Halverwege een avondveiling bij Christie’s in het Rockefeller Center in New York staat Jussi Pylkkänen op. Pylkkänen – voormalig hoofdveilingmeester van Christie’s, de man wiens stem jarenlang de hamer liet vallen over werken van honderden miljoenen – pakt zijn jas. Hij knikt. Een handvol anderen volgt: adviseurs, verzamelaars, mensen met telefoonnummers die niet in catalogi staan. Discreet, als mensen die naar het toilet gaan maar eigenlijk de stad verlaten. Ze wisselen geen woord, alleen een discrete blik. De blik van mensen die weten dat ze ergens anders moeten zijn, ergens waar jij niet bent uitgenodigd, ergens waar de échte kunst van de avond wacht.
Terwijl in de zaal nog geboden wordt en de hamer nog valt. Terwijl de rest van de zaal – de verzamelaars, de curatoren, de journalisten, de mensen die geloven dat ze deelnemen aan iets – netjes op hun stoel blijft zitten en hun veilingbordje opheft naar een podium dat al lang niet meer het middelpunt is.
Ze lopen twee straten verder, de vertrokken heren. Gaan een lift in op West 24th Street. Ze komen uit boven Eleven Madison Park – het restaurant van Daniel Humm, drie Michelinsterren, tig dollar voor een menu dat je niet kiest maar ondergaat. Daar, in Clemente Bar, staat Loic Gouzer klaar met een hamer. Gouzer: voormalig topdirecteur van Christie’s New York, architect van legendarische avondveilingen, nu ondernemer in het onzichtbare. Voor hem: één werk. Andy Warhols Brigitte Bardot, 1974 – die grote, roze, klatergouden Bardot, het gezicht dat zelfs Warhol nog eens veroverde. De uitgenodigden bieden. George Economou, de Griekse scheepsmagnaat, is er. David Mugrabi is er, erfgenaam van de grootste privécollectie Warhols ter wereld. Tony Shafrazi is er, de man die ooit met rode verf “Kill Lies All” op Guernica spoot en sindsdien alles heeft goed gemaakt door de juiste mensen te kennen. Pylkkänen neemt de hamer over van Gouzer en leidt de veiling. Iemand wint. Brigitte Bardot gaat voor 16,7 miljoen dollar. Niemand vertelt aan wie.
De kunstwereld noemt dit, met een strak gezicht, de private veiling.

Het rapport dat niemand las die het aanging
Dit is geen roddelcolumn van Kunstflaneur. Dit is nieuwsanalyse – zij het de soort die de sector liever niet als zodanig ziet omschreven. Het verhaal staat netjes gedocumenteerd in Dark Mode in het Artnet Intelligence Report: The Year Ahead 2026, gepubliceerd eind maart, coverartikel van Katya Kazakina. Het rapport is gratis te downloaden als pdf. De ironie van die openhartigheid – een document voor iedereen, over een wereld voor niemand – is Artnet klaarblijkelijk niet ontgaan.
Wat het rapport verder onthult: de totale veilingomzet steeg in 2025 met 13,3 procent, tot 11,7 miljard dollar. De markt herstelt. Maar dat herstel speelt zich steeds vaker af in kamers zonder ramen, boven restaurants in Manhattan waar ook de menukaart een selectiecriterium is.
Wij geloven in toegankelijkheid
Laten we even stilstaan bij de retorica. De kunstwereld heeft de voorbije decennia met groot enthousiasme de taal van de democratisering omarmd. Musea spreken over toegankelijkheid. Galeries organiseren open ateliers. Art Basel heeft een sustainability commitment. Kunstenaars schrijven statements over gemeenschap, over gedeeld erfgoed, over de kunst als ruimte voor iedereen – en die statements worden gedrukt op gerecycleerd papier en opgehangen in witte gangen waar de beveiliging je vriendelijk maar beslist vraagt je tas niet te dicht bij het werk te houden.
Ondertussen sluipen de adviseurs de zaal uit bij het Rockefeller Center.
Wat er achterbleef in Clemente Bar boven Eleven Madison Park: geen resultaten, geen catalogus, geen officieel verslag. Wat er wél was: Economou, Mugrabi, Shafrazi, Pylkkänen – namen die samen een ecosysteem vormen zo gesloten dat het zijn eigen zwaartekracht heeft, en zo vanzelfsprekend dat niemand er zelfs maar de moeite voor neemt om te fluisteren.
Dit heet, in het jargon: discretie. In het gewone leven heet het uitsluiting. Maar het gewone leven heeft hier geen toegang, en weet dat ook.
Transparantie als feature
Het mooiste is nog de rechtvaardiging. Gouzer – Fair Warning, zo heet zijn platform, een naam met de perfecte toon van sportieve eerlijkheid – heeft de gave van de onberispelijke formulering. Zijn klanten willen, zegt hij, het voordeel van de veiling én de privacy van de onderhandse verkoop.
Dat klinkt als een menukaart. Alsof je bij Daniel Humm vraagt of je bij je kaviaar ook frietjes kan krijgen. Transparantie iets is waarvan je naar believen kunt nemen. Alsof de veiling – met haar eeuwenoude belofte van het zichtbare bod, de openbare hamer, de prijs die iedereen hoort – gewoon een feature is die je aan- of uitvinkt naar gelang de behoefte van de omgeving.
David Schrader, voormalig hoofd private sales bij Sotheby’s New York, licht in hetzelfde Artnet-rapport toe dat de private veiling “discretie combineert met urgentie.” Dat uitgenodigd worden voor iets bijzonders, het gevoel van exclusiviteit, de competitie onder gelijken – dat dit precies is waarom het werkt, voor koper én verkoper.
Hij heeft gelijk. Het werkt uitstekend. Voor iedereen die er al bij was.
De democratie van de opgeheven veilingbordje
Intussen, op diezelfde novemberavond bij Christie’s in het Rockefeller Center, gaan de reguliere bieders gewoon door. Ze heffen hun veilingbordjes en kijken naar het scherm. Ze weten niet – of ze weten het wel, en doen alsof – dat Pylkkänen al weg is, dat de Warhol al verkocht is twee straten verderop, dat het spektakel waaraan zij deelnemen een soort decor is geworden voor een establishment dat het decor niet meer nodig heeft.
De kunstmarkt heeft altijd geopereerd op het snijvlak van cultuur en kapitaal, en niemand heeft ooit beweerd dat het er eerlijk aan toe ging. Maar er was tenminste de schijn. De schijn van het publieke bod, het opgeheven bordje, de hamerslag die iedereen hoort – in Londen, in Parijs, in New York, in Brussel, in de lokaaltjes van de provinciale veilinghuizen waar de neven van de overledene hopen op een verrassing.
Die schijn wordt nu stelselmatig opgedoekt. Niet met schaamte – met branding. Fair Warning is geen anomalie maar een product. Het heeft een naam, een oprichter, een businessmodel, een gouden reputatie onder de mensen die ertoe doen, en binnenkort ongetwijfeld een wachtlijst.
I am still looking for a masterpiece, liet Gouzer weten, over de volgende editie – ergens in mei, misschien, als hij het juiste werk gevonden heeft. Een man op zoek naar een meesterwerk, in een stad die hij zelf heeft afgesloten voor de rest van de wereld. Het is bijna lyrisch om niet de term sarcastisch te gebruiken.
Ontdek meer van Kunstflaneur.be
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
