen. Zelfs de weigering wordt gecodeerd, gepresenteerd, besproken, gecureerd en uiteindelijk opgenomen in de geschiedenis die men probeert te ontlopen.
De kunstenaar die het systeem aanklaagt, heeft een galerie nodig. De galerie die het systeem ter discussie stelt, heeft een kunstenaar nodig die dat systeem belichaamt. De criticus die over de tentoonstelling schrijft, maakt er opnieuw onderdeel van uit. En de bezoeker die zich kritisch opstelt, doet dat binnen de muren van de galerie.
Dat maakt The Weight of History minder een tentoonstelling over het failliet van het kunstsysteem dan een tentoonstelling die laat zien hoe moeilijk het is om dat systeem werkelijk te verlaten. Geers weigert de regels, maar heeft ze nodig om zijn weigering betekenis te geven. Hij bespot de markt, maar zijn naam heeft marktwaarde. Geers bekritiseert de galeriewereld, maar heeft een galerie nodig. Hij verklaart het traditionele kunstobject ontoereikend, maar maakt van zijn eigen praktijk een Gesamtkunstwerk.
Misschien is precies dát het gewicht van de geschiedenis waarnaar de titel verwijst: niet alleen het gewicht van wat vóór ons gebeurde, maar ook het gewicht van alles wat we vergeten, herhalen en opnieuw in een systeem onderbrengen. MB wordt KG. Tragedie wordt farce. De waarheid wordt een spiegel die in stukken valt. En zelfs de grap krijgt een prijskaartje.
De grote verdienste van Geers is dan ook niet dat hij een oplossing biedt. Die biedt hij niet. Zijn verdienste is dat hij de tegenstrijdigheid niet probeert glad te strijken. The Weight of History blijft juist interessant zolang de kunstenaar gevangen blijft in het systeem dat hij verafschuwt. Misschien is dat het echte gewicht waarnaar de titel verwijst: niet alleen de geschiedenis van de kunst, maar de onmogelijkheid om eraan te ontsnappen.
Kendell Geers, The Weight of History, KUBE Gallery, Marcel Habetslaan 26, Genk, tot 7 november 2026.
Kendell Geers, The Weight Of History, KUBE gallery
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Zeer goed essay Yves!
We doen ons best , Stef