Soms lijkt een titel een klok die te luid slaat. DEADLINE. Het woord alleen al klinkt als een tikken dat je niet kan negeren. In Rik Rosseels Gallery voelt dat getik als een onzichtbare metronoom, elke seconde een herinnering aan het gegeven dat niets onbegrensd is. Anthony Duffeleer schuift ons geen eeuwigheid toe, maar een aflopende tijd. Johan Vansteenkiste schrijft in zijn voorwoord dat de kunstenaar zijn werk niet maakt voor later, niet voor een canon of een marmeren standbeeld, maar voor het nu. Voor ons die kijken, twijfelen en struikelen.

De vraag als kunstwerk

“Mijn hoofd, gevuld met gedachten, is mijn atelier,” zegt Duffeleer. Ik blijf even hangen bij die zin. Hoeveel kunstenaars dromen niet van een groot, licht atelier, gevuld met verf en doek? Bij hem is het atelier een binnenkamer, een ruimte waar twijfel en ironie de muren bekleden. Vansteenkiste noemt hem een “artist of thought”, en terecht: hij is een bouwmeester van vragen. Zijn werken zijn niet gemaakt om antwoorden te geven, maar om de vraag te laten sudderen.

Ik voel mij aangesproken, alsof de kunstenaar in mijn oor fluistert: Kijk beter. Stel opnieuw de vraag. Het is een ongemakkelijke uitnodiging, maar net dat maakt het waardevol.

Brood en pijn

Een reeks boterhammen, bedrukt met het woord pain. Een pover, industrieel brood dat je achteloos in een supermarkt zou vinden. Maar hier, met die vier letters erin gedrukt, wordt het een reliëf van armoede en taal. Frans voor brood, Engels voor pijn. Het is een semantische val waarin je telkens opnieuw trapt, alsof twee talen samenzweren om een waarheid te onthullen: overleven doet pijn.

Het lam en de schuld

Een paar stappen verder staat Gij. Een lam, blinddoek om de ogen, verheven op een sokkel die ooit een kerk toebehoorde. Het woord Gij staat er op een messing plaatje bij. Een woord dat klinkt als een echo uit oude Bijbelvertalingen, maar tegelijk een vlijmscherp jij bevat.

Ik zie hoe het dier de zaal doorkijkt zonder te zien, en toch voel ik mij aangekeken. Schuld is iets wat niet in beelden gevangen kan worden, en toch gebeurt het hier. Het lam herinnert me aan de paasprocessies uit mijn jeugd, waar het heilige offer zo vanzelfsprekend leek. Hier niet. Hier is het lam een slachtoffer, en wij, de toeschouwers, zijn onvrijwillig medeplichtigen.

Duchamp, Mariën, Bijl – Vansteenkiste wijst terecht op die lijn. Ik zie die genealogie duidelijk. Maar waar Duchamp een object weghaalt uit zijn context en Mariën het met spot overladen zou hebben, zet Duffeleer het terug op zijn sokkel. Alsof hij zegt: dit is geen grap, dit is ernst, dit is een spiegel waarin jij moet kijken.

De lach die stokt

En toch is er altijd humor. Duffeleer kan niet zonder. Maar zijn humor is gevaarlijk, want ze stokt halverwege. Zoals bij Mind the step. Een zin die je in een luchthaven of een metrostation verwacht, maar hier zorgvuldig in Belgische blauwe hardsteen gekapt. Je stapt eroverheen en struikelt bijna.

Een pion onder pionnen

In een aparte ruimte hangen tien tekeningen: Studie voor een zelfportret. Ze lijken eenvoudig, haast minimalistisch, maar hun soberheid snijdt. Geen expressieve ogen, geen psychologische diepte, enkel vormen die me aan schaakpionnen doen denken.

Ze doen me wegdromen naar een partij schaak die ik als kind speelde met mijn grootvader. Hij zei altijd: “De pion is het belangrijkste stuk, omdat hij het spel begint.” Hier, bij Duffeleer, wordt de kunstenaar zelf gereduceerd tot die pion: niet de koning, niet de koningin, maar de kleinste, meest vervangbare. Een gebaar dat tegelijk bescheiden en radicaal is. Een afrekening met het romantische idee van de kunstenaar als genie.

Deadline als horizon

Waarom DEADLINE? Het woord blijft in mijn hoofd nagalmen. Het is een einde, ja, maar ook een horizon. Elke deadline is ook een nieuw begin: wie een tekst indient, begint aan stilte; wie een project afsluit, opent ruimte voor iets anders. Duffeleer lijkt ons te willen zeggen: kunst is niet voor altijd. Kunst leeft zolang wij ernaar kijken, zolang wij bereid zijn de drempel over te gaan. Daarna vergaat ze, net als brood. Maar misschien is dat juist haar kracht.

De twijfel als erfenis

Vansteenkiste besluit met de woorden van Albert Camus: “Si le monde était clair, l’art ne serait pas.” Als de wereld helder zou zijn, zou kunst niet bestaan. Ik kan het niet mooier samenvatten. Duffeleer laat zien dat kunst alleen betekenis krijgt in de schemerzone, in de twijfel, in de omkering van vanzelfsprekendheden.

Ik verlaat de tentoonstelling met een gevoel van lichte verwarring. Alsof ik niet alleen werken heb gezien, maar ook (letterlijk) drempels heb overschreden. Brood, lam, steen, pion: het zijn geen objecten meer, maar tekens die in mijn geheugen zijn gegrift.

Misschien is dat de ware betekenis van een deadline: niet het einde, maar de zekerheid dat er iets op het spel staat. Dat elke blik, elk gebaar, elke gedachte een kans is die vervalt als we haar niet grijpen. En dat kunst, juist omdat ze niet eeuwig is, ons dwingt om intenser te leven.

De expo loopt nog tot 4 oktober in Rik Rosseels Gallery.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder