In A Collection of Lies, de nieuwe tentoonstelling van Roeland Tweelinckx bij Rik Rosseels Gallery op de Vlaamse Kaai, zit een kanarievogel op een stuk elektriciteitssnoer. Geel, compact, onbeweeglijk genoeg om te twijfelen. Het snoer steekt uit de muur als een slordigheid na een verbouwing. Functioneel noch decoratief, gewoon overbodig. En toch zit daar die vogel. Opgezet? Levend? Een replica? De vraag stelt zich in een fractie van een seconde en lost niet op. Ze blijft hangen, als een lichte duizeling achter de ogen.

Dat is een eerste vaststelling van wat het werk van Roeland Tweelinckx je aandoet. Het geeft geen antwoorden, maar zaait verwarring.

Ik sta er langer voor dan gepast is. Er is niemand die me ziet twijfelen, maar toch voel ik iets als schaamte – de schaamte van wie betrapt wordt op het vertrouwen van zijn eigen zintuigen. Want dat is precies wat er gebeurt: ik heb vertrouwd. Ik heb gekeken, herkend en geconcludeerd. En ergens in die drie bewegingen, die normaal naadloos in elkaar vloeien, is een kortsluiting opgetreden.

Koevoet in bloei

A Collection of Lies loopt in de Rik Rosseels Gallery op de Vlaamse Kaai, en is precies wat de titel belooft – en toch niet. Een verzameling leugens, ja. Maar leugens die zichzelf aanwijzen. In A Collection of Lies bootst Roeland Tweelinckx (°1970, Antwerpen) de werkelijkheid na met de schijnbare achteloosheid van iemand die het eigenlijk niet zo nauw neemt. Dat je m’enfoutisme is zijn meest verfijnde constructie. De onverschilligheid is een masker – en een uitnodiging tegelijk.

Neem de koevoet. Een donkerrood, gestroomlijnd werktuig – het soort gereedschap dat in een garage hangt en naar gebruik ruikt. Maar uit zijn flanken groeien takken. Kaal, dun, surrealistisch. Nergens staat er bij dat dit opmerkelijk is. Tweelinckx presenteert de combinatie met de kalmte van een botanicus die een nieuwe soort catalogeert: zo ziet een koevoet eruit, punt. De vervreemding zit niet in het object zelf maar in de toon waarmee het wordt aangeboden – alsof industrie en natuur altijd al zo met elkaar verstrengeld waren, alsof het gereedschap altijd al wist dat het ooit boom was.

De achterzijde van de puzzel

Een paar stappen verder: een groen potlood, horizontaal aan de muur bevestigd, waaruit een klein kaal twijgje ontspruit. Dezelfde logica, andere schaal. Het hout herinnert zich zijn oorsprong. Of beter: Tweelinckx herinnert het hout eraan, en ons erbij. Het is een grap – maar een ernstige. Het komische en het ontregelende zijn bij hem zelden ver van elkaar verwijderd, en precies in die spanning – de glimlach die bevriest halverwege – werkt hij het efficiëntst.

Elders hangen twee rechthoekige vlakken naast elkaar. Een blauw en een grijs-beige. Op eerste gezicht: monochromen. Schilderijen in de traditie van Ryman of Klein – kleur als enige inhoud, vorm als enige argument. Pas bij nadere beschouwing, in schuinse belichting of met het gezicht dichtbij de oppervlakte, worden de voegen zichtbaar. Honderden kleine verbindingslijntjes die een patroon vormen. Puzzels. Volledig gelegde, puzzels. De kunstenaar toont ons de achterzijde? Wat je ziet is niet het beeld dat de puzzels beloofden, maar dat wordt wel duidelijk aan de hand van de titels. Four horses in the meadow & Summer evening view over Paris, 2026. Een beeld dat de bezoeker zelf mag invullen. De realiteit is een raster van verbindingen, het skelet van een voorstelling die weigert te verschijnen.

Ik denk aan het geduld dat dit gevraagd heeft – eerst leggen en vervolgens omdraaien. De verdubbeling van de arbeid als artistieke daad. En aan het merkwaardige effect: ik wil weten wat erop staat. Ik weet wat ik zou moeten zien. Ik vul de landschappen zelf in: portretten, een willekeurig dier. Maar het antwoord is er niet, en dat gemis is precies de inhoud.

Four horses in the meadow & Summer evening view over Paris, 2026

Het ongeduld van Plato

Plato had er weinig geduld voor. Kunst als imitatie van de werkelijkheid, die zelf al slechts een onvolmaakte afspiegeling is van de ware, ideale ideeën – dat maakte van het kunstwerk een dubbele mimesis, een kopie van een kopie. Voor de Griekse filosoof was kunst daarmee op zijn best vermaak, op zijn slechtst een instrument van misleiding.

Wat hij over het hoofd zag – of misschien bewust vermeed – is dat de leugen ook een diagnostisch instrument kan zijn. Dat wie consequent liegt over de werkelijkheid, ons iets leert over hoe wij die werkelijkheid construeren. Tweelinckx misleidt niet om te bedriegen. Hij misleidt om ons te tonen hoe gretig we geloven.

In een eerdere tekst op deze site schreef ik over translatio, imitatio en aemulatio – de klassieke drieslag van nabootsen, begrijpen en overstijgen. Tweelinckx breekt die beweging doelbewust af. Hij wil niet overstijgen. Hij blijft hangen in de imitatio – niet uit onvermogen, maar uit overtuiging. Want wat er gebeurt op het moment van herkenning, dat ene kwetsbare ogenblik waarop het brein beslist te vertrouwen op wat het ziet, is precies het moment dat hij wil onderzoeken. Niet wat daarna komt.

Dat ogenblik is korter dan een seconde en ouder dan de taal. Het is de reflex van een wezen dat geleerd heeft te overleven door snel te categoriseren – boom of tak, gevaar of veiligheid, echt of nep. Tweelinckx legt een vinger op die reflex en drukt er lichtjes op. Niet hard genoeg om pijn te doen. Wel hard genoeg om te voelen.

Deze expo kan uw kijkgedrag schaden

Ik verlaat de galerie en loop de Vlaamse Kaai op. De Schelde verderop ligt er breed en traag bij. Een fietser passeert. Ergens aan de overkant staat een kraan stil. Allemaal dingen die zijn wat ze lijken – of toch? Het is een ongemakkelijke bijwerking van Tweelinckx’ werk: het legt een lichte onzekerheid over alles wat je daarna ziet. Niet de paranoïde onzekerheid van wie overal bedrog vermoedt, maar de mildere, filosofischere twijfel van wie beseft dat kijken geen passieve daad is.

We zien niet wat er is. We zien wat we verwachten, aangevuld met wat er is, gecorrigeerd door wat we wensen. Tweelinckx weet dat. Hij bouwt zijn werken in die lacune – de millimeter tussen waarnemen en interpreteren, tussen oog en  conclusie.

De puzzel aan de muur toont zijn achterkant. Het beeld bestaat – ergens, aan de andere zijde – maar ik zal het nooit zien. Ik blijf raden. En dat raden, dat onvermijdelijke invullen van wat ontbreekt, is misschien wel de eerlijkste definitie van kijken naar kunst die ik ken.

Tweelinckx haalt glimlachend zijn schouders op. Hij heeft zijn doel bereikt.

Roeland Tweelinckx – A Collection of Lies, Rik Rosseels Gallery, Vlaamse Kaai 74–75, Antwerpen. Te zien tot 6 juni 2026.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder