Er is te veel kunst. Te veel tentoonstellingen, te veel kunstenaars, te veel galeries, te veel kunstbeurzen. Op sommige avonden zijn er zoveel vernissages dat je bijna een verkeersplan nodig hebt om van de ene opening naar de andere te geraken. En als je er eentje mist, krijg je de volgende ochtend op Instagram uitgebreid te zien wat je allemaal gemist hebt.

Er is ook te veel kunst om nog te kunnen volgen. Nieuwe namen verschijnen sneller dan je ze kunt onthouden. Een kunstenaar is nog maar net ontdekt of iemand heeft alweer een andere gespot. En allemaal zijn ze belangrijk, vernieuwend of absoluut niet te missen. Liefst nu, want wie weet is het morgen alweer iemand anders.

We klagen er graag over, over die overvloed. Over de drukte, over alweer die nieuwe beurs, alweer die nieuwe tentoonstelling, alweer een kunstenaar die volgens de uitnodiging ons leven zou moeten veranderen. Maar wat bedoelen we eigenlijk met te veel?

Te veel brood kan je invriezen, te veel wijn kan je bewaren. Maar te veel kunst?

Daar hebben we vooral te weinig tijd voor.

Want kunst is geen voorraad die op moet. Er hoeft geen einddatum op een schilderij te staan en niemand wordt wakker omdat er vannacht opnieuw honderden sculpturen zijn geproduceerd en de magazijnen dringend leeg moeten. Laat ze dus maar komen. Laat kunstenaars maar schilderen, beeldhouwen, fotograferen, filmen en dingen maken waarvan we eerst denken dat het nergens op slaat. Voor mij mag er zelfs slechte kunst bestaan. Zonder slechte kunst zouden we trouwens ook een bijzonder saaie wereld hebben.

Het echte probleem is niet dat er te veel kunst is. Het probleem is dat wij denken dat we alles moeten zien. We willen de kunstenaar kennen, de tentoonstelling bezoeken, de catalogus lezen, de Instagram-post liken en liefst ook nog een mening hebben. Een mening vóór het dessert, want straks begint de volgende vernissage.

Misschien moeten we daar eens mee ophouden. Misschien mogen we gewoon iets missen. Een tentoonstelling niet gezien hebben, een kunstenaar niet kennen, een werk niet begrijpen. Ergens voorbijlopen zonder er een foto van te maken en zonder de behoefte te voelen om onmiddellijk te weten waarom het belangrijk is.

Er is namelijk geen gebrek aan kunst. Er is een gebrek aan aandacht.

En dus hoop ik dat er morgen opnieuw te veel kunst is. Nog meer zelfs. Meer dan ik kan bekijken, meer dan ik kan begrijpen, meer dan mijn agenda aankan. Want het mooiste aan te veel kunst is misschien wel dat er altijd ergens, tussen al die overvloed, iets hangt waar je helemaal niet op voorbereid was en waarvoor je toch bent gestopt.

Er is te veel kunst.

Gelukkig maar.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder