Ik verliet het KMSKA met de zin die bleef hangen: blauw luistert, rood zingt. Het leek een evenwicht. Een eerlijke taakverdeling tussen twee kleuren die elkaar nodig hebben zoals een melodie een grondtoon nodig heeft. Ik was tevreden met die conclusie. Ik had er een halve voormiddag voor nodig gehad, drie zalen Ensor, Schmalzigaug, Wouters en een hardnekkige blauwmens die zichzelf probeerde te overtuigen dat rood ook iets te zeggen heeft.

Maar eerlijk is eerlijk: ik was de hele tijd in de verkeerde zaal.

Pakhuis Santos, Rotterdam. Het Nederlands Fotomuseum heeft zijn nieuwe thuis gevonden in een negentiende-eeuws havengebouw dat ruikt naar goederenstromen, zout en tijd. En het opent er niet met een statement over het nu, niet met een vinger die wijst naar de toekomst van de fotografie. Het opent met een techniek die ouder is dan de meeste musea die ze tonen: de cyanotypie. IJzerzouten, water, licht, een drager. Vier elementen. Niets meer. En alles blauw.

Ik stap naar binnen en begrijp onmiddellijk dat ik niet meer hoef te luisteren. Hier mag ik eindelijk zelf zingen.

Het gebouw als eerste werk

Voordat je ook maar één hedendaags werk ziet, confronteert de tentoonstelling je met iets onverwachts: blauwdrukken van het gebouw zelf. Technische tekeningen uit 1901 van architecten J.J. Kanters en J.P. Stok Wzn, uitgevoerd in cyanotypie, afkomstig uit het Stadsarchief Rotterdam en voor het eerst publiek te zien. Het museum toont zijn eigen fundament als cyanotypie. Santos kijkt naar zichzelf terug in het blauw dat het groot maakte – want de blauwdruk was niet alleen een technisch middel, het was het medium waarin de twintigste-eeuwse stad zichzelf droomde. In de havenarchieven van Rotterdam zitten meer cyanotypieën dan in de meeste kunstcollecties, alleen noemde niemand ze kunst.

J.J. Kanters & J.P. Stok Wzn, Pakhuis Santos, voorgevel Rijnhovenzijde, 1901

Hier wel.

Die keuze is programmatisch. Ontwaken in blauw – de titel is niet bescheiden – wil de cyanotypie losweken uit haar positie als historische curiositeit en haar herstellen als levend medium. De vijftien hedendaagse kunstenaars die het museum samenbracht, zijn het bewijs dat die operatie geslaagd is. Maar het zijn de blauwdrukken van Santos die het argument maken: deze techniek was altijd al meer dan documentatie. Ze was een manier van kijken. Een manier van aanraken zonder handen.

MAISON the FAUX verzorgde de scenografie en deed dat met grote terughoudendheid – wat, in een tentoonstellingsruimte die al zo krachtig is als Santos, de juiste keuze is. Licht en schaduw verschuiven terwijl je rondloopt. De ruimte vertraagt je zonder je op te sluiten. Je wordt deel van de beweging die het werk al maakte voor jij binnenkwam.

Vier elementen, oneindig veel vragen

Cyanotypie vraagt slechts vier elementen: ijzerzouten, water, licht en een drager. Maar wat die drager is, en wat er op die drager wordt gelegd, en welke intentie de hand aanstuurt die het object neerlegt – daar begint de tentoonstelling pas echt mee te werken.

Pai Dekkers drukt zeewieren af. Ascophyllum nodosum – knotswier – ligt neer op het papier en laat zijn silhouet achter als een fossiel uit het heden. Suzette Bousema maakt Future Relics: toekomstige relikwieën, nu al gefossiliseerd in blauw, alsof de herinnering sneller reist dan de tijd. Anne Geene werkt met het toeval en het absurde – haar Idiotic Miracles zijn cyanotypieën die de natuur maken, niet de kunstenaar, waarbij Geene zichzelf terugtrekt tot de rol van getuige.

Anne Geene, Idiotic Miracles, 2025

In al deze werken is de techniek tegelijk middel en boodschap. De cyanotypie maakt zichtbaar wat zichtbaar wil worden: het contact tussen materie en oppervlak, het spoor van aanwezigheid. Zonlicht als medeschepper, water als afwerker, tijd als de enige curator die telt. In een tijdperk waarin beelden worden gegenereerd zonder dat iemand iets heeft aangeraakt, is dat geen kleinigheid. Het is een positiebepaling.

Rabin Huissen plaatst het lichaam in dat debat. Selective Memory toont een figuur met gespreide armen, cyaan opgloeien uit een nacht die nooit helemaal donker wordt. Het lichaam als archief – niet als metafoor, maar als fysiek feit. Het cyanotypieproces legt letterlijk de aanwezigheid vast van wat voor de lens of het papier stond. Er is geen filter, geen nabewerking, geen enscenering die dat ongedaan maakt. Huissen weet dat, en bouwt er zijn werk op. Marijn Kuijpers State of Flux en Shehera Grots Mama na sribi krosi gaan verder in die richting: het lichaam niet als object maar als geheugendrager, als huid die sporen bewaart die de taal niet kan benoemen. Grots titel is Sranantongo – de taal draagt al een laag die het Nederlands niet heeft.

Hetzelfde blauw, andere handen

Het meest urgente werk in Ontwaken in blauw is ook het minst luid. Farah Rahman en Sarojini Lewis stellen een vraag die het museum niet omzeilt: de cyanotypie heeft een koloniaal verleden. Ze diende voor documentatie, kartering, classificatie – voor de administratie van het bezit van anderen. Ze was een instrument van controle, elegant en blauw en onverbiddelijk.

Rahman en Lewis keren dat om. Hetzelfde procedé, andere intentie. Van de techniek die ooit verhalen vastlegde namens de kolonisator, maken zij nu een middel voor herstel en hervertelling. Het blauw verandert niet. Wat verandert, is wie de hand uitsteekt naar het licht.

Dat is, als ik eerlijk ben, de reden waarom Ontwaken in blauw meer is dan een mooie openingstentoonstelling. Het weigert de cyanotypie te behandelen als neutraal erfgoed. Het vraagt wie er al die tijd heeft beslist wat er de moeite waard was om vast te leggen, en in wiens naam. Die vraag klinkt niet schreeuwend – ze zoemt, laag en voortdurend, onder alles wat je ziet.

Yasmijn Karhof hangt er vlakbij. Haar Ann – een groot, blauw vrouwensilhouet op textiel – is zo ingetogen dat je er bijna achteloos voorbijloopt. Totdat je stilstaat. Het figuur is aanwezig zonder gezicht, aanwezig zonder naam, aanwezig door het blauw alleen. Aanwezigheid als enige bewijs van bestaan. Ik sta er langer voor dan ik had verwacht.

Yasmijn Karhof, Ann, 2021

In het KMSKA leerde ik dat blauw luistert. In Santos leer ik dat blauw spreekt – alleen doet het dat zo traag, zo diep, zo zonder haast, dat je er stil voor moet gaan staan voor je het hoort.

Ontwaken in blauw. Een ode aan cyanotypie loopt van 7 februari tot en met 7 juni 2026 in het Nederlands Fotomuseum, pakhuis Santos, Rotterdam.


Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van Kunstflaneur.be

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder