Voor ik het festival binnenstap, maak ik eerst de omweg naar het kerkhof. Gwy Mandelinck ligt er, de grondlegger van de Watouse poëziezomers, op wandelafstand van alles wat hij ooit in gang zette. Er is iets gepasts aan die volgorde: eerst de stilte van een graf, dan pas het rumoer van een festival dat zonder hem niet had bestaan. Zijn naam duikt dit jaar overal op, niet als eerbetoon achteraf, maar als bron: de titel van de editie is letterlijk uit zijn nalatenschap geplukt.
Ik ken die naam al lang, en de man ook, al was het maar één avond. In 2002 kraakte de trap van Het Ovenhuis onder zijn voetstappen, als aankondiging van een voorleesmoment waarop ik me al de hele dag verheugde. Wie ik me had voorgesteld (een reus met een hoekige kaaklijn) bleek kleiner en zachter dan mijn verbeelding had voorzien, maar niet minder doorleefd. Die avond nam Mandelinck ons mee langs de kleine geschiedenissen van Watou: hoe Panamarenko ooit met een helikopter naast zijn huis landde en tegen vier uur alweer huiswaarts trok, om zijn moeder te verzorgen.
Achter de dichter-organisator school steeds ook een zoon, een buur, een man die het dorp meer gaf dan het hem ooit terugbetaalde. Onder zijn officiële naam, Guido Haerynck, en samen met zijn vrouw Agnes Hondekyn, kuste hij Watou 28 jaar lang wakker met woord en beeld: een verhaal dat ik elders al eens optekende, en dat me nooit helemaal loslaat.
Watou 2026 liet zich voor mij vooral voelen, en de hitte, die dag, werkte mee als een ongevraagde vierde curator naast Danielle Van Zuijlen, Bart Lodewijks en Michaël Vandebril. Ze temperde mijn geduld voor sommige werken, en scherpte het net voor andere.
De titel: een weg zonder eigenaar
De titel van deze editie, Gemene wegen, is verankerd in iets heel concreets: de Gemenestraat, de kilometerslange weg die Watou met Frans-Vlaanderen verbindt en aan geen van beide landen toebehoort. De curatoren troffen het woord aan in Mandelincks eigen terugblik op drie decennia festival, een weg die hij, zo memoreerde hij ooit, voor de ene helft in België liep en voor de andere in Frankrijk. Pas later ontdekten ze dat die weg er echt is, en dat het dorp zelf de metafoor al in zich droeg. Dat gegeven werd het werkprincipe voor de hele editie: een gemene weg als gedeelde verantwoordelijkheid, plek van samenwerking én van wrijving. Het woord 'gemeen' betekende ooit 'van iedereen'; pas later kantelde het naar 'laag' en 'slecht'. Die kanteling, zo stellen de curatoren, vertelt iets over wat we onderweg zijn kwijtgeraakt.
Vanaf het kerkhof is het maar enkele meters naar het Huis van de Dichter, Mandelincks vroegere woonhuis, nu residentieplek voor dichters. Wie de omweg langs zijn graf maakt, wandelt zo eigenlijk het festival al binnen voor het begonnen is.
De Douviehoeve, eindelijk weer thuis
Wie de voorbije edities miste, mist ook een stukje geschiedenis van dit festival. Dat de Douviehoeve dit jaar weer op het programma staat, voelt dan ook als het dichten van een gat. De plek krijgt meteen een inhoudelijke lading mee: nieuwe eigenaar David De Vleeschauwer werkt er met Red de Boomgaard aan het herstel van historische fruitvariëteiten en de aanleg van ecologische, meerjarige plantstructuren. Geen decor dus, maar een plek die zelf al bezig is met een vorm van zorg die naadloos aansluit bij het festivalthema. Van alle terugkerende locaties was dit voor mij de meest verheugende, precies omdat de hoeve nooit helemaal weg was, alleen even uit het parcours.o


De kerk: Fiona Hallinan
Als er één werk was dat de hitte overleefde, sterker, er baat bij leek te hebben, in die typische kerkelijke koelte, dan was dat van Fiona Hallinan. Ze vertrekt van een sloop: de ontmanteling van een kerk in Dublin, en de schok die dat destijds ter plaatse veroorzaakte. Haar Fragment Meditation neemt de vorm aan van een tafel, opgetrokken uit terrazzoplaten waarin minuscule restanten van die verdwenen kerk bewaard bleven: steengruis dat is opgenomen in een nieuw oppervlak, zichtbaar noch onzichtbaar. Wat een eindpunt leek, wordt zo een materiaal om opnieuw mee te beginnen.
Dat die installatie precies in een kerk in Watou staat, geeft haar iets dubbels mee: het gebouw waarin je haar tafel bekijkt, is zelf nog intact, terwijl het werk erin vertelt over een kerk die dat niet bleef. Van alle bevragingen van 'het gemene' die ik zag, was dit de stilste, en daardoor de meest indringende: geen betoog, maar een tafel vol as die je moet naderen om te begrijpen wat erin zit.

Woutje: eerste indruk, voorlopig oordeel
Woutje, de AI-dichter die Maud Vanhauwaert bedacht met Jelle Jespers en Christophe Scholliers, kreeg van mij een eerlijke kans en liet een wat teleurstellende eerste indruk achter. De teksten die ik zag genereren, overtuigden niet: een beetje alsof de machine de vorm van een gedicht had geleerd zonder de reden ervan. Maar ik betrap mezelf erop dat ik hetzelfde voorbehoud maak dat ik bij een expo zou maken die zich niet in één bezoek laat vatten: misschien moet ook Woutje nog groeien. De bot wordt gevoed door alles wat tijdens de poëziezomers de revue passeert, en toont telkens drie varianten waarvan er één artificieel is. Een lerend systeem op dag één beoordelen is een beetje als een tentoonstelling recenseren voor de laatste zaal is opgehangen.
Een subsidie, en de vraag die overblijft
Kort voor mijn bezoek raakte bekend dat Kunstenfestival Watou dit jaar iets meer subsidie krijgt dan in eerdere edities: een bevestiging die volgens schepen van cultuur Loes Vandromme (CD&V) op het juiste moment kwam, na maanden van onzekerheid tijdens de voorbereidingen. Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez (Vooruit) verantwoordt de steun met de inhoudelijke kwaliteit van het festival en zijn ambitie om, naast Beaufort en de triënnales van Kortrijk en Brugge, uit te groeien tot een evenement van internationale allure.
Ik denk terug aan het graf waarmee ik begon. Mandelinck, die een festival optuigde vanuit een dorpshuis en een dagboeknotitie, zou tevreden zijn geweest met die bevestiging. Ik, die na hem kwam, blijf op mijn honger zitten, niet om het bedrag, maar om wat er inhoudelijk mee moet worden waargemaakt.


Besluit: te veel rand, te weinig kern
Zelfs de typografie van dit festival is een verklaring van intenties. Voor deze editie ontwikkelden collectief 019 en typograaf Bruno Jacoby de Watou Font Family, een lettertype dat de brede groep mensen rond het festival weerspiegelt: geen enkele 'W' verschijnt op dezelfde manier, de familie blijft groeien tijdens het festival zelf, en het geheel is bewust nooit af. Open source bovendien, zodat iedereen het kan downloaden en meebouwen.
Het is een mooi idee, en precies daarin schuilt voor mij ook het probleem van deze editie. Een identiteit die zich permanent laat vermenigvuldigen, is een identiteit zonder vaste kern om naar terug te keren. Dat gevoel liet me niet los tijdens mijn bezoek: veel rand, veel collectieven, veel lagen die zich aan elkaar hechten, maar weinig momenten waarop het festival zelf resoluut zegt wat het wíl, buiten het proces om. Fiona Hallinans tafel had die kern wel; Woutje, in zijn huidige vorm, nog niet. Misschien is dat het lot van een festival dat zichzelf een gemene weg noemt: het is per definitie van iedereen, en daardoor soms van niemand in het bijzonder.
Kunstenfestival Watou loopt tot en met 30 augustus 2026, woensdag tot zondag, in en rond Watou.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
